Geschreven door Julian Barnes (1946) in 2022.
In de maand van de filosofie wel een passende roman.
Neil, een midden dertiger volgt een cursus ‘Cultuur en beschaving’ bij een wat oudere professor Elizabeth Finch.
Het hele boek is trouwens een minicursus in cultuur en beschaving. En filosofie.
Neil volgt een soort HOVO cursus stel ik me zo voor waarvan ik er zelf ook heel wat heb bezocht.
Hij raakt in de ban van Elizabeth en haar manier van lesgeven, haar stoïcijnse houding (‘klassieke godin’ p. 39) en vat een gecompliceerde vorm van liefde voor haar op, zodanig dat er na de cursus twee à drie keer per jaar met elkaar wordt geluncht.
Helaas sterft ze maar laat Neil al haar paperassen en boeken na zoals Helena
aan Julianus boeken meegaf om zich niet te vervelen tijdens de veldtochten.
Tsja, wat moet je daarmee?
Dat ontdekt hij gaandeweg.
Het boek bestaat uit drie delen: het eerste vertelt over de verhouding tussen
Elizabeth en Neil en andere cursisten waarvan de Nederlandse Anna nog een
rolletje speelt.
Het tweede over een essay wat Neil had moeten schrijven naar aanleiding van die
cursus maar niet heeft gedaan en het na haar overlijden alsnog doet.
Dat essay gaat over Julianus de Afvallige. In haar nalatenschap vindt hij
namelijk heel wat geschriften over deze man en hij herinnert zich dat ze veel
over hem sprak. Wellicht had ze zelf plannen om iets te publiceren over deze
man maar na een schandaal in de Britse pers, die te maken had met de
tafelgesprekken van Hitler heeft ze daar
vanaf gezien.
Dat tweede deel is alleen boeiend als je van geschiedenis houdt.
In het derde deel komt Neil erachter dat Elizabeth niet echt
de persoon was die hij voor ogen had. Exact dát wat Elizabeth haar leerlingen
probeerde bij te brengen: niet alles is wat het lijkt.
Iedereen kijkt, interpreteert
en herinterpreteert op zijn/haar manier.
Barnes is iemand die zich regelmatig afvraagt: What if?
Dat komt vooral aan de orde in het tweede deel over Julianus de Afvallige.
Drie mensen hebben de geschiedenis enorm beïnvloed volgens Elizabeth/ Barnes(?):
Kain, Judas en deze Julianus.
Wat bijvoorbeeld, als deze Julianus langer had geleefd en wèl de plannen had
doorgevoerd om het christendom/monotheïsme te elimineren door bijvoorbeeld een
derde tempel te bouwen zodat de profetie van Jezus niet zou uitkomen?
Hij wilde het christendom vernietigen door het juist toe te laten; de
christenen niet te vervolgen zodat ze geen martelaars zouden zijn.
Hij haalde de door Constantijn verbannen Ariaanse bisschoppen terug omdat het
de onderlinge strijd tussen christenen zou bevorderen.
Maar tijdens zijn sterven in de Perzische woestijn na een korte regeerperiode
komt hij tot de conclusie: ‘Gij hebt overwonnen, o (bleke) Galileeër’.
Velen hebben deze laatste heidense keizer proberen te doorgronden. Maar wat is
waarheid in de geschiedenis?
Elizabeth/ Barnes geeft het voorbeeld van een schilder die bloemen schildert.
‘Door ze af te snijden laten we ze eerder sterven; door ze te schilderen
behouden we ze nog lang nadat ze zijn weggegooid. Op dat moment wordt de kunst
werkelijkheid, en het oorspronkelijke boeket alleen nog een vluchtige, vergeten
schijnbeeld.’
Het schilderij is een impressie van de werkelijkheid maar is
die werkelijkheid niet. Dat schilderen kan ook gebeuren door woorden. Kloppen
die woorden met de werkelijkheid? Met woorden is het nog moeilijker om de
werkelijkheid/ waarheid weer te geven. Nog afgezien van bewust verdraaien.
Geschiedenis wordt nog steeds geschreven door overwinnaars.
Ik moet Wittgenstein eens lezen; die heeft betekenis gehad voor de
taalfilosofie.
Steeds meer ga ik het belang zien van een juiste woordkeus.
Losse eindjes: een geheimzinnig persoon die door Elizabeth als 'niemand' wordt aangeduid en haar been. Volgens mij had ze een kunstbeen - altijd dezelfde platte schoenen, dezelfde roklengte, zwemmen met een vrouw in een vrouwenuurtje en een vreemde reverence - maar dat wordt niet uit de doeken gedaan.
Dit raakt Tsechov's gun naar mijn idee of ik moet beter nadenken.
Uit het handboek van Epictetus wat ook af en toe langskomt en wat een levensles inhoudt: 'Sommige van de dingen hebben wij in onze macht, doch niet alle. Wat in onze macht staat is van nature vrij, en kan niet gehinderd of belemmerd worden; terwijl wat niet in onze macht staat, zwak, onvrij, ongewis en van anderen afhankelijk is. [...] Tot de dingen die niet in onze macht staan behoren ons lichaam, ons bezit, ons aanzien en ons ambt'.
Leer daarmee leven!
Ik heb de 'echte' tekst erbij gezocht en gevonden bij de de Tilburg University.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten