Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Philippe Claudel. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Philippe Claudel. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 5 augustus 2013

Het Onderzoek

Geschreven door Philippe Claudel in 2010.
Oorspronkelijke titel: L’Enquête. Ik las de digitale editie die gebaseerd is op de tweede druk van 2011.
Ik las al eerder Meuse l’Oubli en Grijze Zielen

Een Kafkaiaans aandoend verhaal met een vleugje ‘Wonderland’ van Lewis Carroll en een snuifje ‘Techno’ van Aldous Huxley.
De hoofdpersoon is De Onderzoeker en moet de zelfmoorden onderzoeken die in Het Bedrijf (het leven, de wereld) plaatsvinden. Het zijn er namelijk opvallend veel en nader onderzoek is nodig.
Hij komt echter in een stad terecht, waar het natuurlijk weer regent en sneeuwt, die hij niet begrijpt, de logica is ver te zoeken en niets is meer wat het lijkt. ‘Was logica niet slechts een zuiver mathematisch idee, een soort van vooronderstelling die nooit empirisch was bewezen?’

Hij heeft dan de keus om zich eraan over te geven of er tegenin te manoeuvreren. Hij is een mens die graag zoveel mogelijk mensen te vriend houdt en dat maakt alles wel gecompliceerd.
Er tegenin gaan probeert hij wel maar dat heeft zulke gevolgen dat hij ervoor terugschrikt om door te zetten. Hij verliest zijn grip op de wereld om hem heen tot uiteindelijk zijn ‘elastiekje’ breekt en hij zijn hotelkamer aan gort slaat.
Het wordt hem vergeven en hij wordt op de juiste koers gezet: de groene lijn volgen.
Wat heerlijk duidelijk.
Zo beland hij bij de Psycholoog die hij stug als man blijft zien ook al is het een vrouw.
Daar ontdekt hij dat hij zijn naam niet meer weet en dat hij zijn identiteit ontleent aan zijn werk.
Dat vond ik wel grappig. Dat ontdek ik ook in de wereld om mij heen al weten de meeste mensen hun naam nog wel. *grinnik* Ik heb alleen een naam.

Uiteindelijk ontmoet hij, wat hij denkt dat hij is, de Oprichter (God), de Schaduw die hij steeds al was tegengekomen als foto aan de muur of op een sleutelhanger. Maar de Oprichter/Schaduw weet niet wat hij heeft opgericht: “Ik wil het horen uit de mond van een mens: wat heb ik opgericht? [..] U had een opdracht, een rol, een doel en ook als u denkt dat u dat doel niet bereikt hebt, dan weet u nog steeds wie u bent en waarom; maar wie ben ik eigenlijk? Ze hebben me een bezem in handen gedrukt, ik kan me niet herinneren wanneer, maar het slaat in elk geval nergens op. Wat is mijn functie? Wat heb ik volgens u opgericht?”
Maar voordat de Onderzoeker antwoord kan geven lost hij op en is er niets meer. Niets.

Het boek fascineerde mij van begin tot eind. Ik kreeg medelijden met de Onderzoeker die zó niet begrepen werd. Wat voel je je dan toch beroerd. Zouden mensen met een psychische stoornis dat vaak hebben? De eenzaamheid waar je in beland, de wereld die ongrijpbaar complex is. De blijdschap wanneer je weer een stukje verder wordt geholpen en je denkt weer grip te krijgen. Vervolgens word die je weer uit handen geslagen.

Claudel kan schrijven. Veel heb ik weer in de notities opgeslagen. Een paar:
“Hij had iets verdwijnends over zich.”

“Zoals de meerderheid van zijn tijdgenoten maakte hij zich op te sterven met een financiële reserve. Hij besefte plotseling hoe belachelijk dat was.”

“Heel vaak proberen we dingen die we niet snappen te vangen met woorden en begrippen die we wél begrijpen. Al zolang de mens zich onderscheidt van de andere soorten heeft hij de wetten van het universum gemeten naar de maatstaf van zijn eigen hersenen en de voortbrengselen daarvan, waarbij hij zich er niet altijd bewust van is geweest hoe nutteloos dat kan zijn. Iedereen weet dat je met een vergiet geen water kunt scheppen. Waarom gaat men er dan altijd vanuit dat de geest wél alles kan bevatten?”

“…terwijl op zijn hoofd en zijn regenjas de regendruppels en sneeuwvlokken stierven.”



Afgelopen zaterdagavond was er een film uit 2011 op TV van Philippe Claudel: ‘Tous les Soleils’.
Een Komedie.
Die heb ik opgenomen maar moet hem nog kijken. Hij is behalve auteur ook scenarioschrijver en regisseur.

vrijdag 26 juli 2019

Camille Claudel


‘Een vrouw. Roman over een stormachtig leven.’
Geschreven door Anne Delbée (1946) in 1982.
Deze keer las ik een colibri uitgave dat is wat gemakkelijker op het strand met deze temperaturen.
Al eerder las ik dit boek en de naam Camille Claudel (1864 - 1943) met haar tragische geschiedenis is altijd blijven hangen in mijn hoofd.
Oudere zus van de veel beroemdere Paul Claudel, leerlinge, muze en minnares van Auguste Rodin, maar vooral beeldhouwer. Statuaire.
Wel grappig trouwens; het idee om iemands muze te zijn. Dan dien je nog een verheven doel.

Misschien raakte dit boek mij omdat ik denk dat de schrijfwijze net zo rommelig en chaotisch is als Camille waarschijnlijk was.
Tussen het heen en weer springen van scenes moet je zelf het chronologische verhaal weven.


Delbée kwam met haar in aanraking door de toneelstukken van Paul en het gegeven dat Camille dertig jaar in een inrichting heeft gezeten; daar ook is gestorven zonder nog maar iets te fabriceren. Het greep ook háár aan.
In het boek staan verspreid gedichten en zinnen van Paul, waar Delbée goed in thuis is en stukken uit de brieven van Camille, noodkreten uit het gesticht.
Camille beeldhouwde met klei, marmer en jade; Paul met woorden.
Beiden zeer begaafd.
Philippe Claudel (1962) moet, gezien zijn begaafdheid en zijn uiterlijk, familie zijn van Paul. Wellicht een kleinzoon?
Van hem las ik van alles.

Camille, tweede kind van Louis P. Claudel en Louise A. Cerceaux. Vóór haar een broertje dat jong stierf; na haar een zusje, Louise en daarna een broertje: Paul.
Ze had een slechte relatie met haar moeder en haar zusje. Met haar vader en Paul ging het beter. Ze was niet zo’n meisjesvrouw.
Maar wat ik er zo van begrijp was ze een wispelturig meisje. Beetje onberekenbaar en dat kan bedreigend zijn.
Een week na haar vaders dood, in maart 1913 werd Camille, toen 49 jaar uit haar huis in Parijs opgehaald en in een tehuis gestopt in Ville-Evrard. Ze wist niet eens dat haar vader, waar ze een goede band mee had en die haar heel goed begreep, overleden was. Later is ze overgeplaatst naar een gesticht in Montdevergue, vlakbij Avignon. Kwam dat uit de lucht vallen? Nee, ze was vereenzaamd, vervuild en berooid en leed aan achtervolgingswaanzin.
Ze is niet meer uit het gesticht gekomen.
Paul heeft haar nog een enkele keer bezocht. Moeder en zus nooit.
Ondanks de smeekbeden van Camille en ook de verzekering van de artsen dat ze het leven weer aankon, wilden haar moeder en Paul dat niet en is zij daar overleden in 1943 toen ze 79 jaar was.
‘Perseus,
hij die doodt zonder te kijken, hij die doodt zonder…..’.
(regels van Paul)
Hij heeft zich schuldig gevoeld, maar niet genoeg om daadkrachtig te handelen.

Ze is er overleden en begraven, zonder dat haar familie daarbij was en toen later de familie van Paul haar alsnog een nette begrafenis wilde geven was haar graf al geruimd.
Wanneer je daar allemaal goed over nadenkt krijg je pijn in je hart.
En ik heb echt geprobeerd om het ook van een andere kant te bekijken. Camille was onberekenbaar, raakte gedesoriënteerd, had misschien wel een bipolaire stoornis. En de tijden waren heel anders.
Ook mijn ‘schoon-oma’ is na haar vierde kind opgenomen in een inrichting met mogelijk een kraambedpsychose en is er nooit meer uit gekomen. Nu vinden we dat onmenselijk. Toen was dat kennelijk heel gewoon. Of je nu begaafd bent of niet.
Maar tragisch blijft het.

Haar leven in vogelvlucht: altijd heel aards, wil al jong beeldhouwer worden. ‘Het eerste waar God aan dacht toen Hij de wereld schiep was vormgeving!’
Vader werkt mee en ze komt terecht in Parijs. Maar vrouwen werden niet toegelaten tot de École des Beaux-Arts en zij belandde in een privékunstacademie, Académie Colarossi, onder leiding van Alfred Boucher (1850-1934). Wanneer Boucher naar Italië vertrekt laat hij de leiding over aan Auguste Rodin.
Rodin onderkent haar talent en zij mag bij hem komen werken. Ze wordt zijn muze en minnares maar op een gegeven moment vindt Camille dat zij meer tijd en ruimte nodig heeft voor haar eigen ideeën en begint als zzp-er. Maar als vrouw in die tijd kost dat dubbele energie. Het gaat dan ook met hoogte en dieptepunten en eindigt in een dieptepunt.

‘Mais le temps remettra tout en place’
Want nu heb ik een (replica) sculpture van haar in huis. Van ‘La Valse’.
En ik blijf ernaar kijken. Dat was de aanleiding om dit boek weer eens te lezen. Ik ga ook eens op zoek naar de werken van Paul Claudel. Ook al minacht ik hem voor wat hij heeft gedaan en vooral heeft nagelaten.

Er zijn verschillende films gemaakt over Camille en er komt weer een boek over haar uit van Karin Haanappel. Dat volg ik via Facebook.

Maar wat maakt nu dat de werken van Camille mij zo aanspreken? Daar moest ik ook over nadenken maar het is de ‘beweging’ en de emotie in haar werken.
Net als bij Bernini, wiens werken ze ongetwijfeld gekend heeft.
Bij Kees Verkade (1941) vind je dat ook vaak. Die werken spreken me ook aan, maar roepen bij mij minder emotie op.



maandag 23 mei 2016

Het verslag van Brodeck


Geschreven door Philippe Claudel (1962) in 2007
Vertaald in 2008, ik las een digitale uitgave van de Bezige Bij uit 2009.
Ik ben een fan geworden van Claudel al moest ik erg aan hem wennen. Hij is zo ontzettend goed in verhalen vertellen met diepgang en vooral ook sfeer scheppen. Eerder las ik ‘Het onderzoek’; ‘Alles waar ik spijt van heb’; ‘Grijze zielen’; 'Meuse l’oubli' en zag ik de film ‘Il y a longtemps que je t’aime
Zijn verhalen spelen zich ‘ergens’ af, vaag herkenbaar en te duiden maar nooit precies te lokaliseren.

In dit boek drukt Claudel de mens met zijn/haar neus op het feit dat gemeenschappen geen ‘Fremdër’ en ‘Anderer’ in hun omgeving dulden. Zo lang het goed gaat, gaat het nog wel maar o wee als moeilijke tijden zich aandienen. Dat was in de tijd van Hitler zo en het geldt nog steeds. Dit boek gaat over die tijd ook al wordt nergens een woord gebruikt dat aan juist die wereldoorlog refereert. Daardoor moest ik soms aan Kafka denken.
‘Ik was meer het slachtoffer geworden van andermans angst dan van hun haat, of van enige andere emotie. Omdat de angst sommige mensen naar de keel vloog werd ik uitgeleverd aan de beulen, en die beulen, mannen die vroeger net als ik waren geweest waren zelf ook uit angst in monsters veranderd.’
De geschiedenis leert dat we niets van de geschiedenis leren.

Brodeck, als kind in het dorp gekomen, dus eigenlijk een ‘Fremdër’, moet een verslag schrijven over een gebeurtenis, een ‘Ereigniës’ met dodelijke(?) afloop. Over die afloop wordt slechts suggestief geschreven. Heel knap.
Terwijl Brodeck probeert de geschiedenis van die ‘Fremdër’, die op een dag met paard en ezel in het dorp verschijnt, te achterhalen en zijn verslag te schrijven, schrijft hij meteen een verslag over zijn eigen verleden. Een verwerking die gaat over zijn komst in dit dorp als kind, zijn arrestatie, zijn leven in een kamp, zijn bevrijding en terugkeer naar zijn geliefde die ook zo het één en ander heeft meegemaakt en nu alleen nog maar kan neuriën.
‘Spreken over mijn diepste gedachten is mij nooit gemakkelijk afgegaan. Ik schrijf liever.. Dan heb ik het gevoel dat de woorden braaf naar mij toekomen en als kleine vogeltjes uit mijn hand eten en ik met ze kan doen wat ik wil, maar als ik ze uit de lucht moet plukken fladderen ze weg. En door de oorlog is het er niet beter op geworden.’

‘Mijn naam is Brodeck en ik heb er niets mee te maken. Laat dat duidelijk zijn.’
Zo begint het boek.
Dat ‘niets mee te maken’ maakt dat Brodeck deze keer zichzelf buiten de gemeenschap plaatst.
De eerste keer, zelf als Fremdër in het dorp beland, had hij dat zelf niet in de hand. Deze keer wel, en gelukkig beseft hij dat uiteindelijk ook en trekt de enige juiste conclusie. Want heus, mensen blijven onbetrouwbaar. Helaas.
‘Wie heeft gelijk: degene die zich voorneemt de dingen die gebeurd zijn niet in het donker te laten verdwijnen of degene die alles wat hem niet uitkomt in de duisternis stort? Misschien is leven – overleven- niets anders dan besluiten dat de realiteit niet reëel is en dan een andere realiteit kiezen als de realiteit die je kent ondraaglijk wordt.’

Wanneer het boek je in zijn greep krijgt is het een page-turner. Ik wilde alleen maar weten wat er nu echt gebeurt was. Kloppen die suggestieve woorden? Soms is dat wel jammer want eigenlijk moet je langzaam lezen en genieten van de schrijfkwaliteiten. Als iemand zó een onweersbui kan ‘schilderen’ dan is die bui ook bedreigend....

‘Aan de oostelijke horizon verdwenen de kammen van de Hörni’s in het dikke metaalachtige magma. Aangetast door het wollige gangreen van de wolken, zodat je het verstikkende gevoel kreeg dat de hemel steeds lager kwam te hangen en uiteindelijk, vroeger of later, de bossen en de daken van de huizen zou verpletteren. Her en der zag je marmeringen in de deegachtige massa die hem kortstondig deden oplichten met een onwerkelijk, geelachtig licht, maar die onderdrukte of mislukte flitsen gingen nooit met enig lawaai gepaard. De hitte was dik geworden en vloog je naar de keel als de hand van een misdadiger die hem vastgrijpt en met onverbiddelijke zekerheid dichtknijpt.’



dinsdag 8 november 2011

Meuse l’oubli

Boek van Philippe Claudel. Vertaald als ‘rivier van vergetelheid’. Hoe verzin je het….
Deze schrijver staat nogal in de belangstelling. Vaak is dat dan juist voor mij een reden om hem/haar links te laten liggen. Maar nu ben ik toch overstag gegaan. Tsja, je bent lid van een boekenclub en dan moet je weer hè….
In eerste instantie vond ik hem overdreven literair z’n best doen, zoiets als Lulu Wang (als ik me goed herinner want na dat eerste boek van haar heb ik er nooit meer één geprobeerd. Het kan ook over de top gaan.) maar gaandeweg ging ik Claudel toch meer waarderen ook al heb ik soms het gevoel in het groot dictee der Nederlandse taal te zijn beland.
De grijze, mistige sfeer die hij weet op te roepen blijft bij mij hangen en hij heeft echt mooie zinnen zoals: “Er wordt weer geklaverjast: de mannen hebben hun ruzie bijgelegd, en om dat te vieren biedt S. ons gul een flink stuk in de kraag aan.”
En deze: “Die man, met een gezwollen neus vol zwarte adertjes, heb ik zo vurig dood gewenst dat het tenslotte ook gebeurde.”
Dat is toch genieten. Van de impact van die zin bedoel ik…niet van de dood van een persoon.
Misschien ga ik nog een boek van hem proberen want dit was zijn debuut.

donderdag 1 september 2016

Het kleine meisje van meneer Linh


Geschreven door Philippe Claudel in 2005. Ik las al meerder boeken van hem. Te vinden via de zoekmachine.
Een ontroerend boek(je) over ontheemd voelen, liefde, vriendschap en zorg.

Zoals in meer boeken van Claudel wordt er niet precies beschreven waar het verhaal zich afspeelt. Meneer Linh ontvlucht het regiem van zijn oosterse land met zijn kleindochter, Sang diû.
Zoon en dochter zijn omgekomen; zijn vrouw is hij al langer kwijt.
Maar hij heeft zijn kleine meisje nog en meneer Linh heeft er alles voor over om haar een goede opvoeding, warmte en liefde te geven. Zo heeft hij toch een toekomst.
Hij belandt in een asielzoekerscentrum, sluit een hechte vriendschap met de westerse dikke meneer Bark ondanks de taalbarrière. Meneer Linh noemt Bark 'Goedendag' en Bark verbastert de naam van de kleine meid tot Sans Dieu en meneer Linh tot ‘Tao Laï' en........nee, ik ga er niet teveel over zeggen; het is een ontroerend juweeltje.

Tao heeft te maken met de oorsprong en doel van alle dingen, daarom staat er denk ik voorin 'aan alle meneer Linhs van deze wereld. En aan hun kleine meisjes.'
Sans Dieu? Nee, soms gebeuren er wonderen.

maandag 12 augustus 2013

Alles waar ik spijt van heb

Nog in de Claudelmodus:
Geschreven door Philippe Claudel in 1999. Ik las de digitale editie van de eerste vertaalde druk uit 2010.
Oorspronkelijke titel: Quelques-uns des cent regrets
Beetje slecht vertaald naar mijn gevoel: enkele van honderd ‘regrets’ dus niet ‘alles’. Maar het is ook lastig; een titel pakkend vertalen.
‘Voor iedereen die we pijn doen.’ Dat staat er voorin.

Het duurde even voor ik echt goed de draad te pakken had. Het begon natuurlijk weer met slecht weer en overstromingen. Dan kom je al in een depri bui.
Dat bleef ik wel het hele boek door houden. Het is ook geen vrolijk onderwerp: de begrafenis van je moeder met alles eromheen en in jezelf.
Het boek heeft een open einde. Gelukkig maar. Je begrijpt het wel. Daarna hoeft er niets meer worden gezegd of bevestigd.
Halverwege het boek begon ik nattigheid te voelen en werd het vanzelfsprekend spannender.
De hoofdpersoon keert terug naar zijn geboortedorp dat hij op zijn zestiende de rug heeft toegekeerd om redenen die langzamerhand door middel van flashbacks duidelijk worden.
Hij keert terug om als enig kind zijn moeder te begraven. Hij heeft haar in al die jaren niet meer gezien of gesproken. Zijn vader is een foto aan de muur.
De priester, een bijzonder figuur, stelt hem een belangrijke vraag: ‘Heb u u al afgevraagd waarom uw moeder is overleden? Vast niet. [..] Vraag u eerst maar eens af waarom uw moeder is overleden, dan bent u al veel dichter bij haar.’
Uiteindelijk, wanneer hij voor de laatste keer het ouderlijk huis binnengaat en alles wat klaar ligt in ogenschouw neemt vallen de puzzelstukjes definitief op hun plaats……………..en heeft het water zich teruggetrokken binnen de oevers van de rivier en schijnt de zon een beetje.

Eén ding kan ik niet goed plaatsen; een jongetje, een Romatypetje dat in het verhaal hier en daar opduikt.
Is dat een beeld van hemzelf zoveel jaar geleden?

Claudel kan de dingen zo mooi omschrijven, dingen die in mijn eigen geest latent aanwezig zijn weet hij in mooie woorden en zinnen te vangen zoals:
Ik ben aan de andere kant van het leven beland, terwijl ik nog niet eens zo oud ben. Ik ben de drempel overgegaan naar het land waarin je over je schouder kijkt naar wat je niet meer kunt strelen, omdat je weet dat vóór je een assig einde ligt. Hoop heeft plaatsgemaakt voor melancholie. De kleuren zijn vervaald, het gelach en de wangen ook.
Tot voor kort keek ik ook nog vooruit, dat is niet meer want er is weinig aantrekkelijks te zien om me naar te richten en dan ga je als vanzelf achterom kijken. Als christen zou je je moeten uitstrekken naar het hiernamaals maar dat is voor mij toch heel eerlijk gezegd nog wel te abstract. Het is nu een beetje grijs niemandsland.
Deze is ook mooi:
Sommigen draaien op rode wijn of ander drank, anderen op wierook en de geur van waskaarsen, voor weer anderen, misschien het overgrote deel, vormt het verspreiden van gedestilleerde haat en kwaad de nodige brandstof.
Nog één dan:
‘Wat mag het zijn?’ vroeg de waard vriendelijk glimlachend […] Waar kon ik op dit moment om vragen? De wijde wereld, het hazenpad, verlangen naar realiteit, mijn wortels, afscheid, een doodklap of gewoon de ouderdom? Uiteindelijk koos ik voor een jagersplateau en een kwart liter rode wijn.

Een aanrader.


woensdag 14 maart 2012

Grijze zielen

“De dingen zijn nooit helemaal zwart of helemaal wit, alles is grijs. Mensen en hun zielen ook….Je ziel is grijs, behoorlijk grijs, zoals die van ons allemaal.” (p 121)
Geschreven door Philippe Claudel. Oorspronkelijke titel: Les âmes grises
Wat blijft hangen is een beetje onvrede en veel melancholie. Een politieman (waar ik pas op p. 90 achter kwam) reconstrueert het verleden en laat zien wat gebeurtenissen kunnen aanrichten in een mensenleven.
Dat verleden speelt zich af in een klein dorpje in Noord Frankrijk tijdens de eerste wereldoorlog. Aan de andere kant van de heuvel bevindt zich het slagveld en dat blijft ook aan die andere kant. Slechts af en toe worden de bewoners ermee geconfronteerd als er weer een lading gewonden komt voor het ziekenhuis. Maar het beïnvloed wel indirect de mensen van het dorp. Daardoor dringen de kou en de verschrikkingen van V(erdun?) toch wel tot je door.
De hoofdpersonen dragen allemaal zo hun geheimen met zich mee. Niet alles wordt glashelder, zwart of wit en dat is dat beetje onvrede wat overblijft. Maar eigenlijk lijkt ook die onvrede weg te zinken omdat ik het gevoel kreeg dat het er ook niet toe doet. Grijs is een kleur waarmee we te dealen hebben.
‘Het leven is in wezen niets anders dan een zoektocht naar goudkruimels’. (p 117) De suggestie van zelfdoding van de agent na zijn verhaal is dan eigenlijk logisch. Alles is klaar; wijzer worden we niet.
Een van de hoofdpersonen, de procureur die in het kasteel woont draagt de naam van Destinat. Dat vind ik weer mooi. Hij is de lotsbepaler van de mensen die in zijn handen vallen.
Er komt een (eigenlijk twee) moord in voor – de Zaak - maar wie heeft die op zijn/haar geweten? Zo op het oog bijna allemaal grijze mensen al zijn er ook enkelen die tegen het grijze lijken in te druisen zoals Mierck en Matziev: zwart en Clémence, de vrouw van de politieagent: wit
Al met al een mooi boek. Een soort literaire detective.
Hier en daar wat stille humor zoals: ‘de postbode die er nooit in slaagde zijn rondje af te maken vanwege allemaal andere rondjes die hij nooit afsloeg’.
Nog een mooie: ‘Door het schrijven ben ik met z’n tweeën’.
Een minpuntje wat mij betreft: Claudel schrijft via een politieman uit een provinciedorpje. Dat zo iemand zo literair kan schrijven schuurt een beetje in mijn geest. Het past niet bij het type agent.

vrijdag 26 oktober 2018

De verborgen geschiedenis van Courtillon



Geschreven door Charles Lewinsky (1946) in 2007. Vertaald in 2010 en las ik een digitale editie.
Eerder las ik van hem ‘Het lot van de familie Meijer’ en heb ik hem leren kennen als een aansprekende auteur die mij doet denken aan Philippe Claudel.

In dit boek gaat het over een Duitse docent Frans, die zichzelf heeft opgesloten in het dorpje Courtillon.
Vanuit zijn gezichtspunt wordt het boek geschreven en is het een vertelling aan een verloren geliefde waarvan hij hoopt dat ze nog eens terugkomt.
Het hele dorp met zijn inwoners en hun eigenaardigheden leer je via deze man kennen: Mademoiselle Milotte in haar rolstoel; het ‘rechtersechtpaar’ Brossard, Saint Jean met zijn vrouw Geneviève en dochter Elodie; madame Charbonnier met haar ‘gekke’ dochter Valentine.

Gedoe rond een grindafgraving waar de ene helft van het dorp vóór is en de andere helft tegen.
Dan is er nog iets met een vermoorde koerier uit WO2. En wat is er toch met die ‘kippenvrouw’?

Hoofdthema is denk ik: ‘Wat is waarheid’.
De geschiedenis die geschreven wordt door onder andere de overwinnaars, mensen met geld en macht die de geschiedenis naar hun hand zetten. Wanneer je maar lang genoeg volhoudt bij je eigen verhaal dan gaat iedereen het wel een keer geloven of laat het gebeuren.
En dat is wel fascinerend.
‘...pas achteraf, als alles voorbij is, geleefd en gestorven, kneden we de gebeurtenissen, geven we er vorm aan, vlechten we er broden en kransen van, beweren we dat het zo was omdat we bedacht hebben dat het zo geweest zou kunnen zijn.’
En: ‘een rond verhaal is te waardevol om het door de feiten te laten ondergraven.’

Hij kan gewoon goed schrijven en soms lees je psychologenvoer.
‘Wie andere mensen wil manipuleren. Moet hun (sic!) in de eerste plaats wijsmaken dat ze nodig zijn.’
En ik kwam Rilke weer tegen zoals in ‘Het grote verlangen’ van Moring: ‘Wie nu geen huis heeft, bouwt er geen meer.’

Lezende weg vind ik het leuk om die dingen te herkennen, maar wie weet over hoeveel van die stille verwijzingen ik gewoon heen lees.
Nog een leukigheidje: het boek begint met ‘De wereld is duizend passen lang’ en eindigt met ‘Duizend passen lang is de wereld’.
En een persoonlijk leukigheidje: de foto op de cover van het boek lijkt sprekend op een dorpje waar wij deze zomer zijn geweest. Het hele verhaal speelde zich voor mij daar af.





maandag 19 maart 2012

Il y a longtemps que je t’aime

Omdat ik toch nog in de ‘Claudel- modus’ zit, deze film.
Hij is gecreëerd en geregisseerd door Philippe zelf. Ooit heb ik een stukje ervan gezien en hij bleef hangen in mijn geest. Waarschijnlijk vanwege de Franse sfeer en taal. Daar geef ik toch de voorkeur aan boven de Hollywoodprodukties. De lange shots met aandacht voor de mimiek en lichaamstaal, de bescheiden muzikale begeleiding en natuurlijk de taal spreken mij zeer aan.
Dit is een film die laat zien hoe mensen zich laten leiden door vooroordelen. Ook de intelligentsia ontkomt daar niet aan. De hoofdpersoon Juliette, gespeeld door Kristin Scott Thomas heeft iets op haar geweten maar er zijn weinig mensen die de tijd, de rust en de open houding hebben om te luisteren. Maar ook Juliette zelf loopt in die val. Een reclasseringsambtenaar doet duidelijk toenaderingspogingen, zoekt ook een luisterend oor maar ze ziet niets, luistert slechts oppervlakkig en is ook teveel vervult met zichzelf.
Wat kan er in de wereld toch veel ellende voorkomen worden door interesse te tonen en open naar elkaar te luisteren! Waarom zijn we eigenlijk zoals we zijn?
Ik herkende dezelfde vermoeidheid die Juliette zo liet zien; het geen zin hebben om jezelf te verdedigen voor wat is gebeurt. Zeker wanneer je al voelt dat het niet gaat landen vanwege de houding van de opponent is het zo zinloos allemaal.
Het verhaal neemt soms grote stappen. Niet alles wordt voorgekauwd, maar dat vind ik mooi, ik kan zelf ook wel denken en combineren. Juliette is gezegend met een jongere zus Lea, gespeeld door Elsa Zylberstein die onvoorwaardelijk van haar is blijven houden ook al begreep ze de exacte toedracht van het gebeuren niet.
Bij haar, door haar en haar dochtertjes en door een man die wèl de tijd neemt komt Juliette weer tot zichzelf. 'Je suis là....'
Zonder te veel te verklappen: als vrouw en moeder begrijp je vanaf het begin eigenlijk wel dat er meer is dan wat zichtbaar is. Dat niet alles zwart of wit is. Goed of fout. Dat alles zijn verhaal heeft en daardoor grijs is.
Ja, een bekend thema van Claudel. Lea heeft dat ook intuïtief door, haar man pas later.
Het is gewoon een mooie film die tot nadenken stemt met weer literaire discussies en uitspraken. Mooi genoeg om nog een paar keer te bekijken.

À la claire fontaine
M’en allant promener
J’ai trouvé l’eau si belle
Que je m’y suis baigné

Refrein:
Il y a longtemps que je t’aime
Jamais je ne t’oublierai