Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say

vrijdag 26 juli 2019

Camille Claudel


‘Een vrouw. Roman over een stormachtig leven.’
Geschreven door Anne Delbée (1946) in 1982.
Deze keer las ik een colibri uitgave dat is wat gemakkelijker op het strand met deze temperaturen.
Al eerder las ik dit boek en de naam Camille Claudel (1864 - 1943) met haar tragische geschiedenis is altijd blijven hangen in mijn hoofd.
Oudere zus van de veel beroemdere Paul Claudel, leerlinge, muze en minnares van Auguste Rodin, maar vooral beeldhouwer. Statuaire.
Wel grappig trouwens; het idee om iemands muze te zijn. Dan dien je nog een verheven doel.

Misschien raakte dit boek mij omdat ik denk dat de schrijfwijze net zo rommelig en chaotisch is als Camille waarschijnlijk was.
Tussen het heen en weer springen van scenes moet je zelf het chronologische verhaal weven.


Delbée kwam met haar in aanraking door de toneelstukken van Paul en het gegeven dat Camille dertig jaar in een inrichting heeft gezeten; daar ook is gestorven zonder nog maar iets te fabriceren. Het greep ook háár aan.
In het boek staan verspreid gedichten en zinnen van Paul, waar Delbée goed in thuis is en stukken uit de brieven van Camille, noodkreten uit het gesticht.
Camille beeldhouwde met klei, marmer en jade; Paul met woorden.
Beiden zeer begaafd.
Philippe Claudel (1962) moet, gezien zijn begaafdheid en zijn uiterlijk, familie zijn van Paul. Wellicht een kleinzoon?
Van hem las ik van alles.

Camille, tweede kind van Louis P. Claudel en Louise A. Cerceaux. Vóór haar een broertje dat jong stierf; na haar een zusje, Louise en daarna een broertje: Paul.
Ze had een slechte relatie met haar moeder en haar zusje. Met haar vader en Paul ging het beter. Ze was niet zo’n meisjesvrouw.
Maar wat ik er zo van begrijp was ze een wispelturig meisje. Beetje onberekenbaar en dat kan bedreigend zijn.
Een week na haar vaders dood, in maart 1913 werd Camille, toen 49 jaar uit haar huis in Parijs opgehaald en in een tehuis gestopt in Ville-Evrard. Ze wist niet eens dat haar vader, waar ze een goede band mee had en die haar heel goed begreep, overleden was. Later is ze overgeplaatst naar een gesticht in Montdevergue, vlakbij Avignon. Kwam dat uit de lucht vallen? Nee, ze was vereenzaamd, vervuild en berooid en leed aan achtervolgingswaanzin.
Ze is niet meer uit het gesticht gekomen.
Paul heeft haar nog een enkele keer bezocht. Moeder en zus nooit.
Ondanks de smeekbeden van Camille en ook de verzekering van de artsen dat ze het leven weer aankon, wilden haar moeder en Paul dat niet en is zij daar overleden in 1943 toen ze 79 jaar was.
‘Perseus,
hij die doodt zonder te kijken, hij die doodt zonder…..’.
(regels van Paul)
Hij heeft zich schuldig gevoeld, maar niet genoeg om daadkrachtig te handelen.

Ze is er overleden en begraven, zonder dat haar familie daarbij was en toen later de familie van Paul haar alsnog een nette begrafenis wilde geven was haar graf al geruimd.
Wanneer je daar allemaal goed over nadenkt krijg je pijn in je hart.
En ik heb echt geprobeerd om het ook van een andere kant te bekijken. Camille was onberekenbaar, raakte gedesoriënteerd, had misschien wel een bipolaire stoornis. En de tijden waren heel anders.
Ook mijn ‘schoon-oma’ is na haar vierde kind opgenomen in een inrichting met mogelijk een kraambedpsychose en is er nooit meer uit gekomen. Nu vinden we dat onmenselijk. Toen was dat kennelijk heel gewoon. Of je nu begaafd bent of niet.
Maar tragisch blijft het.

Haar leven in vogelvlucht: altijd heel aards, wil al jong beeldhouwer worden. ‘Het eerste waar God aan dacht toen Hij de wereld schiep was vormgeving!’
Vader werkt mee en ze komt terecht in Parijs. Maar vrouwen werden niet toegelaten tot de École des Beaux-Arts en zij belandde in een privékunstacademie, Académie Colarossi, onder leiding van Alfred Boucher (1850-1934). Wanneer Boucher naar Italië vertrekt laat hij de leiding over aan Auguste Rodin.
Rodin onderkent haar talent en zij mag bij hem komen werken. Ze wordt zijn muze en minnares maar op een gegeven moment vindt Camille dat zij meer tijd en ruimte nodig heeft voor haar eigen ideeën en begint als zzp-er. Maar als vrouw in die tijd kost dat dubbele energie. Het gaat dan ook met hoogte en dieptepunten en eindigt in een dieptepunt.

‘Mais le temps remettra tout en place’
Want nu heb ik een (replica) sculpture van haar in huis. Van ‘La Valse’.
En ik blijf ernaar kijken. Dat was de aanleiding om dit boek weer eens te lezen. Ik ga ook eens op zoek naar de werken van Paul Claudel. Ook al minacht ik hem voor wat hij heeft gedaan en vooral heeft nagelaten.

Er zijn verschillende films gemaakt over Camille en er komt weer een boek over haar uit van Karin Haanappel. Dat volg ik via Facebook.

Maar wat maakt nu dat de werken van Camille mij zo aanspreken? Daar moest ik ook over nadenken maar het is de ‘beweging’ en de emotie in haar werken.
Net als bij Bernini, wiens werken ze ongetwijfeld gekend heeft.
Bij Kees Verkade (1941) vind je dat ook vaak. Die werken spreken me ook aan, maar roepen bij mij minder emotie op.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten