Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say

vrijdag 22 oktober 2021

donderdag 7 oktober 2021

Gesprek tussen een filosoof, een jood en een christen


Geschreven door Pierre Abélard  (1079 – 1142) ergens tijdens zijn leven.

Ik las een viator-reeks uitgave uit 2013. Wel zo gemakkelijk lezen in plaats van dat middeleeuws. Vertaald en ingeleid door diverse hoge heren.
Zijn naam kwam langs in een module  Westerse cultuurgeschiedenis en ik had ooit dit boekje van hem gekocht op een tweedehands marktje. Filosofen en theologen hebben altijd mijn belangstelling. Ik val voor mannen met brede, ruimdenkende breinen. Net als Heloise. Het enige probleem is dat de meeste mannen van zichzelf denken dat ze die hebben. *grinnik*   En ik ben ‘helaas’ voor mezelf een strenge jury.



Het leuke van dit boek is dat Abelard als filosoof, overtuigd van het nut van de natuurwetten (naturalist, maar eigenlijk christen), in gesprek gaat met een jood en een christen en heel redenerend, nominalistisch in gesprek is met zichzelf.
Dat is ook meteen de zwakte. Het hele boek komt uit zijn eigen brein.
Hij snijdt wel interessante en actuele onderwerpen aan en het is boeiend om te lezen hoe hij er duizend jaar geleden met zijn scherpe geest over dacht.

Eerst worden de spelregels besproken en wanneer de drie het met elkaar eens zijn gaat de Filosoof, die ook als gespreksleider fungeert, van start al heeft hij niet veel fiducie in zijn opponenten. Joden zijn dwaas en christenen krankzinnig.
Hij gaat eerst heel kort in gesprek met de jood en bevraagt hem over het houden van de oude wetten die niet de oudste zijn want dat zijn de natuurwetten en die voorzien eigenlijk in alles. Job uit de Bijbel leefde ook op die manier en werd door God geprezen.
De joodse wetten leveren de joden niets op gezien de deplorabele toestand waarin het volk zich bevindt terwijl hen wel voorspoed op aarde wordt beloofd. (Deut 6,7)
Dus wat is het nut voor de joden van die strenge wetten.  

Het antwoord van de jood volstaat natuurlijk niet. De jood geeft toe dat wat zij geloven niet verstandelijk te beredeneren valt. Het valt echter ook niet te weerleggen.
De wet houden gebeurt uit liefde voor God. Een antwoord op het antisemitisme heeft de jood ook niet behalve dat zij door christenen worden gehaat omdat de joden de God van de christenen gekruisigd hebben.
Zelf ben ik ook al eens op onderzoek uit geweest om te ontdekken wat nu de bron is van – ook het huidige-  antisemitisme is maar ik kom er, Aristoteliaans gezien,  niet achter. In die tijd was het ook al zo. Zie de boeken van Schama. Het moet een metafysische oorzaak hebben.

De filosoof bewondert de geloofsijver van de jood en hij is nieuwsgierig of de juiste intenties aanwezig zijn of dat die op een dwaling berusten. Hier is duidelijk de nominalist aan het woord.
De filosoof vraagt verder over de besnijdenis, over het nut van de reinigingswetten en over dat eeuwige wat niet verder lijkt te gaan dan de duur van het aardse leven. (p 89)
In het Oude Testament lees je inderdaad weinig over het hiernamaals. De meeste inzettingen gelden daar niet voor. De besnijdenis als eeuwige inzetting zal toch een keer stoppen neem ik aan.
Er komt geen joods antwoord meer. Met joden heeft Abelard kennelijk toch wat minder contacten gehad.

De Filosoof begint zijn gesprek met de christen met de opmerking dat de wet van de christenen later is gekomen en dus beter zou moeten zijn.
‘Naarmate en een wet nieuwer is, moet ze volmaakter zijn en overtuigender bij het belonen en moet haar leerstelling redelijker zijn.’

De christen antwoord hierop dat deze leer ons openbaart wat het hoogste goed is en langs welke weg wij dat kunnen bereiken. Dat is langs de weg van de deugden.
Wat is het hoogste goed en wat het grootste kwaad? Dat zijn na een flinke discussie de hemel en de hel. Tussendoor komt er van alles langs; de duivel en de val van de engelen, de transcendentie en immanentie van God, deugden en ondeugden en wat moet je nu letterlijk lezen en wat niet.

Nog preciezer gedefinieerd is het hoogste goed God zelf. Het grootste kwaad wordt niet helder geformuleerd. Het blijft bij: de kwellingen naar verdienste. Dat vond ik wel opvallend.
Maar dan:
Wanneer is iets kwaad? Een straf voor iets is kwaad, maar het vergrijp waardóór is een groter kwaad.
‘Wanneer dan het vergrijp van een mens een groter kwaad is dan zijn straf, hoe kunt u dan de straf van iemand zijn grootste kwaad noemen, als, zoals net is gezegd, het vergrijp het grootste kwaad is?’
Tsja, hoe kun je dan de kwellingen in de hel het grootste kwaad noemen?
De christen reageert met de opmerking dat mensen in de hel steeds haatdragender worden jegens God en dus steeds slechter worden dan ze in het hiernumaals al waren.
Andersom worden mensen in de hemel dan steeds gelukzaliger.
Heel spitsvondig  en een fascinerende gedachtegang.
Ik zou bij Abelard het verschil willen aankaarten tussen doen en zijn. Je leest wel iets van ontologie tussen de regels door maar nog niet expliciet.  Wat bij zijn tijd paste denk ik.

Maar waarom de verrijzenis van het lichaam? Het lijkt soms net de catechismus: ‘Wat troost geeft u de opstanding des vlezes?’ (Zondag 22) Maar die bestond toen nog niet.
Antwoord van de catechismus (in gewone taal): ‘Na dit leven wordt mijn ziel direct tot Christus, het Hoofd van het lichaam, opgenomen.  Ook mijn lichaam wordt straks door Christus opgewekt. Het wordt weer één geheel met mijn ziel en het wordt hetzelfde als het verheerlijkte lichaam van Christus.’
Abelard vanuit de christen: alles is door God gemaakt tot Zijn eigen eer, dus ook de lichamen die straks geen afbraak meer zullen vertonen.

Wanneer is iets goed want ‘er bestaat nauwelijks iets goeds wat ook geen schade aanricht en niets kwaads, wat niet ook voordeel oplevert.’[…]
‘Wie zou ook niet weten dat de hoogste goedheid van God, die niets zonder reden laat gebeuren, ook de slechte dingen zo goed regelt en op de allerbeste manier daarvan gebruik maakt, zodat het zelfs goed is dat het kwaad er is, hoewel het kwaad zelf absoluut niet goed is.’ (p. 209-210)

Vandaar dat Abelard de nadruk legt op de intenties van het handelen. Iets goeds kan worden gedaan op een vereerde manier en andersom. God heeft altijd goede intenties en heeft Zijn eigen logica ook al is die voor ons verborgen.
Daarbij wordt de gedachtegang van Augustinus aangehaald uit ‘De Civitate Dei’: ‘Want God zou, zo zeg ik u, geen enkele van de engelen of mensen hebben geschapen, van wie Hij van te voren wist dat zij slecht zouden zijn, als Hij ook niet net zo goed had geweten, tot welk nut van de goede mensen Hij hen zou kunnen gebruiken.’
Het kwaad dient een doel.
Het was toen kennelijk al de enige manier om er mee om te kunnen gaan. De bedoelingenleer.
Volgens mij ligt het allemaal wat gecompliceerder.
Waar Abelard ook op uitkomt is het: ‘Uw wil geschiedde’.
Dat is mooi.
Niet vanuit de lijdelijkheid maar vanuit het vertrouwen dat Hij het geheel overziet en de controle houdt.



 

woensdag 22 september 2021

Mooie grassen




Een poëtisch verhaal kan ik er niet bij vinden, bij deze grassen. Je zou het er wel poëtisch van kunnen worden. 
Het enige wat ik weet is dat de foto onder 'wilde haver' is.


 

Krimpen Klassiek


Afgelopen zaterdag ben ik weer eens bij een concert geweest in mijn woonplaats. Het was lang geleden door alle C-toestanden.

Met ons Krimpens strijk-ensemble mochten we in het voorprogramma een paar riedels spelen.
Daarna barstte het muzikale geweld pas echt los.
Het Erard Ensemble speelde stukken van o.a. Hahn, Duparc,  Fauré en Brahms.



 
Erard is de naam van een pianobouwer van piano’s met parallel liggende snaren. Daardoor blijven tonen apart klinken ook met een ingedrukt rechter pedaal.
Bij moderne piano’s liggen de snaren kruiselings. Het staat allemaal in een artikel van dagblad Trouw.

Zo’n piano was dus ook aanwezig. Een prachtexemplaar. En dan zo’n ensemble wat zo goed op elkaar is ingespeeld. De timing, de expressie. Prachtig.

En wat ook enorm fijn is met zo’n coronacrisis…..iedereen die maar een beetje snotterig en/of hoesterig is moet thuisblijven!
Daardoor was het ook echt stil tijdens de pianissimopassages. Dit zouden we tot in lengte van jaren moeten volhouden voor, in ieder geval, alle concertzalen.


 



 


maandag 20 september 2021

Onderzoek alle dingen


Geschreven door Gijsbert van den Brink ergens in het afgelopen jaar.

Ondertitel: Bijbelstudies over geloof en wetenschap. Mooie titel; erachteraan komt namelijk: en behoud het goede.  Mijn vader hield ons vaak deze tekst voor. Hij was zelf ook niet bang om te onderzoeken. Hij was ook niet bang om dingen af te wijzen waar hij het niet mee eens kon zijn en wanneer hij het niet wist zei hij gewoon dat hij bleef bij hetgeen hij vroeger geleerd had. Maar gaf mij wèl de vrijheid om er anders over te denken.



Het boek bestaat uit tien Bijbelstudies over de materie van geloof en wetenschap. Geschikt voor gespreksgroepen door de vragen die achter elk hoofdstuk staan.
Helaas ontbreekt een literatuurlijst.

Deze materie had ik al een beetje achter me gelaten maar met het lezen wordt mijn interesse weer gewekt. Wat is het toch boeiend om te zoeken naar bedoelingen in die oude verhalen en dan het gevoel te krijgen van….yes…zo klopt het.

Er is veel overlap met zijn boek: 'en de aarde bracht voort' . Met veel van wat van den Brink schrijft ben ik het eens en had ik voor mezelf ook al ‘gevonden’.
Zoals het belang van de tekst in Gen 2 :7: dat God in een mensenpaar Zijn levensadem blies. Zo konden zij leven in een relatie met God.
De overtreding waardoor de relatie werd verbroken – een geestelijk sterven.
Dat in het begin alles goed tot zeer goed was en (nog) niet volmaakt. We zijn onderweg naar die volmaaktheid. Veel mensen nemen aan dat we weer terug gaan naar een paradijselijke situatie maar dat is niet het geval. Dan zou de hele geschiedenis zinloos zijn lijkt mij.
Dat pas mèt het gebod ook de verantwoordelijkheid kwam en de mogelijkheid tot overtreding. In Rom 5:13 staat dat God de zonde niet toerekent wanneer er geen wet is.

Een eyeopener was het gegeven dat Adam en Eva uit het stof van de aarde geschapen waren. En stof van de aarde is per definitie vergankelijk en gedoemd te vergaan. Adam en Eva konden wellicht alleen in (eeuwig) leven blijven door van de boom des Levens te blijven eten. Daarom moesten ze het paradijs uit na hun overtreding. Als zondige mensen eeuwig leven kan niet.
Wat een diepe symbolische boodschap eigenlijk. De relatie die verbroken werd is door Christus hersteld. Nu kunnen we weer tot Hem komen en wie Zijn woorden in acht neemt zal de dood niet meer zien. (Joh 8: 51) Oftewel: blijft geestelijk leven. Dat is weer niet het juiste woord, ik denk dat ons bewustzijn dan levend blijft ook al sterft ons stoffelijke lichaam.
Het klopt dan allemaal zo met andere teksten. ( bijvoorbeeld Joh 5:24; 1 Kor 15: 50)
Een groot gedeelte van 1 Kor 15 wordt in het boek aangehaald en preciezer gelezen.

Mensen stierven al voordat het eerste gebod er was, gewoon omdat ze stoffelijk waren. Er was niets wat hen een hoger bewustzijn gaf. Dat kwam met de aanvang van de heilsgeschiedenis met het eerste mensenpaar zoals in de Bijbel beschreven.
De fout is dat we voor onszelf kozen en kiezen en niet voor God. Wanneer dat zo blijft zullen we ook geestelijk sterven, nee dan zijn we al dood. We komen pas tot leven wanneer we die paradigmawisseling meemaken en alles anders gaan zien.
Vernieuwd in de geest van het denken. (Ef 4: 23)

En weer zie ik dat de Bijbelse verhalen zo’n diepe betekenis en inhoud hebben. Veel meer dan wanneer je alleen in de letterlijkheid van de verhalen gelooft. Het verrijkt zo enorm.

Maar dat moet ieder zelf ontdekken.

zaterdag 11 september 2021

Heide

 


Alles is veel voor wie niet veel verwacht
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

uit: De Dapperstraat, J. C. Bloem (1887 - 1966)

vrijdag 10 september 2021

Domweg gelukkig 2


Nu heb ik het boek van Willem Maarten Dekker (1976) dan toch helemaal gelezen na mijn eerdere hersenspinsels naar aanleiding van de titel. Er staan weer veel streepjes in. En ik zal voortaan een foto van het boek maken vóórdat ik het lees, dan is het platter.

Wat wil ik ervan onthouden?
Eerst de begripsverklaring. De woorden hedonisme, eudaimonia,  makaria en eutuchia. Grofweg vertaald met resp. genot, geluk, zaligheid en stom geluk.
Dus waar heb je het over wanneer je over geluk spreekt.



Dan het rare streven naar geluk wat ieder mens heeft en dat toch veel te maken heeft met zingeving. Van betekenis geven worden we kennelijk gelukkig. Het gevoel van waardevol zijn, gezien, gehoord en gewaardeerd worden. Vroeger gaf de kerk nog een kader aan waarbinnen je betekenis kon vinden maar dat is grotendeels voorbij.

In deze individualistische maatschappij moet je het zelf doen en sommigen kunnen het ook en ander vallen uit de boot en hebben een psycholoog of psychiater nodig.
Eigenlijk is dat allemaal nogal zelfzuchtig. Denk ik. Ook al doe je je best in de zorg zoals ikzelf gedaan heb. Het gaf mij energie tot ik op een dag ontdekte dat het mij meer energie ging kosten dan het opleverde. Exit zorg.
Streven naar geluk doen alle mensen van alle tijden al maar we hebben er geen rècht op.
Dan is er nog de vraag of je gelukkig bènt of dat je je gelukkig voelt. Ook een heel verschil.
Het blijft allemaal subjectief.
Wanneer je het niet voelt en niet bent is het gemakkelijker concluderen dat je ongelukkig bent. / sarcasm

Gelukkig zijn is ook geen synoniem voor tevredenheid  of voldoening zoals sommige mensen denken.
Geluk is een geestelijke aangelegenheid en zo komt Dekker bij God uit die we toch, net als liefde en vrijheid moeten veronderstellen om zuiver te kunnen blijven denken en leven. (P61)
Wij denken in termen van geluk met het uitsluiten van aards lijden maar we moeten ons ermee verenigen zoals Jezus deed. Dat geeft aardse zaligheid. Dat is geen vrijbrief  om het aardse lijden te verheerlijken zoals vaak wordt gedaan. Ik kan me nog preken herinneren dat wanneer je geen lijden kende, je geloof niet deugde. Woorden met die strekking.
Christus is het einde van het streven en zoeken naar geluk als wetmatigheid. We kunnen daar zo in gevangen zitten. In die wetmatigheden. Daar denken we houvast aan te hebben.

Aan het einde van het boek geeft de schrijver tien tips. Niet om gelukkig te worden maar om beter te leven. Want duurzaam geluk is er niet. Er zijn momenten van geluk.
Zo is mijn ervaring ook.
De meest lastige tip: bedenk dat alles vruchteloos is.
Ik weet niet of ik het daar mee eens ben. Hou je daar niet een super stoïcijnse houding aan over en is dat de bedoeling van het leven? Of zou hij, als christen, ook beseffen dat we ons niet druk moeten maken of we wel of niet vruchten dragen? Dat een Ander daar wel voor zorgt.  Het loslaten van de controle. Daar hou ik het op.
Dat we er niet naar behoeven te streven om de aarde wat beter achter te laten dan dat we erop gekomen zijn ben ik wel met hem eens. Een rare uitspraak die kennelijk voor veel mensen zinnig is en zin geeft aan het leven. Doe gewoon je ding op de plaats waar je bent gesteld denk ik dan.

De meest herkenbare: word een onafhankelijke geest.
Zelf heb ik gemerkt dat het prettig is om tot de ontdekking te komen dat mijn – misschien kromme – meningen van net zoveel waarde zijn als van ieder ander. Dat helpt om kritisch te durven zijn en de zaken eens van een andere kant te bekijken.

De meest aansprekende: bereid je voor op de dood.
Die zou ik bijna als nummer één zetten. Wanneer je je eigen dood hebt doorleefd en je uitkomt bij je Schepper geeft dat zoveel rust. Niet dat het geen hobbel meer is maar  wel één van een andere orde.

Aan de hand van de denkbeelden van verschillende schrijvers, filosofen en dichters is het boek geschreven.
Een aanrader.


O ja, nog een opmerking die me aansprak: 'Zelf heb ik alleen bij de kerk kunnen blijven doordat ik al heel jong Christus van het christendom ging onderscheiden.'