Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Boeken. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Boeken. Sorteren op datum Alle posts tonen

vrijdag 31 maart 2017

Boekenweek


Naar aanleiding van de boeken week die weer begonnen is en inmiddels bijna weer geëindigd, zocht ik naar krachtige uitspraken óver boeken en lezen want met het onderwerp van de Boekenweek heb ik niets: verboden vruchten.
Grappig om tot de ontdekking te komen dat er ofwel heel positief ofwel heel negatief over lezen en boeken werd en wordt geschreven en gedacht. Het lijkt mijn huwelijk wel.

Een paar tegenstrijdige op een rij:
‘Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen.’
Confucius 551 - 479 BC
Chinees filosoof

‘Wie smaak vindt in het lezen van goede boeken, is bij machte om de eenzaamheid te dragen, waar dan ook en met groot gemak.’
Mahatma Ghandi 1869-1948
Indiaas politicus

‘..van vele boeken te maken is geen einde, en veel lezen is vermoeiing des vleses.’
Prediker 12
Salomo(?)

‘Sommige boeken moeten worden geproefd, andere moeten worden opgeslokt, en slechts enkele moeten worden gekauwd en verteerd.’
Francis Bacon 1561-1626
Engels filosoof en staatsman

‘Boeken verjagen de onwetendheid, de bewaker en de hoeder van de goed gecontroleerde staten’
Voltaire 1694 - 1778
Frans filosoof en schrijver
‘Er zit meer filosofie in een fles wijn dan in alle boeken.’
Louis Pasteur 1822-1895
Frans wetenschapper

‘Er zijn twee motieven om een boek te lezen: het ene, om er van te genieten; het andere, om er over te kunnen opscheppen.’
Bertrand Russell 1872 - 1970
Engels Filosoof, wiskundige en Nobelprijswinnaar literatuur

‘Alle boeken zijn in twee klassen te verdelen: boeken van het moment en boeken voor altijd.’
John Ruskin 1819-1900
Engels recensent

‘Een klassiek werk is een boek dat de mensen wel prijzen, maar nooit lezen.’
Ernest Hemingway 1899 - 1961
Amerikaans schrijver en Nobelprijswinnaar literatuur

Behalve die van Russell vond ik deze van Schopenhauer, Duits filosoof 1788-1860 de mooiste:
‘Lezen is denken met andermans hoofd.’

dus ....wanneer je wilt dat mensen jouw gedachten kennen moet je schrijven én gelezen worden want gewoon luisteren is voor veel mensen een te grote opgave geworden.
Van Schopenhauer ligt een boekje te wachten over de vrije wil. Volgens een docent is dit het meest dichtgetimmerde essay over de gedachte dat we geen vrije wil hebben. Daar ben ik dan best wel nieuwsgierig naar.
Komt dat even goed uit, want april is altijd de maand van de filosofie.
Dit jaar met als thema: ‘over de grens’




vrijdag 6 september 2013

Boeken, boeken, boeken....

Via een ander blogje kwam ik op de site van uitgeverij Atlas.

Manifest van De Club van Echte Lezers

Een Echte Lezer las op school wél alle boeken op de leeslijst.
Een Echte Lezer verlaat nooit een boekhandel zonder een boek gekocht te hebben.
Een Echte Lezer kijkt altijd in andermans boekenkast.
Een Echte Lezer weet meer.
Een Echte Lezer heeft nooit genoeg boeken.
Een Echte Lezer kan niet inslapen zonder nog een paar pagina’s te lezen.
Een Echte Lezer kan niet stoppen met lezen, ook al wordt het echt veel te laat.
Een Echte Lezer valt regelmatig met boek nog in de hand in slaap.
Een Echte Lezer leest een goed boek soms expres langzaam omdat het anders zo snel uit is.
Een Echte Lezer geeft boeken cadeau.
Een Echte Lezer leeft in een grotere wereld.
Een Echte Lezer leest desnoods de shampooflessen onder de douche.
Een Echte Lezer geeft altijd een boek als kraamcadeau (je kunt tenslotte niet vroeg genoeg beginnen).
Een Echte Lezer zet zijn boeken op volgorde. Alfabetisch. Chronologisch. Of autobiografisch-chronologisch. En niet op kleur.
Een Echte Lezer gebruikt een boekenlegger en gruwt van ezelsoren.
Een Echte Lezer heeft een boekenplankje in de wc.
Een Echte Lezer bezoekt zelfs op het zonnige vakantieadres de plaatselijke boekhandel.
Een Echte Lezer ruikt aan een boek en wappert ermee.
Een Echte Lezer heeft altijd te weinig kastruimte.
Een Echte Lezer vindt het boek beter dan de film.
Een Echte Lezer begrijpt meer.
Een Echte Lezer leest een goed boek gerust nog een keer.
Een Echte Lezer las als kind met een zaklantaarn stiekem onder de dekens.
Een Echte Lezer had alle bibliotheekboeken allang uit voordat het tijd was om ze terug te brengen.
Een Echte Lezer heeft discussies met andere Echte Lezers: mag je strepen in een boek of absoluut niet?
Een Echte Lezer vindt boeken weggooien net zoiets als je hond in vakantietijd dumpen op een parkeerplaats.
Een Echte Lezer verlaat nooit het huis zonder een boek.

Wanneer je jezelf herkent als echte lezer kun je jezelf opgeven als lid en geniet dan weer allerlei voordeeltjes.

Zelf ben ik geen echte lezer *grinnik* want op mijn toilet is geen boekenplankje maar een magnetisch bord met allerlei berichten en uitspraken en tijdens vakanties kom ik niet in boekwinkels; ik fotografeer ze.



Links is in de oude synagoge van Safed,Israël en rechts in zomaar een straatje in Sevilla.



Madrid, vlakbij het 'Parc de Retiro' 2015
                                                     
                                                    Een b
oekenwinkeltje in Limoges, Frankrijk.


 
Een boekenstalletje in Rome.

woensdag 28 oktober 2020

Lezen een probleem?

In een praatprogramma – ik moet mijn geest érgens door laten prikkelen in deze prikkelloze tijd - kwam een item voorbij over de Nederlandse jeugd die te weinig leest.

Nu wordt er een weddenschap afgesloten door een paar BN-ers om in zes maanden ieder drie boeken te lezen.
Pfft, twee maanden voor een boek. Ja, wanneer je daarin begint weet je na een mand al niet meer waar het over gaat.
Buiten dat worden er in deze tijd alleen nog maar ‘literaire’ boeken geschreven met maatschappelijke thema’ en hedendaagse problematiek.
Het eerste boek over Corona heb ik ook al gesignaleerd.


Een boosdoener is de telefoon volgens de jeugd die aan tafel zat. Filmpjes kijken is aantrekkelijker en s ’avonds wanneer je moe bent is die telefoon leuker dan een boek.
Helder.
Ze geven wel toe dat je  van boeken meer gevoel voor taal krijgt en dat lezen je horizon verbreedt en je kunt inspireren.
De boeken die gekozen werden: Nouri, Roes, Dubbelleven, Confettiregen, Echte Amerikaanse jongens, Leugenaar leugenaar, de Vegetariër, Land van dadels en prinsen en jawel……zowaar een Haruki Murakami: 'Norwegian Wood' als ik de flap goed heb gezien.
Aangeprezen door een enthousiaste rapper.
Dus ja, bijna allemaal hedendaagse problematiek.
Daarbij haak ik ook af.

Zelf ben ik zonder televisie opgegroeid en vanzelfsprekend zonder smartphone, die nu altijd wel aan staat maar zonder geluid. Ik wil graag de baas blijven over dat ding en niet gestoord worden wanneer ik geconcentreerd met iets bezig ben.
Boeken lezen was toen voor mij de enige manier om het dagelijkse leven een beetje kleur te geven. En nog steeds vind ik de film die ik lezende weg in mijn hoofd maak van een ontspannend boek vele malen leuker dan de meeste voorgekauwde films.
Door lezen wordt je eigen fantasie ook geprikkeld.

Wat is er prettiger dan wanneer je op pagina vierhonderd drieënvijftig  bent van een mooi boek en je weet dat er nog vijfhonderd te gaan zijn?
Zo heb ik nu bijna de tetralogie of quadrilogie van Carlos Ruiz Zafon helemaal gelezen.
“het Kerkhof der Vergeten Boeken”.
Een eerder blogje staat hier. 

Bekende personen kwamen er weer in voor: David Martin, de inmiddels overleden Isabella en de boekhandel van de Semperes die nu door zoon Daniel wordt beheerd.
De boeken spelen zich ook weer af in het Barcelona van de vorige eeuw; nu in de jaren veertig en vijftig. De gevangenis van Montjuïc speelt een grote rol. Evenals de Spaanse burgeroorlog (1936-1939).
Zafon verweeft de draad van Ariadne moeiteloos samen met Alice in Wonderland, Dante en Vergilius. De hoofdpersoon van het laatste deel heet ook Alicia. Dus de link is duidelijk.
Je kunt de delen los van elkaar lezen maar het is wel leuk wanneer je ze op volgorde leest. Dan weet je dat Daniel zijn zoon Julian naar een eerder personage heeft vernoemd. Dat zijn vrouw  Beatrice heet zal ook niet toevallig zijn.

Zijn schrijfwijze is kleurrijk, magisch realistisch.
‘Een huizenblok verder ontwaarde ze de vitrines van Pasteleria Mauri, vol heerlijkheden, die meesterlijk waren uitgestald om de herfstmelancholie van de dames van goede komaf te verzachten.’

En:
‘Alicia betrad de zaal en liet het aan de echo over om haar aan te kondigen.’


Omdat we zelf ook al een paar keer in Barcelona zijn geweest kan ik me de straatjes, de Ramblas en Parc Guël levendig voor de geest halen.
Helaas is Zafon in juni overleden.

 

woensdag 4 juli 2018

Boeken van Ken Follett


In de vakantie heb ik me gestort op Ken Follett. (1949)

Hij staat bekend als een succesvolle schrijver. Na bijna 2500 pagina’s (via e-reader) van hem te hebben gelezen; verdeeld over vijf boeken heb ik het echter wel gehad.
Ik ben begonnen met de ‘Pilaren van de aarde’ en ‘de Brug naar de hemel’.
Dat zijn historische romans die zich afspelen rond het fictieve plaatsje ‘Kingsbridge’ in Zuid Engeland in de twaalfde en veertiende eeuw.
Daarna nog drie thrillerachtige boeken: ‘Het Modigliani schandaal’, ‘Papiergeld’ en ‘De heren van de 16e juli’.
Dat laatste boek is gebaseerd op het verhaal van de grootste bankroof aller tijden: de inbraak - via de rioolbuizen - in de Société Generale te Nice in juli 1976.

Die historische romans zijn het meest bekend maar ik vond de spannende boeken beter.
Hij schrijft echt heel onderhoudend maar de historische boeken lijken net op het Archeon in Alphen aan den Rijn: duidelijk niet echt, soms wel fascinerend.
Hij gebruikt enkele waargebeurde geschiedenissen en echt bestaand hebbende personages.
In ‘Pilaren van de aarde’ is Tom Builder één van de hoofdpersonen, een bouwer - zoals zijn naam al zegt- van huizen maar liever kathedralen. Toen moest ik denken aan ‘Sarum’ van Edward Rutherford. Hij schreef ook een boek (1978) over de bouw van een kathedraal; die van Salisbury.
Zou Follett door hem ‘geïnspireerd’ zijn?
De andere hoofdpersoon is Philip, prior van een klooster. Een vroom, ambitieus man die Kingsbridge op de kaart wil zetten en een gotische kathedraal wil bouwen. Tom krijgt de opdracht en zijn stiefzoon Jack maakt hem af.
Follett gebruikt de geschiedenis van de schipbreuk van 'het witte schip' als basis maar geeft er een eigen draai aan: niet een slager overleefde de schipbreuk waarbij de kroonprins omkwam, maar een minstreel. Dat spreekt toch veel meer tot de verbeelding! En in het boek heet de halfzus van Hendrik I, Maud i.p.v. het meer bekende Mathilde.

In ‘Brug naar de Hemel’ zijn er vier kinderen die door omstandigheden aan elkaar verbonden blijven. Gwenda en vriendin Caris, de broers Merthin en Ralph die zo verschillend zijn.
Godwyn is inmiddels prior van Kingsbridge en Merthin als nazaat van Jack is een bouwer.
Je krijgt een beeld van het leven in die tijd; de adel die hun horigen onderdrukken; het ontstaan van gildes; het uitbreken van de pest en alweer de (her)bouw van een kathedraal.

Mijn kritiek: Mensen uit de vroege middeleeuwen die denken en spreken zoals de mensen uit de 21ste eeuw; met heel platte karakters. Met de goeden komt het (meestal) wel goed en met de slechteriken loopt het slecht af.
Ik kreeg niet het gevoel in de vroege middeleeuwen te zitten maar meer in een filmscenario óver de vroege middeleeuwen.
Steggelen over een betaalde vrije dag of een onbetaalde vrije dag en dat in de middeleeuwen? …..lijkt me sterk.
En Follett herhaalt zichzelf veel. Dat is voor zulke dikke boeken prettig wanneer je niet achter elkaar doorleest maar mij stoorde het regelmatig.
Naar het laatste deel: ‘Het eeuwige vuur’ ben ik dan ook niet nieuwsgierig.




Het is geen hoogstaande literatuur maar meer vakantielectuur.
Hetzelfde geldt voor de andere drie, meer eigentijdse en spannende boeken.



dinsdag 12 december 2017

Citaten over lezen


Wanneer je oog eenmaal gevallen is op citaten over lezen en boeken kom je er steeds meer tegen.
Hier een bloemlezing uit mijn verzameling.
Verschillende heb ik maar meteen vertaald en bij sommige citaten staat de persoon van herkomst. Helaas weet ik dat niet van alle citaten.


• Boekenwurmen zullen de wereld regeren; zodra ze nóg een hoofdstuk hebben gelezen.
• Je kunt je neus betere steken in een boek dan in andermans zaken.
• Als je slimme kinderen wilt hebben, lees hen dan voor uit sprookjesboeken (Einstein)
• Wat is een boekenplank/kast anders dan een schat voor een nieuwsgierige geest?
• We verliezen onszelf in boeken, maar we vinden onszelf daar ook.
• Boeken laten je draken verslaan; de liefde van je leven ontmoeten; verre reizen maken; met vrienden lachen. Alles via bladzijden. Ze zijn een vlucht die je thuis brengt.
• Lezen geeft ons een plek om te gaan wanneer we moeten blijven waar we zijn. (Cooley)
• Je weet dat je een goed boek hebt gelezen wanneer je bij de laatste bladzijde een beetje het gevoel hebt een goede vriend te hebben verloren.
• Ik zag zojuist iemand die mijn favoriete boek las; het lijkt alsof dat boek mij die persoon aanbeveelt.
• Wie smaak vindt in het lezen van goede boeken, is bij machte om de eenzaamheid te dragen, waar dan ook en met groot gemak. (Ghandi)
• Van sommige boeken moet men alleen maar proeven, andere kan men verslinden en maar enkele moet men kauwen en verteren. (Bacon)
• Gedachteloos, verstrooid lezen is hetzelfde als wandelen in een mooi landschap met een doek voor je ogen. (Hesse)
• Een goed boek moet ons niet iets geven, doch iets afnemen van onze zekerheden. (Greshoff)
• Literatuur zonder levensbeschouwing is bloedloos. (Werkman)
• Een belangrijk verschil tussen God en een schrijver is dat God met niets moest beginnen en een schrijver alleen maar hoeft te kiezen uit alles wat er al is. (Grunberg)
• Er is een groot verschil tussen een enthousiast mens die een boek wil lezen en een vermoeid mens die een boek wil om te lezen. (GK Chesterton )
• Lezen is dromen met open ogen


vrijdag 13 maart 2020

Het vreemdste bijbelboek



Geschreven door Elaine Pagels (1943) in 2012.
Elaine is religiewetenschapper en gespecialiseerd in het vroege christendom en gnosticisme.
Ze schreef volgens kenners één van de beste honderd boeken uit de twintigste eeuw: ‘De gnostische Evangeliën’.
Dat moet ik nog lezen.
Dit boek kwam op, naar aanleiding van – weer eens - een forumdiscussie over het boek Openbaringen.
Pagels onderzoekt dit boek met wetenschappelijke ogen en komt tot – voor mij – nieuwe ontdekkingen.




Waarom is deze openbaring in de Bijbel opgenomen terwijl er meerder openbaringen zijn geschreven? Zo hebben de vondsten bij Nag Hammadi tenminste aangetoond: de openbaringen van Petrus, Paulus, de eerste en tweede van Jacobus en de openbaring van Adam. (Codex V)
Pagels beschouwt die tijd door de ogen van de Jood Johannes in zijn dagen.
Mogelijke profetische zaken negeert ze. Misschien wel als reactie op de ongebreidelde en onwetenschappelijke fantasieën die leven in de evangelische en charismatische wereld van nu. Daar kan ik me wat bij voorstellen.
Nu heb ik inmiddels ook wel leren lezen in context maar achter de verhalen gaan wel diepere waarheden schuil denk ik. Anders zou het een gewoon geschiedenis boek zijn en niet zoveel kracht hebben in zichzelf.
Dus ja, zij kijkt met wetenschappelijke ogen terwijl ik mijn geloofsogen niet kan en wil uitschakelen.

Wie was Johannes. Was hij de discipel van Jezus? Justinus (100 – 165) en Irenaeus (140 -202) houden vast aan de gedachte dat Johannes de discipel van de Heer was. Johannes Zebedeus.
Maar volgens Dionysius van Alexandrië uit het jaar 260 klopte dat niet, want de schrijfwijzen van het Evangelie en de Openbaringen verschillen teveel.

Volgens Pagels was hij een leerling uit de tweede generatie volgelingen en schreef hij oorlogsliteratuur. Want het koninkrijk wat hij met kracht had zien komen was geen Goddelijk koninkrijk maar dat van Rome. Het was dan ook anti-Romeinse propaganda.
Daarmee moet je voorzichtig omgaan daarom beriep hij zich op de manier van schrijven met beeldspraak zoals de oude profeten vóór hem hadden gedaan: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël.
Wanneer ze schrijft dat Johannes niets over Paulus schrijft vind ik dat mét haar inderdaad opmerkelijk.
Wanneer je daar over nadenkt: Hoe stond Johannes als laatste overlevende van de kring om de Messias of als één van de tweede generatie in het leven? Wat heeft hij allemaal niet meegemaakt: het vermoorden van zijn medebroeders, de val van Jeruzalem, het overspoelen van de Messias belijdende Joden zoals de kring oorspronkelijk was, met heidenen, die allemaal hun ideeën inbrachten. Want zo zijn mensen.
Volgens Pagels moest Johannes daar niets van hebben. De leer van Paulus, die toch op punten anders was dan de leer van de apostelen had voor heidenen grotere zeggingskracht en zij verhieven zichzelf vaak boven de Messias belijdende Joden.
Veel van wat Johannes schreef was ook tegen hén gericht en helemaal niet bedoeld als een profetie voor ‘de laatste dagen’.
Er waren voortdurend christenvervolgingen in die eerste eeuwen met de nodige ‘tegenmessiassen’ (antichristen) zodat het boek populair en vooral actueel bleef.

Dankzij Athanasius (295 – 373), die, wat gedachtengoed betreft, overeenstemde met Iraeneus tegen de gnostiek, werd dit boek opgenomen in de canon.
Hij schreef zijn beroemde negenendertigste ‘paasbrief’ in het jaar 367 met een voorstel voor de boeken van de canon die zo is overgenomen al is er over de Openbaringen nogal wat gesteggeld. Alleen de boeken die Athanasius aanbeveelde, leerden waarachtige vroomheid. En aangezien hij nogal wat aanzien genoot is het zo geworden en gebleven.
Nu denk ik dat Athanasius niet gek was en goede redenen had om deze boeken te kiezen. Maar het komt toch niet los van een menselijke factor. En toch geloof ik ook dat er een Goddelijke factor meespeelt gezien het feit dat de canon al zeventienhonderd jaar voldoet.
Er waren meer boeken die echter door de hoge heren verboden werden. Velen daarvan zijn terug gevonden bij Nag Hammadi in 1945.

Hoe komt het dat dit boek nog steeds zo aanspreekt? Omdat, volgens Pagels, het boek
onthuld waar we bang voor zijn en vervolgens wat we hopen.
De kosmische oorlog die beschreven wordt kan op allerlei conflicten worden toegepast.
En het eindigt met een hoopvol vergezicht van een volmaakte wereld.
Alle generaties hebben al gedacht dat ze in ‘de eindtijd’ leven. Daar heb ik ook wel eens genoeg van, ja.
Pas stonden er weer eens Jehovagetuigen aan de deur met die opmerking. Hoewel ik hun Bijbelkennis waardeer waren ze snel verdwenen toen ik opmerkte dat het ook nog wel duizend jaar kon duren.
Nee, aan mij kunnen ze hun waarschuwingen niet kwijt. Angst en onrust zaaien lukt zelfs het Coronavirus niet.


Een fout in het boek: volgens Pagels baarde Cleopatra twee kinderen aan Marcus Antonius (p 19) maar het waren er drie.
Niet belangrijk maar ja, het toont iets heel menselijks aan: het zich vergissen.





donderdag 14 april 2022

Monterosso mon amour


Ondanks dat de melodieën van  Bruch en Schubert nog steeds mijn brein geannexeerd hebben, heb ik toch het gratis Boekenweek geschenk gelezen. Een echte Pfeijffer. (1968)
Heerlijk. Een mooi verhaal in volzinnen wat zich afspeelt in Italië. Het was weer een leesfeestje. Zo horen boeken te zijn. Jammer dat het zo dun is.

Het thema van de Boekenweek is ‘eerste liefde’.
Het mooie gebied van Cinque Terre in Ligurië, waar wij ook eens zijn geweest, is het decor van het verhaal van Carmen die opzoek gaat naar haar eerste liefde.
Of ze hem vindt laat ik maar even liggen.


In de hoofdpersoon Carmen herkende ik veel van mezelf. Zelf las en lees ik ook graag  ‘echte boeken, waarin geflirt wordt met grote vragen die zij zichzelf steeds vaker stelt, waarin de actualiteit zich niet bij voortduring hinderlijk op de voorgrond probeert te dringen als een om aandacht jengelende smartphone en waarin een verhaal wordt verteld.’

Helaas dringt in dit echte boek de actualiteit zich wel op in de vorm van de Boekenweek en de Corona quarantaine regels. Die smartphone van Carmen wordt al snel gestolen dus daar heeft ze geen last meer van.
Humor.
En passant nog een verwijzing naar een gedicht van Vasalis: ‘Tijd’.

Voor mij was lezen ook een vorm van escapisme, bedenk ik me weleens. Vroeger om mezelf af te sluiten voor de herrie en drukte van een groot gezin en nu ‘omdat boeken haar bevrijden van de deprimerende beperking om tussen de wieg en het graf slechts een enkel mensenleven te mogen meemaken.’

Toch is het ook niet bevredigend om verschillende plaatsvervangende levens te leven. Want wie ben je dan eigenlijk zelf. Gelukkig lost Pfeiffer dat aan het einde van het verhaal op een ludieke manier op want hij introduceert zichzelf in het verhaal. Met de nodige zelfspot.
Zo belooft hij Carmen om haar verhaal te vertellen wat hij dan zojuist ook heeft gedaan.
Als je erover nadenkt valt over ieder mens wel een boek te schrijven. Elk mensenleven is uniek. Maar je hebt schrijvers nodig om er een verhaal van te maken en er ongegeneerd een breder kader omheen te schilderen.
En dat kan ILP.
Zijn zonsopgang op pag. 84/85 is weergaloos.

En de kritiek die ik ergens las over de sherry drinkende Carmen – want wie drinkt er nu nog sherry – slaat nergens op. Als je in boeken ook al niet meer mag drinken wat je lekker vindt, wanneer dan wel? Alsof iedereen maar trendy drankjes drinkt zoals Spritz Aperol. Of is dat ook al passé?

woensdag 15 december 2021

Maria, icoon van genade


Geschreven door Arnold Huijgen afgelopen jaar. Eerder las ik van hem 'Lezen en laten lezen'.
Het is een mooie maand om te lezen over Maria, de moeder van Jezus al pleit Huijgen voor aandacht het hele jaar rond en het vaker zingen van haar lofzang, het Magnificat. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.
Als het meezit(!) zijn er in mijn denominatie slechts 2 preken per jaar waarin een vrouw een rol speelt; dat is toch wel erg magertjes.
Het boek leest gemakkelijk weg al is de materie niet altijd even gemakkelijk.
Prettig zijn de vele voetnoten en de samenvattende conclusies na elk deel.


Bij het zien van al die voetnoten over boeken die er al zijn geschreven door – meestal- mannen over deze ene vrouw moet ik toch wel glimlachen.
Hoe zou Maria zelf hier tegenaan kijken? Waarschijnlijk zal haar mond openvallen van verbazing over al die theorieën en vergelijkingen die er over haar zijn bedacht en weer door anderen weerlegd.
Ik denk niet dat ze het zou waarderen.

Dat neemt niet weg dat dit een interessant boek is en dit blogbericht veel te beknopt want er staan weer heel veel streepjes in.
Ooit las ik ‘de zevende koningin’ (uit 1998) van W.J. Ouweneel wat ook over de Mariacultus gaat; het ontstaan en de ontwikkelingen met alle mogelijke linken. Hij deed dat iets zakelijker en uitgebreider met zijn al te analytische geest, als ik me goed herinner. Nee, WJO komt niet voor in de literatuurlijst al zou het best interessant zijn om de beide boeken eens naast elkaar te leggen.

Wat wil ik onthouden? In ieder geval niet die misogynie van de kerkvaders uit hoofdstuk zes. Al die lelijke dingen over vrouwen konden ze natuurlijk niet zeggen over Maria. Zij werd op het schild gehesen als de ideale vrouw tot aan hemelkoningin toe.

Het boek is verdeeld in drie delen, zoals een goede preek betaamd, Huijgen zelf rekent het laatste deel niet mee.
Waarom dit boek door een protestante dominee?

1. Maria wordt ondergewaardeerd in protestante kringen
2. Er lijkt een beweging gaande naar geloven en God
3. Een verlangen naar schoonheid
4. Het belang van een voortgaand gesprek tussen de RK kerk en de kerken van de Reformatie.
5. De genderproblematiek; hebben de beelden van Maria de onderdrukking van vrouwen aangejaagd of juist gematigd?
6. Het belang van de integratie van de verschillende theologische disciplines.
7. De interesse in Maria zelf. De eerste nieuwtestamentische gelovige en moeder van Jezus Christus.

Maria is een vrouw die het oude met het nieuwe Testament verbindt en een voorbeeld is in haar gelovige overgave aan God.  Een icoon van wat God kan doen.
Tijdens de concilies van Eféze (431) en Chalcedon (451) werd Maria gebombardeerd tot Theotokos: zij die God baart. In Eféze landde dat aardig omdat het herinnerde aan die andere Godin: Artemis. Dat geeft volgens Ouweneel weer een link met de maangodin.
Maria kreeg daarmee een prominente plaats in de theologie en dat was een belangrijke factor in de latere Mariadevotie.
Waarom is dat christologisch van belang?
1. De vleeswording van de Logos is geen nieuwe schepping maar een nieuw begin in de bestaande schepping.
2. God is echt ons bestaan binnen gekomen. Ik voeg er aan toe: In de bij ons bekende  dimensies ruimte en tijd.
3. Jezus is de Zoon van God.

Maria is een ideale vrouw. De vernieuwde Eva. Dat ze ook een gewoon joods meisje was werd even vergeten.
Behalve haar eigen lofzang is zij zelf ook aan alle kanten bezongen door de eeuwen heen.
Volgens Johannes Paulus II bestaat haar roeping uit twee dimensies: maagd en moeder.
Daar kwam natuurlijk weer kritiek op vanuit feministische kant. In mijn ogen terecht want deze zienswijze dient inderdaad alleen het patriarchaat.

In de middeleeuwen nam de devotie pas een hoge vlucht onder invloed van de hoofse liefde. Maria was maagd en bleef dat ondanks het feit dat zij meer kinderen heeft gekregen en is zelf onbevlekt ontvangen dus heeft geen last van erfzonde.
Later, in 1854 is dat in een dogma vastgelegd, zo kon men haar blijven vereren.
Een ander dogma uit 1950  waar protestanten ook zo hun bedenkingen bij hebben is Maria’s ten hemel opneming. Let op, geen hemelvaart zoals een Rooms Katholiek op een forum mij duidelijk maakte. Zij werd opgenomen in tegenstelling tot Christus die zelf ten hemel voer.
Ze wordt ook niet aanbeden maar vereerd, werd mij meteen duidelijk gemaakt.
Dat zijn de twee belangrijkste punten waarmee het protestantisme zo zijn/haar problemen mee heeft wat Maria betreft.

Wanneer de kerk ook moeder wordt genoemd mag ze zich ook wel zo gedragen, zeker richting minderheden. Naar mensen met problemen met hun seksuele gerichtheid en de genderproblematiek.
Huijgen pleit ook voor meer beelden in de kerk. Nou, dat traject heb ik ook achter de rug. En het was heel lastig om dat aan de man/vrouw te brengen.
Maar beelden, zo je wilt iconen geven de mogelijkheid om  de gedachten te verheffen. Dat er ook misbruik van kan komen heft het positieve ervan niet op.

Nog iets grappigs wat ik tegenkwam: al bij Tertullianus waren de oren van Eva en Maria belangrijk. Via Eva’s oren kwamen bedrieglijke woorden binnen en via die van Maria de levende. Zo ontstond de gedachte dat de conceptie via het oor plaatsvond. (p 237)
Uit de modules kunstgeschiedenis herinnerde ik me Robert Campins ‘Merode’ altaarstuk.
In het middenstuk de Annunciatie waarbij Jezus door het gesloten (= maagd) raam komt aanvliegen richting oor van Maria. Ik weet nog dat we het daarover hebben gehad.

Verder viel het Huijgens ook al op dat vroeger de mensheid van Jezus problemen opleverde terwijl dat nu zijn godheid zou zijn. Ooit postte ik dat op een forum.  

Wat mij ook opviel over mezelf en wellicht anderen is dat ik zo anders lees. Huijgens heeft het in dit boek over de zwarte madonna van Rocamadour zoals ze voorkomt in een boek van Michel Houellebeque: ‘Soumission’.
Ik kan me daar niets van herinneren en ook in mijn blogbericht over dat boek is er niets over te vinden.
Toen ik het er met een vriendin over had kwamen we tot de conclusie dat ieder mens zich op een ander geestelijk level bevindt op het persoonlijke levenspad en dat je dan leest en opneemt wat je op dat moment interesseert of waar je mee uit de voeten kunt. Heel soms ontdek je dat er tegelijkertijd iemand anders is op dat level maar bij mij komt dat zelden voor.
Wanneer ik recensies lees van boeken die ik zelf ook heb gelezen komt er ook vaak een heel ander beeld naar voren dan wat ik er zelf van had. Dan zullen mijn verslagen ook wel heel anders zijn dan van andere lezers.
Het zijn dan ook geen recensies, die zakelijk en kritisch boeken bespreken, maar mijn verslagen met allerlei gedachten en associaties die de boeken oproepen.


 

 

woensdag 6 juli 2016

De Wetten


Geschreven door Connie Palmen (1955) in 1990.
Haar debuut. Ik las een digitale editie op mijn gloednieuwe Kobo Glo HD.
Eerder las ik van haar 'de Erfenis', ‘Geheel de uwe’ en ‘Lucifer’. Connie is voor mij één van de beste Nederlandse schrijfsters maar dat komt waarschijnlijk vanwege het filosofische karakter van haar boeken. Ze is o.a. filosofe.
Al lezend vroeg ik mij af in hoeverre dit debuut autobiografisch is. Ik zou mij zomaar voor kunnen stellen dat Marie Deniet model staat voor haar zelf.
Ook gezien de rest van haar oeuvre. Verschillende van haar boeken vinden hun basis in waargebeurde geschiedenissen. (na spitten op het www moet ik bijstellen; ik las dat het boek niet autobiografisch was.)
Zou Marie Deniet nog een betekenis hebben? Connie komt uit het Katholieke zuiden waar iedereen Marie heet. Dan zou de betekenis zoiets kunnen zijn van grijs, nietszeggend, onbelangrijk?
Als ik een boek zou schrijven zouden de namen met zorg worden gekozen. Vandaar dat ik zo denk.

Het boek bestaat uit zeven hoofdstukken over zeven mannen die een stukje – gedurende10 jaar - meewandelen op haar levensweg. Ze kijkt, zij ervaart, analyseert en mijmert.
Dat ‘luik-achtige’ herken ik van ‘Geheel de uwe’.
De laatste is een psychiater waarbij Marie, na weer genoeg te hebben geluisterd, nu zelf vooral aan het woord is.
Dat levert prachtige zinnen en gedachten op. Mijn e-reader vermeldt 16 markeringen. En ik weet dat ik er nog meer had kunnen maken.
Er kwamen zoveel herkenbare zaken voorbij.
Een bloemlezing daaruit en mijn gedachten daarover aan Connie:

Eerst wil ik zeggen dat ik jaloers ben op je. Op je dertigste ben je in je hoofd al bezig met zoveel dingen. Om die tijd, een paar jaar later dan jij, was ik bezig met zwangeren, baren, de keuze tussen pampers of katoenen luiers vanwege het milieu, loop-, fiets- en zwemlessen, kappers, tandartsen en orthodontisten, schoolkeuzes en vakkenpakketten en tussendoor nog mensen redden door wasbeurten te geven en hun open benen te verbinden.
Je zou kunnen stellen dat ik wat later op gang gekomen ben.

‘Maar ik ken mezelf. Voor ik het weet heeft iemand tegenover me het alleen nog over zichzelf en hoewel ik graag wegzink in de verhalen van mensen en er ook moeilijk toe kom om over mezelf te praten, lag het nu anders.’
Helaas ligt het bij mij nog steeds niet anders en daarom ontwijk ik de mensheid liever. Misschien is dat bij jou wel gelukt? Durf je heel open en vrij over jezelf te spreken met welke willekeurige anderen dan ook? Of is het toch de aard van het beestje om introvert te blijven. Mij lijkt het laatste.
Ik denk zo vaak, wanneer ik op het punt sta om iets te vertellen:
‘Ach, hoe interessant is dit eigenlijk? ….Not’ en hou mijn mond dicht. Ik heb op dat vlak mijn zachte stem ook niet echt mee. Mensen overrulen me heel vaak, vallen me in de rede zonder dat ze die bedoeling hebben. (geloof ik)
Mijn motto is: wanneer mensen echt geïnteresseerd zijn dan stellen ze vragen. Het komt weinig voor. Dientengevolge ben ik slecht in het verbaal reageren. Ik moet lang nadenken. Op schrift gaat het beter

‘Ik geloof dat ik niet goed met vrouwen op kan schieten. Ze maken me onzeker en als ik mij onzeker voel, zeg ik alleen maar dingen waarvan ik denk dat iemand anders ze zielsgraag wil horen. Dan denk ik zelf niet meer na.’
Ook ik zeg vaak snel dingen waarvan ik denk dat ze dat willen horen. Dan ben je er ook weer snel vanaf. Want voor je het weet hebben ze het weer over zichzelf. Waarom zoeken mensen toch zo ziekelijk naar bevestiging? Zie Facebook. In de tijd dat je dit boek schreef was dit nog totaal onbekend. Je kunt wel stellen dat het erger is geworden. Mensen worden ook weer bevestigd in de hang naar aandacht en bevestiging. Mooi cirkeltje.
In die zin is je volgend opmerking ook weer actueel:

‘Wat afzonderlijk is en alleen en nergens in past, heeft geen betekenis. We moeten de dingen en de mensen redden, ze verlossen van hun betekenisloosheid, steeds weer, steeds opnieuw.'
Je bent te idealistisch. Daar heb ik dus tabak van gekregen. Mensen zijn wat dat betreft bodemloze putten. Omgekeerd vind ik het best om betekenisloos te zijn, al doet dit blog iets anders vermoeden. *grinnik*
Ik ben gelukkig met mijn boeken, muziek en tuintje en blogje, mijn erfelijk materiaal.
(man,kinderen en kleinkinderen even buiten beschouwing gelaten.)

‘Meestal was ik verliefd op de meester. Meesters waren zelden mooi, maar ze wisten veel en hadden boeken gelezen.’
Deze opmerking is ook zo leuk. Ik kan ook verliefd worden op breinen die veel weten. Ik heb nooit meer bedoelingen dan alleen om te weten hoe zo’n brein in elkaar steekt en op welk niveau het functioneert en of het dan interessant genoeg is om met die persoon contact te houden. Helaas lukt dat nauwelijks, sommigen willen zich niet laten ‘volgen’ of voelen zich misschien bedreigd door mij. Soms zijn het de vrouwen van die mannen – het zijn meestal mannen - die zich bedreigd voelen.
Daarover heb ik me ook al suf gepeinsd.

‘Als je met een stel omgaat moet je je aandacht gelijkmatig verdelen. Voor je het weet hang je aan de lippen van de meest vlotte spreker en voelt een derde zich uitgesloten of niet voor vol aangezien.’
Dit dus. Ik wend me het liefst tot het brein wat voor mij het meest interessant is maar helaas wordt dat door - vooral vrouwen- niet gewaardeerd en moet ik me ook bezig houden met allerlei oppervlakkige onderwerpen die mijn belangstelling totaal niet hebben. Ook dat ga ik steeds meer vermijden. Dan maar thuis met een goed boek.

'Het waren oude mensen, ze waagden zich op een dag als deze buiten de deur, stelden hun broze botten aan het gevaar van een doodssmak, alleen om naar de professor te kunnen luisteren. Zouden zij op hun zeventigste nog met dezelfde vragen rondlopen als ik, nog honger hebben naar kennis, nog op zoek zijn naar een stem, die helderder klinkt dan die van de zeurende tegenstander in je hoofd? Hield het dan nooit op?’
Nee, Connie. Je weet inmiddels vast wel dat het nooit ophoudt. De cursussen van het HOVO- onderwijs worden ook bevolkt door dit type mensen waar ik er inmiddels – met veel plezier - één van ben. Gelukkig doen mijn botten het nog goed.

‘Welke achterlijke idioot heeft het in de hersens van de mensen zitten stampen dat ze eerst van zichzelf moeten houden voordat ze een ander lief kunnen hebben? Het is de meest belachelijke, de meest domme, de meest wrede wet ever en ze regeert de twintigste eeuw. Het is rabiate nonsens. Je moet van iemand anders houden en iemand anders moet van jou houden, dat moet je niet ook nog eens zelf hoeven te doen, dat is onmogelijk.
Wie houdt er nu van zichzelf zonder door een ander bemind te worden? Niemand toch?
Ja, een handvol monomane gekken met negen assertiviteitstrainingen achter de rug.’

Ik begrijp je heftige reactie. Ik denk dat de woordkeuze verkeerd is. Het komt uit de Bijbel; 'de ander liefhebben als jezelf' Houden van jezelf komt op mij ook vreemd over. Hooguit kun je spreken over jezelf accepteren en vanuit die grondhouding eventueel dingen veranderen waar je een hekel aan hebt. Ik denk je die eerder genoemde opmerking uit de Bijbel in samenhang moet zien met de opmerking dat je de ander behandelt zoals je zelf behandeld zou willen worden.

‘Mannen maken de wetten. Met de wetten verbinden ze wat ver uit elkaar ligt, hemel en aarde, ziel en lichaam, u kent ze wel, de tegenstellingen. En dan lezen ze met de wetten in de hand de wereld. Met jou erbij. Als dit dan dat. Als jij zus dan zo.
Ze lezen je als een boek. [...] De mannen weten veel van de wereld en weinig van zichzelf. Ze spinnen hele netwerken tussen de uiteenlopende dingen en soms hebben ze niet in de gaten dat hun kennis ook maar een manier is om de kop boven water te houden. Achter mannen stonden steeds weer andere mannen en dat waren mannen waarvan zij de wetten hadden geleerd. [...]
Ik hou van mannen. Ze zijn eenzaam.
Eigenlijk willen ze allemaal hetzelfde: heilig worden, goddelijk. Maar het is niet aan de mens om goddelijk te zijn. Een mens is menselijk en dat is al moeilijk zat.’

Daar ben ik ook achter gekomen. Mooi omschreven.
Mannen denken rechtlijniger. Logischer. Daarom hebben we al zoveel van de wereld en zijn natuurwetten ontdekt. Zouden we, als we alleen zouden zijn met vrouwen op deze wereld ook zoveel dingen hebben ontdekt en gebouwd? Of zouden we dan juist andere dingen ontdekken? Of doen we dat toch al wel? Alleen, wij vangen het niet in wetten. Daarom zijn we ook flexibeler denk ik.
Zelf denk ik vaak in paardensprongen.
Dat is lastiger volgen maar wees eerlijk: het paard is toch het meest spannende schaakstuk wat er is?

woensdag 20 juli 2016

Aantekeningen uit het dodenhuis


In 2015 is een heruitgave verschenen van de ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ van Fjodor Michailovitsj Dostojevski 1821 - 1881 wat hij schreef in 1862.
In 1968 is het voor het eerst uitgegeven in Nederland.
Ik las een digitale editie naar de vijfde druk met een uitgebreid voorwoord van Jan Brokken.
Dit boek vestigde Dostojevski's naam als schrijver. Hij was zelf politiek dwangarbeider in zo’n kamp van 1849 -1853. In dit boek beschrijft hij zijn ervaringen aan de hand van de hoofdrolspeler Aleksandr Petrovitjs, een adellijke intellectueel die in een werkkamp in Siberië belandt omdat hij iets vaags op zijn kerfstok heeft.

Volgens kenners zitten in die vier jaar opsluiting van Dostojewski de kiemen van zijn hele oeuvre, in het bijzonder van 'Misdaad en straf' en ‘de gebroeders Karamazov’ die ik ook allebei heb gelezen. In ‘de Idioot’ ben ik wel eens begonnen maar helaas. ‘De gokker’ heb ik ook ooit eens gelezen maar daar weet ik weinig meer van.
Wanneer je weet dat sommige personages uit zijn latere boeken hierin al in de kiem aanwezig zijn is het wel grappig om daarnaar te zoeken.
In de medegevangene Alej zie ik bijvoorbeeld Aljosja uit ‘de gebroeders Karamazov’.

Het was mijn bedoeling ons hele kamp en alles wat ik in die jaren heb doorgemaakt, samen te vatten in één breed opgezet, overzichtelijk beeld. Ik weet niet of ik dat doel bereikt heb. En het is ook niet aan mij om dat te beoordelen.’
Ergens aan het eind bij zijn vrijlating schrijft hij:
‘Zo kwam het dus dat ik bij onstentenis (het ontbreken) van boeken onwillekeurig was afgedaald in mijn eigen innerlijk, mezelf problemen voorlegde en die trachtte op te lossen, soms werkelijk martelende problemen…….maar dat zijn allemaal dingen die je niet zo gemakkelijk aan derden kunt duidelijk maken.’
Wel, duidelijk is dat hij in zijn andere boeken verschillende vraagstukken verder heeft uitgewerkt.
Dostojewski is een waarnemer. Hij heeft de mensen van het strafkamp bestudeerd en in dit boek mooi weten weer te geven. Aantekeningen uit een dodenhuis voor de levenden.
Gebrek aan psychologisch inzicht kan hem niet verweten worden. Dat is zijn kracht; het waarnemen en raak weten te typeren.
In een cursus kunstgeschiedenis leerde ik dat veel kunstenaars beroemd zijn geworden, niet omdat ze zo geweldig schilderde maar omdat ze vernieuwend bezig waren voor hun tijd. Zou dat met Dostojewski ook het geval zijn geweest? Dat zijn waarnemingen en doordachte hersenspinsels op deze manier nog nooit in woorden waren gevangen en dat het daardoor opeens veel herkenning gaf bij de lezers?
Ik zou het me zomaar kunnen voorstellen.

Ergens deelt hij deelt de mens in in groepen: de kinderlijken en eenvoudigen waren de grootste klets- en schaapskoppen. De overigen, de zwijgzamen kun je indelen in goeden en slechten, opgewekten en verzuurden.
Die verzuurden waren in de meerderheid en bemoeiden zich vooral met de anderen en weigerden zichzelf bloot te geven.
De goeden waren in de minderheid, hielden hun verwachtingen voor zich maar hadden hoop en geloof.
Dan was er nog een groepje ‘volslagen vertwijfelden’. Die konden zomaar ontploffen.
Maar: ‘de werkelijkheid streeft naar verbijzondering. Ook in ons kamp had iedereen een eigen, persoonlijk leven, hoe dan ook.’

Beschrijvingen van de jaarlijkse (!) badbeurt, het kerstfeest en een zelfgemaakt toneelstuk worden uitgebreid beschreven en zijn soms langdradig.
Er zijn verhalen over het ziekenhuis, over de dieren in het kamp, over vriendschap en vluchtpogingen.
Wat mij ook opviel was het communisme avant la lettre in deze kampen die naar onze maatstaven nog enigszins open waren. Alles was voor iedereen of je wilde of niet. Alle type misdadigers zaten door elkaar; een moordenaar van zes mensen tussen de politieke gevangenen. Lag iemand dwars dan kreeg ie zweepslagen.
Hij onderstreept – uit ervaring - het belang van het beschikken over eigen geld, van verantwoordelijkheid, van respect en van bezigheden. Hij benoemt het gevaar van ‘dienstkloppers’ die naar de letter van de wet leven, ‘met voorbijzien van de geest ervan’.
Ik heb weer veel markeringen.
Een bloemlezing:

Daarom voerden roddel, intriges, ouwewijvenpraat, bekvechterij en kwaadaardigheid altijd de boventoon in dit infernale bestaan. Geen vrouw kon het in achterklap tegen sommige van deze ruige gasten opnemen.

Het systeem van tuchthuis en dwangarbeid corrigeert vanzelfsprekend geen enkele misdadiger; het straft hem slechts en beveiligt de samenleving tegen verder aanslagen van de boosdoener op haar rust. Tuchthuis en dwangarbeid doen niets anders dan haat, dorst naar verboden genietingen en een ontstellende lichtzinnigheid in de misdadiger ontwikkelen.

De gedachte is wel eens bij mij opgekomen dat als men de mens totaal zou willen vermorzelen, vernielen en op de gruwelijkste wijze straffen, zodat zelfs de meest afschuwelijke moordenaar al bij voorbaat voor zo’n straf zou terugdeinzen, men niet anders hoefde te doen dan het werk het karakter van volledige, absolute nutteloosheid en zinloosheid te geven.

Later leerde ik inzien dat er behalve vrijheidsberoving en gedwongen arbeid in het tuchthuisbestaan nog een andere kwelling bestaat, die wellicht alle andere in hevigheid overtreft en wel: het gedwongen samenleven.

In welk milieu of welke omstandigheden ook, altijd en overal kent ons volk van die vreemde persoonlijkheden die de vreedzaamheid zelve zijn en soms verre van lui, maar wier lot het is altijd paupers te blijven. En zij zullen er ook altijd zijn. Het zijn altijd eenzamen, slonzen, ze kijken onveranderlijk een beetje schuw en terneergeslagen uit de ogen, ze worden altijd van het kastje naar de muur gestuurd en als manusje-van-alles misbruikt, vooral door nietsnutten en nouveaux riches en parvenu’s. Iedere verantwoordelijkheid, ieder initiatief betekent voor hen misère en pressie. Zij lijken wel geboren met de ingebouwde voorwaarde zelf nooit iets op touw te zetten, niet op eigen wilskracht te leven, maar om altijd knechtje voor een ander te spelen en naar andermans pijpen te dansen; hun bestemming is het om andermans bevelen uit te voeren.

De mens is een schepsel dat aan alles went, en dat is geloof ik wel de beste definitie die van hem gegeven kan worden.

woensdag 28 augustus 2019

Trilogie 'de Medici'


Geschreven door Matteo Strukul in 2017 en 2018.
Strukul is Italiaan, geboren in Padua in 1973. Hij heeft daar rechten gestudeerd. Deze trilogie over de Medici trok mijn aandacht. Ik hou van historische romans mits de feiten kloppen.
Dat denk ik van deze boeken redelijk wel, al laat hij wel steken vallen.
Ook komt de schrijver niet bepaald in aanmerking voor de Nobelprijs voor de Literatuur; zijn boeken lezen als een trein.
Waren die Medici’s nu echt zo slecht? Woekeraars en uitzuigers. Dat vooroordeel had ik wel vanwege Catharina de Medici, de gifmengster die opdracht gaf tot de slachting onder de protestanten in de Bartholomeusnacht in 1572.
De oorzaak horen we niet vaak maar is er natuurlijk wel: elk gevolg heeft een oorzaak. De Hugenoten waren ook geen lieverdjes. Maar de Rooms Katholieken blijven in mijn ogen toch wel duidelijk de 'Bad Guys'.
De ‘Affaire des Placards’ zette in 1534 al kwaad bloed. Gevolgd door het ‘edict van Fontainebleau’ 1540.
Hugenoten zijn vernoemd naar een herberg ‘Porte Hugon’ vlakbij Rocamadour in de Dordogne waar snode plannen werden gesmeed. Tenminste, volgens deze schrijver. Ik kan het verder nergens terugvinden.

De Medici’s waren een rijke bankiersfamilie in de veertiende- , vijftiende eeuw (Renaissance) in Florence, Italië. Hun banken stammen uit eind veertiende eeuw
Italië was in die tijd onderverdeeld in stadsstaten waarvan Florence één van de rijkste was. Venetië was een andere rijkaard. Werden de stadsstaten eerder geregeerde door de adel; de rijke middenklassers kwamen op en kregen steeds meer macht. Vormgegeven in ‘de Signoria’

Alles resumerend denk ik dat de kracht van de Medici’s lag in het bedenken van win-win situaties en het geduld om kansen af te wachten.
Ze hadden ook allemaal een grote liefde voor de kunst en kunstenaars. Daardoor werd Florence de belangrijkste renaissance stad voor de kunst en is het niet gek dat Vasari daarover zijn boeken schreef.
De dynastie heeft ook voor een paar pausen gezorgd. Leo X die Maarten Luther excmmuniceerde en Clemens VII

Deel 1: de Medici
De Pater familias, Giovanni de Medici sterft in 1429.
Waarschijnlijk door vergiftiging. Zijn zoons Cosimo en Lorenzo zetten het familiebedrijf voort.
Cosimo noodgedwongen omdat hij de oudste was. Hij was liever kunstenaar geworden.
Hij heeft een flinke vinger in de pap gehad bij de voltooiing van de beroemde koepel van Florence: de ‘Cattedrale di Santa Maria del Fiore’. Vanwege de financiële middelen natuurlijk.
Filippo Brunelleschi was het genie dat de koepel wist te dichten.

De nodige vijandelijkheden tussen de leden van de Signoria worden verteld; Cosimo is een keer bijna ter dood veroordeeld, maar werd uiteindelijk verbannen naar Venetië, waar hij ook al snel de belangrijkste mensen voor zich wist te winnen. In die tijd werd het een chaos in Florence zodat men weer blij was met zijn terugkomst.
In bankzaken was hij ook goed. Hij wist het tot bankier van het Vaticaan te schoppen.
En passant wordt het ‘Filioque-probleem’ besproken omdat het werd behandeld op het concilie van Ferrara-Florence in 1439.
Cosimo de Medici was volgens deze schrijver een inspirator. Helaas liep deze verzoeningspoging tussen de Oosterse Orthodoxe kerken en de Kerk van Rome op niets uit. Volgens de Oosterse orthodoxe kerken getuigde het van superioriteitsgevoel om iets toe te voegen aan een gemeenschappelijk Credo. (van Nicea in 325) En dat werd niet gepikt. Er zat volgens de schrijver ook veel rancune achter omdat het westen zich nooit zo heeft bekommerd om de oosterse kerken.
Het ging hierom:
…..En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader (en de Zoon) aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten……
Dat ‘en de Zoon’ is pas in 1014 toegevoegd door paus Benedictus XIII

Deel 2: het huis de Medici
In dit deel wordt verteld hoe het verder verloopt met de nazaten van Cosimo. Piero is de zoon die het beheer van de banken overneemt. Een wat onopvallendere Medici maar met dezelfde liefde voor kunst. Evenals zijn vrouw Lucrezia Tornabuoni.

Na hem zijn het zijn zoons Lorenzo en Guiliano die de zaken overnemen. Onder de bevolking zijn ze populair maar onder de adel niet. Onder invloed van paus Sixtus IV wordt er een aanslag gepleegd op Lorenzo en Guiliano, nota bene tijdens een eucharistie in de ‘Cattedrale’!
Guiliano overleeft het niet.
Wat zijn pausen toch vaak corrupt geweest. ( op dit moment lees ik een boek over de Borgiá’s)
Het wordt de ‘Pazzi- samenzwering’ genoemd, naar een vijandelijke adellijke familie. De oudste telg van Lorenzo, Bianca, trouwde een ‘Pazzi’. Dat was natuurlijk voor de aanslag. Het liep daar allemaal lekker door elkaar. Net hoe het uitkwam en/of nodig was voor de dynastie.
Lorenzo krijgt de bijnaam ‘Il Magnifico’. Of Lorenzo I.
Ook Lorenzo was een liefhebber van kunst en gaf vele kunstenaars ondersteuning.
Hij trouwde met Clarice Orsini, een belangrijke naam in die tijd en kreeg tien kinderen. Eén ervan zou het tot paus schoppen; paus Leo X (1513) en ook zijn neefje, kind van de vermoorde Guiliano, werd tot paus Clemens VII in 1523 uitgeroepen. Zie boven.
Na zijn dood raakte de dynastie in verval. Piero II was daar schuldig aan. Hij zette de deur open voor Karel/Charles VIII van Frankrijk tijdens de Italiaanse oorlog om door Florence te trekken met zijn leger. Tsja. Dat leger gedroeg zich niet echt netjes en plunderde Florence.

Leuk is dat op dit moment een serie loopt over de Medici’s op de Belgische TV: 'Medici, Masters of Florence'.
Zelf moet ik altijd wel lachen wanneer ik in zo'n serie al die mooie mensen met keurige witte gebitten zie. Dat zal in die tijd wel anders zijn geweest. Op de wereldwijdeweb vond ik nog een site met grove fouten uit de TVserie.

Deel 3: Dochter van de Medici
Het laatste deel gaat over Catharina de Medici. Zij werd uitgehuwelijkt aan de tweede zoon van de koning van Frankrijk; Hendrik II.
Haar vader was Lorenzo II de Medici en die was weer een zoon van Piero II de Medici. Die was zoon van Lorenzo Il Magnifico of Lorenzo I
Pffft…voordat ik dat allemaal op een rijtje had in mijn hoofd ….
Dus……Catharina was een achterkleindochter van Lorenzo Il Magnifico.

In 1533 werd Catharina uitgehuwelijkt aan Hendrik die door de plotselinge dood van zijn oudste broer in 1536 kroonprins werd. Werd deze vergiftigd?
In 1547 werden ze koning en koningin.
Catharina had geen gemakkelijk leven. Ze was in Frankrijk niet geliefd. Ze was een ‘koopmans dochter’ van die bloedzuigers en gifmengers uit Italië. Ze was wel een sterke persoonlijkheid. Dat moet wel anders had ze het niet volgehouden.

Ze moest het opnemen tegen Diana de Poitiers, de twintig jaar oudere maîtresse van Hendrik.
Hendrik en Catharina kregen tien kinderen, maar wel dankzij de ‘sturing’ van Diana. Hoe vernederend.
Toen Hendrik gewond raakte in 1559 en aan zijn verwondingen stierf trok Catharina alle macht naar zich toe; verbande Diana naar één van haar kastelen en zij stierf daar in 1566.
Catharina onderhield banden met Nostradamus en verdiepte zich behalve in de theologie ook in de esoterie. Ook zij hield van kunst en gaf de kunstenaars in Frankrijk een boost. Dat is wel een mooi genetisch trekje.

Hendrik en Catherine (en Diana) waren overtuigd Rooms Katholiek en tijdens hun bewind werd het ene na het andere edict uitgevaardigd.
In 1551 het edict van Châteaubriant. In 1557 het edict van Compiègne en in 1559 het edict van Ēcouen dat de uitroeiing van de calvinisten beoogde. Volgens deze schrijver.
Allemaal gericht tegen de protestanten. Nee, het was daar geen gemakkelijke tijd. Geen wonder dat zovelen Frankrijk zijn ontvlucht.

In 1560 was er een poging van de protestanten om macht terug te krijgen maar dat mislukte en staat te boek als de samenzwering van Amboise.
Dat wist ik allemaal niet toen we daar ooit eens waren.
De bruiloft van dochter Margaretha (Margot) met Hendrik van Navarra in 1572 werd aangegrepen om de Hugenoten uit te moorden. Vanwege de bruiloft waren er heel veel in Parijs.
Gaspard de Coligny was hun leider en werd in die Bartholomeus nacht vermoord.
(Zijn dochter, Louise, was de vierde vrouw van Willem van Oranje)
Deze Hendrik van Navarra was katholiek – protestant, ontsnapte aan de Bartholomeusnacht – en weer katholiek, maar was tolerant.
Hij belandde als eerste ‘Bourbon’, na het ‘huis van Valois’ op de Franse troon (van 1589 – 1610) en vaardigde in 1598 het ‘Edict van Nantes’ uit wat de protestanten meer vrijheden verschaften en een eind maakte aan de godsdienstoorlogen. Een pragmatisch mens.
Helaas werd dit edict weer herroepen door Lodewijk XIV in 1685 in het ‘edict van Fontainebleau’

Catharina kon wel goed overweg met haar schoonvader. Deze zag dat zij het moeilijk had aan het hof en voorzag haar van een beschermer: Raymond de Polignac. Deze figuur heb ik echter nergens terug kunnen vinden.





vrijdag 15 februari 2019

Hoe overleef ik moeilijke mensen



Geschreven door Jörg Berger (Duitser) in het afgelopen jaar.
Ooit las ik een boek van Les Parrott (Amerikaan) uit 1996. Ook over deze materie. Heel veel komt overeen. (Moeilijke mensen, hoe ga je daarmee om?)

Mooi dat ook religiositeit in beide boeken erbij betrokken wordt omdat heel veel mensen een religieuze achtergrond hebben en daarin hebben geleerd om altijd klaar te staan voor anderen, de ander belangrijker te achten dan jezelf, altijd moeten vergeven en…zo….voort.
Dan loop je op een gegeven moment vast.
Ik denk dat ik dat in mijn leven ook verkeerd heb gedaan. Zeker in de (langdurige) verpleging. Mensen waren ‘mankerende’ dus kregen ze alle aandacht zonder dat ik iets terug verwachtte.
Een van mijn werkgevers stuurde mij altijd naar moeilijke mensen toe en dat vond ik niet erg. Het was voor mij een uitdaging. Toen kon ik niet inschatten of voorspellen dat het zo’n wissel zou trekken op mijn eigen geestelijk gezondheid.
Wanneer je privéleven dan daarmee niet in balans is gaat het verkeerd. En ja, ik kreeg een soort angst voor nieuwe contacten. Bang dat ik nog meer energieslurpers om me heen zou verzamelen in plaats van leveranciers.

Kort geleden had ik het alweer in een winkel. Iemand begon zomaar een gesprek en voor ik het wist was ik betrokken in andermans misère. Nu durfde ik het wel te zeggen: ‘sorry, ik was eigenlijk uit op een nieuwe koekenpan’, maar zonder schuldgevoel lukt dat niet. Wie weet had zij thuis geen luisterend oor. Of het was (weer) zo’n bodemloze put waarvan ik vroeger dacht: als je er maar voldoende aandacht en liefde instopt dan dempt ie op een goede dag wel.
Die illusie ben ik wel kwijt.
Energieverslinders zijn het, Sponzen, Rupsjes Nooitgenoeg.
‘Run away and hide from everyone’…..

Dit boek is niet bedoeld voor moeilijke mensen maar juist voor mensen die daaronder lijden en beide schrijvers geven adviezen hoe daarmee om te gaan. Ze geven ook wat achtergrond informatie hoe het komt dat mensen zo kunnen worden.
Er gaat altijd iets aan vooraf. Dat begrijp ik ook wel en natuurlijk herkende ik ook best trekjes van mijzelf. Genoeg om aan te werken. Tegen de tijd dat ik volmaakt leef met al mijn naasten wordt het waarschijnlijk tijd om afscheid te nemen.
In deze boeken staan handvaten om er op een tactische manier iets tegen te doen. Dat deed ik nooit. Tenslotte heeft iedere gek zijn gebrek zo dacht ik. Leven en laten leven.
Al die moeilijke mensen hebben zowaar ook hun positieve kanten. Deze boeken helpen om ook dat in te zien.

Berger onderscheidt de

Negatieveling, Praatjesmaker, Grensoverschrijder
Vermijder, Dominante, Energieverslinder en Wreker

Parrett is uitgebreider en heeft vijftien groepen:
De Muggenzifter, Martelaar, Domper, Stoomwals,
Roddelaar, Gluiperd, IJspegel, Octopus, Afgunstige,
Vulkaan, Spons, Streber, Werkpaard, Flirt en Kameleon.

Bij alle types kun je je wel een voorstelling maken en dat een beetje in het extreme trekken. En dan zijn er ook nog de combinaties.

vrijdag 3 mei 2019

Nag Hammadi geschriften I Codex I



Ze staan al tijden in mijn boekenkast en ik lees er regelmatig stukjes uit naar aanleiding van verwijzingen in andere boeken. Nu ben ik gewoon begonnen bij het begin en probeer er stukje bij beetje door te komen.
Ik heb een 2e druk uit 2005.
De eerste drie boeken uit de Codex I of Codex Jung heb ik inmiddels doorgelezen.

1. Gebed van Paulus de Apostel
Wat mij opviel in dat eerste, korte boek was de schoonheid van dat gebed. Wat bid ik dan altijd armzalig en gewoon.
Wat mij ook opviel was de zinssnede: ‘……naar het beeld van de god van de sterfelijke ziel.’
Ik heb al een tijdje mijn twijfels of de ziel per definitie onsterfelijk is.
Zoals een vriendin het kortgeleden samenvatte toen we het erover hadden:
‘Buiten God heeft niets leven, laat staan eeuwig leven.’
Leven is het tegenovergestelde van dood. Zeker die tweede dood.


2. Geheime boek van Jacobus
Geschreven in briefvorm door Jacobus de broer van Jezus die bisschop is geworden van Jeruzalem, aan de zoon Kerinthos.
Hij vertelt hierin over de ontmoeting die hij en Petrus hadden met Jezus. Dat was vijfhonderdvijftig (!) dagen na de Opstanding. Het is oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws.
De meest opvallende dingen: Jezus spreekt hen best wel bestraffend toe omdat ze nog steeds niet lijken te hebben begrepen waar het om draait in het Koninkrijk der Hemelen.
‘Luister naar het Woord, Versta de gnosis (=kennis), Bemin het leven.
Niemand zal jullie achtervolgen en niemand zal jullie kwellen, anders dan jullie zelf.’

En ‘Veracht dus de verwerping als je daarvan hoort, maar verheug je des te meer als je hoort over de belofte’.

3. Evangelie der Waarheid
Volgens de beschrijvingen één van de meest diepzinnige boeken van deze ‘Nag Hammadi verzamelingen’. De schrijver is onbekend.
Een mooie uitleg vond ik hierin over de gelijkenis van de negenennegentig schapen en die ene missende, waar Jezus naar op zoek gaat.
Bij het tellen in de oudheid telde men met de linkerhand; pas bij een bepaalde volheid ging dat getal over naar de rechter (= goede) hand. Die negenennegentig in de linkerhand konden pas ‘verlost worden’ wanneer die honderdste was gevonden.
Het gaat in dit Evangelie over ‘de Naam’.
De Naam van de Vader is de Zoon.
‘Hij gaf hem Zijn Naam, die Hem-Haar (!) toebehoorde, Hij de Vader, aan wie alles wat bij Hem bestaat toebehoort.’ […] Want waarlijk, de Onvoortgebrachte kent geen naam. Welke naam zou men immers kunnen geven aan Hem die niet tot bestaan is gebracht?
Alle wezens zijn uitvloeisels van de Vader en kunnen zich verheffen tot de Vader, ook al kunnen ze dat niet uit zichzelf, ze zijn niet los van de heerlijkheid van de Vader.
Het is een boek waar je blij van wordt. Je voelt de ruimte, de lucht en de liefde van die metafysische werkelijkheid.





donderdag 31 december 2020

Exodus


Niet door Mozes geschreven, maar deze keer door Jonathan Sacks, Brits Opperrabbijn, in 2010 (p 252) Ondertitel: boek van de bevrijding en de geboorte van een natie.
(of volk, vergadering, gemeenschap. P 16)
Ik weet niet in welke volgorde hij de vijf boeken van de Thora heeft becommentarieerd; in het Nederlands is dit het eerste boek. Er wordt een volk geboren en Sacks is duidelijk trotser op zijn Joodse wortels dan ik op mijn Nederlandse.
Sacks kende ik al van zijn boeken 'Een gebroken wereld heel maken' en 'Niet in Gods Naam'.




Een wijze man, die goed te volgen is wanneer je het één en ander afweet van de Bijbel en de Joodse religie. Helaas is hij vorige maand overleden. Bij nazoeken op het www ontdekte ik tot mijn geruststelling dat de vijf boeken in het Engels compleet zijn. 

Ooit wilde ik de Bijbel gaan lezen voor mezelf en dan meteen alle vragen opschrijven die bij me opborrelden. Het is er nooit op die manier van gekomen, maar nu, lezend in dit boek kom ik veel tegen waar ik zo mijn vragen bij had. Ik had als Jood geboren moeten worden. Dan kun je putten uit een lange traditie van zoeken naar antwoorden.
Dit boek bestaat uit elf parasja’s; elf schriftlezingen. Elke week één. Exodus werd in de winter gelezen.
Wat wil ik onthouden van dit boek? Dat valt niet mee want er staat zoveel interessants in.
Een bloemlezing:

Niet alleen het chiasme in Ex 6: 2-8, maar de hele Thora is in grote lijnen een chiasme:
A. Genesis,  de voorgeschiedenis van Israël
             B. Exodus, de reis naar de Sinai
                           C. Leviticus, het priesterschap, offers en heiligheid
             B. Numeri de reis vanaf de Sinaï
A. Deuteronomium , de toekomst van Israël.
Zonder de priesterdienst, beschreven in Leviticus, het hoogtepunt van een chiasme, zou er geen Joods geloof of Joodse ethiek zijn.

Maar ook in Exodus zelf is een chiasme te onderscheiden:
A. onrechtvaardige samenleving
            B. Bevrijding d.m.v. de tien plagen
                        C. Splijten van de Rietzee
            B. Vrijheid d.m.v. de tien geboden
A. rechtvaardige samenleving

De beelden van de rivaliteit tussen de broers in het eerste Bijbelboek waar ik me ook altijd over verbaasd heb: Kain en Abel, Izaäk en Ismael, Jakob en Ezau, Jozef en zijn broers en dan Mozes en Aaron.
Kain sloeg uit jaloezie zijn broer Abel dood; tussen Izaäk en Ismael was er ook jaloezie in het spel; maar kwam er, hoewel ze gescheiden werden, een verzoening tot stand want ze stonden samen bij het graf van hun vader Abraham.
Jakob en Ezau hebben ook zo hun verleden met jaloezie maar omhelzen elkaar later weer. Jozef verzoent zich ook weer met zijn jaloerse broers en gaat zelfs voor hen zorgen.
Mozes en Aaron trekken met elkaar op als één man om het volk te leiden. Zo wordt het beschreven in Exodus 6: 25 waar verkeerd is vertaald. Daar staat namelijk ‘Het was deze Aaron en Mozes….’ in het enkelvoud om hun eenheid te benadrukken.
In vers 26 hetzelfde maar dan in omgekeerde volgorde: ‘het was deze Mozes en Aaron’.  (In de Naardense vertaling staat het wel goed.)
Je zou kunnen spreken van een ‘evolutie’.
Juist omdat de oudere Aaron zijn jongere broer eerde en niet jaloers was maakte dat hem tot een geschikte hogepriester.

Het vreemde van de passieve en de actieve rol van het Joodse volk. Bij de Rietzee moesten ze het ‘gevecht’ met de Egyptenaren aan God overlaten (Ex 14: 13,14); vervolgens in de strijd met de Amelekieten moesten ze zélf vechten onder de opgestoken armen van Mozes. (Ex 17:9)
Het eerste paar stenen tafelen met de wet erop geschreven gooide Mozes kapot. Ik vond dat altijd wel gewaagd van hem; iets wat nota bene door Godzelf was beschreven! (Ex 31: 18)
Het tweede paar stenen tafelen moest Mozes zelf uithakken  (Ex 34:1) en toen hij daarmee afdaalde glansde zijn gezicht.
Sacks legt het uit als een opwekking vanuit de mens die meer bevrediging geeft en permanenter van aard is en die de mens definitiever verandert dan een opwekking alléén van Boven. ‘Niet wat God voor ons doet verandert ons maar wat wij voor God doen.’ (p. 27)
Dat vind ik dan weer te gewaagd.
Zelf zou ik het formuleren als: God geeft het voorbeeld en wij mensen doen het met Zijn hulp na.
Jezus doet ons vóór en wij volgen na.

Toen Mozes op de Berg was kreeg hij van God instructies over de bouw van de tabernakel. En later lees je diezelfde instructies nog een keer wanneer Mozes die doorgeeft aan de bouwers.
Er is een verschil: het sabbatsgebod staat bij God aan het einde van de instructies en bij Mozes aan het begin.  Waarom?
Vanuit God was de zevende dag de sabbat maar voor de mens die op de zesde  dag geschapen is was de sabbat de eerste dag.
Ik hou van die logica.
De sabbat, of in ons geval de zondag als tegengif voor de ‘homo economicus’.   De dag dat we niet denken aan geld maar aan waarden en een generale repetitie is voor de ideale samenleving die gaat komen. De ‘Olam Haba’.   

Waarom beslaat de schepping slechts vierendertig verzen en de bouw van de tabernakel wel vijfhonderd? Voor een almachtige en alwetende God is het niet moeilijk om een huis voor de mensheid  te bouwen, maar voor kleine, feilbare mensen is het wel moeilijk om voor God een huis te bouwen.
God vindt het interessanter wat wij scheppen dan wat Hijzelf heeft geschapen. Maar waarom staat dit verhaal in het boek Exodus en niet in Leviticus wat helemaal gewijd is aan de priesterdienst in de tabernakel?
Om een natie, een volk te bouwen  hadden ze een gezamenlijk doel nodig. Wat samen gedaan wordt geeft identiteit en verantwoordelijkheid.  Dat vormt een volk.

Heel lief van Sacks dat hij het boek begint met zes vrouwen. Zonder hen zou er geen groot man als Mozes zijn geweest.
Zijn moeder Jochebed, die haar kind verstopte. De vroedvrouwen Sifra en Pua die burgerlijk ongehoorzaam waren en de opdracht van de Farao naast zich neer legden om de jongetjes van de Israëlieten in de Nijl  te gooien. 
Zus Mirjam die haar broertje in de gaten hield en op het juiste moment haar rol speelde. 
Bitja, de dochter van de Farao (1 Kron 4: 18) die ook tegen haar vaders wensen inging door Mozes te adopteren en Zippora, de latere steun en toeverlaat van Mozes.  

De verschillen tussen priesters en profeten worden uitgebreid behandeld. Te veel om op te noemen. Een paar:
Het ambt van priester werd overgedragen van vader op zoon. De rol van profeet niet.
Priesters droegen speciale kleding, profeten niet.
De taken van een priester stonden vast, nl. onderwijzen en onderscheiden; een profeet had zijn eigen persoonlijkheid en bracht het ‘woord van de Heer’.

Een puntje van kritiek:
Het geniale van het jodendom was dat het inzag dat kennis het hoogste sociale goed is. (p 202)

Soms heb ik idee dat Sacks kennis verwart met wijsheid. Misschien is dat voor hem hetzelfde. Voor mij zijn dat echter twee heel verschillende dingen.
Door het eerste systeem ter wereld van een algemene leerplicht te creëren legden zij de basis voor een nationale identiteit gebaseerd op geletterdheid, studie en geestelijk leven. (p 204)
Gebaseerd op Jesaja 54:13: Al je kinderen worden onderwezen door de Heer, rust en vrede zal hun ten deel vallen.

Al je kinderen, dus ook meisjes……wanneer is dat dan ontspoord? 
De eerste vrouwelijke rabbijn in de geschiedenis was pas in 1935.
En in het rijtje Nobelprijswinnaars dat toch door veel mensen met een joodse achtergrond wordt bevolkt lees ik welgeteld één joodse vrouwennaam: Ada Yonath.
Ik herinner me de film 'Yentl' en korter geleden 'Unorthodox', daaruit kwam niet echt naar voren dat de vrouwen zo gelijkwaardig werden behandeld.

Maar verder een aanrader. En Genesis heb ik ook al klaar liggen. Ik verheug me erop.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   



maandag 23 januari 2023

Herkenning

In het RD van zaterdag een mooie column van Enny de Bruijn over ‘vrome woorden en kritische vragen’.

Ze vertelt over haar moeilijkheden in haar jonge jaren met stichtelijke boeken die haar totaal niet aanspraken.
In de pubertijd op de middelbare school las ze op aanraden van vriendinnen wat meer evangelische lectuur maar ook daarmee had zij hetzelfde probleem.
Ze kon zich niet identificeren met de hoofdpersonen en hield zich veel meer bezig met andere vragen: wie is God eigenlijk en hoe kun je Hem leren verstaan? Is het allemaal wel wáár?
Dat noem ik de ‘voorvragen’.
 
Ook zij dacht dat ze de enige was en durfde op een gegeven moment geen vragen meer te stellen omdat ze bang was voor stichtelijke dooddoeners.
Tsja, die theologische of religieuze correctheid……
Hoe herkenbaar allemaal.

Dan het op zoek gaan naar schrijvers die wél dit type vragen durft te stellen en zelf ook op zoek zijn naar antwoorden. De kritische denkers.

Zo moet ik vaak grinniken wanneer ik op het Refoforum het topic lees van boeken die gelezen worden. Het ene na het andere prekenboek komt voorbij. Iets anders durven ze waarschijnlijk niet te posten want je zakt subiet in aanzien en krijg je ze ‘liefdevol’ uitgemeten. *
Ik heb me daar nooit aangemeld want ik zou direct een ban krijgen.

Maar, zegt Enny eerlijk, welke boeken je leest zegt niets over je geloof maar meer over je eigen aard. Dus laten we maar voorzichtig zijn met oordelen. Het geloof blijft een onverklaarbare gave van God.
Volgens Calvijn, zegt ze, moet elk mens zijn/haar eigen rol in het leven kennen want als je een ander speelt ben je hypocriet.

Dat ben ik ook eens maar…. als mens moet je je dan wel veilig voelen in je omgeving wanneer je kritische vragen wilt behandelen en ‘ketterse’ zaken aan de orde wilt stellen en dat heeft bij mij best lang geduurd.
Hoe ouder ik word hoe gemakkelijker het gaat. Maar het blijft altijd fijn wanneer je voelt dat er een open houding is en een interesse hoe je tot bepaalde overtuigingen bent gekomen.
Die rust en openheid voel ik lang niet altijd.


* na mijn bericht zie ik prompt andere berichten komen. Zelfs Voskuil komt langs.

 

donderdag 26 januari 2012

Christelijk geloof/ Evolutietheorie

Op het forum van Refoweb (religie/ open forum) is weer een serieuze discussie gaande of het christelijk geloof te combineren is met de evolutietheorie.
Altijd boeiend om te volgen. In het verleden hield ik me er meer actief mee bezig, nu probeer ik me te beheersen….wat weer niet is gelukt.
Ik begrijp maar steeds niet, ja ik begrijp het wel maar wil het niet begrijpen, waarom men zo aan die letterlijke interpretaties hangt. Het is een Oosters boek, daar gaat het om de bedoeling en niet zozeer om de feiten in het verhaal. Het verhaal is een kruiwagen om de boodschap over te brengen.
Wat voor nut heeft het om die kruiwagen aan alle kanten te bediscussiëren? Dan schiet je toch het doel voorbij?
Dat gebeurt ook wanneer je leest door een 21ste eeuw bril.
Aan de Goddelijke inspiratie wordt waarde gehecht. Ja natuurlijk is die er, alleen, probeer die niet naar je eigen hand te zetten.
Vaak heb ik gemerkt dat men bang is om van het geloof te vallen wanneer die eerste hoofdstukken niet letterlijk waar blijken te zijn. Want als iets begint te schuiven, gaat alles schuiven. Het hellend vlak argument.
Als je zo denkt ben je al van je geloof gevallen. …nee, dan heb je niet eens geloof. Het geloof is een gave van God. (Ef 2:8) Als je bang bent het op deze manier kwijt te raken is dit een motie van wantrouwen naar God toe, dus ongeloof.

Wat volgt is een tekst van Augustinus die ik ook al eens op dat forum heb gepost:
"Doorgaans weet een niet-Christen iets over de aarde, de hemel en de andere elementen van deze wereld, over de beweging van sterren en zelfs van hun grootte en relatieve posities, over de voorspelbare verduisteringen van zon en maan, de rondgang van de jaren en de seizoenen, de soort dieren, struiken, stenen enz. en op grond van redelijk verstand en ervaring beschouwt hij deze kennis als zeker.
Nu is het schandelijk en gevaarlijk wanneer een ongelovige een Christen, zogenaamd als uitleg van de Heilige Schrift, over deze onderwerpen onzin hoort praten; en we zouden alles in het werk moeten stellen om zo'n gênante situatie te voorkomen, waarin mensen bij een christen een peilloze onwetendheid aantreffen en hem daarover vol minachting uitlachen.
De schande is niet zozeer dat een onwetend persoon wordt uitgelachen, maar dat de mensen buiten de kring van gelovige christenen gaan denken dat de auteurs van onze heilige teksten er zulke opvattingen op na hielden en dat zij, tot groot verlies van degenen die we proberen te redden, als onwetende mensen worden afgeschilderd en afgewezen.
Wanneer ze merken dat een christen een fout maakt op een gebied waarvan zij zelf goed op de hoogte zijn en hem dwaze meningen horen verkondigen over onze boeken, hoe zullen ze dan aan deze boeken en aan zaken als de wederopstanding van de doden, de hoop op het eeuwige leven en het koninkrijk van God geloof kunnen hechten, als ze denken dat deze boeken vol staan met feitelijke onjuistheden over zaken die ze zelf uit ervaring in het licht van de rede geleerd hebben?"

The Literal Interpretation of Genesis 1:19–20 Chapt. 19 [A.D. 408])