Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say

maandag 6 augustus 2018

Voor haar


Zij verstaat de kunst van bij me horen
In mijn lichaam heeft ze plaats gemaakt voor twee
In mijn ogen woont ze, in mijn oren
Ze hoort en ziet mijn hele leven met me mee
Soms begint ze in mijn hart te zingen
Waar het nacht wordt heeft ze lichtjes aangedaan
En door haar weet ik dan door te dringen
Tot de onvermoede schat van ons bestaan
Zo alleen maar wil ik verder leven
Schuilend bij elkaar
En als ik oud moet worden, dan alleen met haar

Zij kent al mijn dromen en mijn wanen
Al mijn haast en al mijn honger en mijn spijt
Als ik lach kent zij alleen de tranen
Die daar achter liggen in de tijd
Zo alleen maar wil ik verder leven
Schuilend bij elkaar
En als ik oud moet worden, dan alleen met haar

Zij is meer dan deze woorden zeggen
In mijn lichaam heeft ze plaats gemaakt voor twee
Maar wie weet een wonder uit te leggen
En een wonder draag ik met me mee.

Frans Halsema. (1939-1984)

Gisteravond een flardje gezien van ‘zomergasten’ met Louis van Gaal.
Een liedje van Halsema kwam voorbij en het irriteerde me en het schijnt nog wel één van de mooiste liefdesliedjes te zijn.
Wat irriteerde me?
Vooral de tweede strofe die begint bij ‘Zij kent al mijn dromen..'
Dan vraag ik mij af: en.... ken jij ook al háár dromen? Al háár wanen?
Al háár haast, al háár honger, al háár spijt?
Ken jij háár tranen wanneer zij lacht?
Versta jij eigenlijk wel de kunst om bij háár te horen?

Daar hoor ik niets van.
Ben/was je zo iemand die denkt/dacht dat hij het centrum van de kosmos is/was?

woensdag 1 augustus 2018

Een man van horen zeggen


‘Pas als er niemand meer is die zich jou herinnert ben je echt dood’.
Marcel Möring in ‘Het grote verlangen’.
Dat schoot mij te binnen bij het lezen van dit boek van Willem Jan Otten. Maar misschien heeft Moring het weer van Otten. Beter goed gejat dan slecht bedacht zullen we maar denken.
Zo moet ik dat natuurlijk niet zien: schrijvers en alle andere kunstenaars inspireren elkaar.
En laat ik eerlijk zijn: ook in mijn brein wordt van alles opgeslagen waarvan ik de herkomst niet meer weet.
Het is Ottens roman/novelle debuut uit 1984. Daarvoor schreef hij gedichten en toneelstukken.



Gerard Legrand, een pianist, is al tien jaar dood maar zijn bewustzijn leeft nog via de herinneringen van zijn nabestaanden. Die kan hij waarnemen. Vanuit het hiernamaals. Maar dat bewustzijn is dan kennelijk opgelost wanneer hij niet meer herinnert wordt.
In ieder geval leert hij zichzelf een beetje kennen via de herinneringen van zijn directe nabestaanden: Olga, zijn ex-vrouw, Belle/Danielle zijn vriendin met (zijn?)dochter Lotte en zijn zoons Johannes en Frank.
Klara, zijn schoondochter organiseert een herinneringsmaaltijd vanwege zijn ongeluk, tien jaar geleden. Hij reed op vijfenvijftigjarige leeftijd onder een truck en overleefde dat niet. Die chauffeur is de enige die met spijt terugdenkt aan hem.

Klein boekje, heel veel denkwerk. Eigenlijk teveel denkwerk met dit aanhoudende warme weer wanneer ik alleen maar amechtig in een stoel kan hangen en kan lezen. In de winter nog maar eens lezen.
Het perspectief is wel interessant zoals ook in Ottens ‘Specht en Zoon’.

Waarom deze ECI-uitgave deze omslag heeft; daar ben ik nog niet achter. Hij is wel mooi.
En dat voor negentig cent van de kringloopwinkel.

Waarom ik dit blogje op deze manier ben begonnen?
Omdat ik ergens las dat de eerste zin pakkend moet zijn anders leest men niet verder.
Maar wat een kolder is dat eigenlijk. Dat zegt wel iets over de lezers van nu.
Je leest toch niet alleen omdat een eerste zin mooi of pakkend is?
Ik lees omdat ik een bepaald boek wil lezen of omdat ik (meer) wil lezen van een bepaalde schrijver.
Dan zal de eerste zin mij een worst wezen.






zondag 29 juli 2018

De stad der blinden



Geschreven door Jose Saramago in 1995. Ik las een vijfde druk uit 1999 die ik in de kringloopwinkel vond.
Eerder las ik van hem ‘de stad der zienden’ en ‘Kain’.


Ik wist dat zijn interpunctie beroerd was maar ik moest er toch weer even aan wennen.
Het is een allegorie. In een stad worden van het één op het andere moment mensen blind. Niet zwart blind maar wit blind; ze kijken in ‘melk’. De witte ziekte.
Wat te doen? Is het besmettelijk misschien? De eersten die blind zijn geworden worden apart gezet in een leegstaand gekkenhuis. De mensen die met hen aanraking zijn geweest worden in een andere vleugel in quarantaine geplaatst. Wie daar alsnog blind wordt moet ‘overlopen’.


De regering geeft beloftes af voor de eerste levensbehoeften en soldaten bewaken de boel.
In een zaal van het gekkenhuis ontstaat een groepje blinden van het eerste uur. De eerste blinde; later wordt zijn vrouw toegevoegd, een oogarts die die eerste blinde heeft onderzocht en ook blind werd. Een vrouw met een oogontsteking en daarom een zonnebril draagt; zij ontfermt zich weer over een blind, scheel jochie dat zijn moeder is kwijtgeraakt.
Een man met maar één oog en voor het andere oog een zwart lapje draagt. En zo nog een paar. Op die manier blijft Saramago hen ook noemen.
Stel je dat eens voor: een groepje mensen die plotsklaps blind zijn geworden en in een vreemde omgeving worden gedumpt. Dat wordt een zooitje. Toiletten die niet op tijd worden gevonden, zieken waar geen hulp voor is, een dame die ongesteld moet worden.
Alles wordt zeer realistische beschreven door Samarago.

Maar voor de groep uit deze eerste zaal is er een lichtpuntje: de vrouw van de oogarts is niet blind maar heeft alleen maar gezégd dat ze blind werd om zo bij haar man te kunnen blijven.
‘Wie ogen heeft die kijke. Wie zien kan neme waar.’
Dat wordt de redding voor deze groep want in het land der blinden is éénoog al koning, laat staan iemand met twee ogen.
Ze moet echter wel oppassen dat niemand anders dat merkt.
Dan beschrijft Saramago heel kleurrijk, soms heel heftig en vaak met ironie wat het met mensen doet die aan zichzelf zijn over geleverd. Iemand moet bijvoorbeeld de leiding nemen. Over één zaal gaat dat nog wel maar wanneer er veel meer mensen komen van andere zalen en het eten wordt zo nu en dan op een grote hoop gedumpt en moet over alle zalen verdeeld worden dan komt leiden in last.
Wanneer dan een leider van een andere zaal ook nog eens een pistool heeft...en dus de macht.
Tel uit je winst. Mensen verworden tot dieren.
De vrouw van de oogarts is een moreel hoogstaand mens en blijft haar best doen voor haar groepje. Bijna tot ze er zelf bij neervalt.

Ik moest denken aan ‘Lord of the Flies’ van William Golding. Een boekje dat we vroeger moesten lezen in onze lessen Engelse literatuur.
Ook dat gaat over machtsstructuren en wat het doet met mensen.
Je wordt er niet vrolijk van. Er zijn inderdaad mensen die kwaad doen om het kwaad zoals Safranski al betoogde en wat Saramago in dit boek ook beschrijft.

Af en toe is hij lekker filosofisch, bjvoorbeeld wanneer het voormalig gekkenhuis in de fik vliegt:
‘Gelukkig, zo heeft de geschiedenis van de mensheid aangetoond gebeurt het niet zelden dat iets slechts iets goeds met zich meebrengt, over de slechte dingen die door goede worden meegebracht wordt minder gesproken, onze wereld hangt van zulke tegenstrijdigheden aan elkaar.’

En humoristisch:
‘Ze blijven dicht op elkaar gedrukt als een kudde, niemand van hen wil het verloren schaap zijn want ze weten op voorhand dat geen enkele herder hen zal gaan zoeken.’

En heel vaak met onderkoelde ironie:
‘De twee soldaten van de escorte, die op het bordes waren gebleven, reageerden voorbeeldig op het gevaar. Hoe en waarom weet alleen God, maar ze bedwongen hun terechte angst, stapten naar de drempel van de deur en schoten hun magazijnen leeg.’



zaterdag 28 juli 2018

Vrouwen en macht



Een manifest, geschreven door Mary Beard, een classicus uit het Verenigd Koninkrijk in 2017.
Ik las een digitale vertaling uit mei 2018.
Eerder las ik van haar SPQR.

In dit manifest mengt zij zich in de genderdiscussie en vanuit de Griekse en Romeinse oudheid probeert zij aan te tonen waarom we zijn zoals we zijn.
Uit ervaring weet zij wat het is om als vrouw niet serieus te worden genomen terwijl ze hoogleraar is in de oude literatuur.
Online krijgt ze soms de meest vreselijke -gendergerichte - aantijgingen om haar oren geslingerd wanneer zij zich ergens mee bemoeit.



Hoe komt het toch dat vrouwen door de eeuwen heen zo anders worden behandeld dan mannen? Nog steeds, al wordt het hier en daar wat subtieler.
Bijvoorbeeld: vrouwen mekkeren terwijl dat woord nooit voor mannen wordt gebruikt.
Waarom dwingen vrouwenstemmen minder respect af? Want daarom volgde Mw. Thatcher stemtrainingen; om haar stem lager te laten klinken en zo meer respect af te dwingen.
Daarom dragen Merkel en Clinton lange broeken, om toch maar aan te sluiten bij dat mannelijke wereldje. Heel fout natuurlijk, maar kennelijk nodig en effectief.
Het begint al in de oudste westerse geschriften: in de Odyssee van Homerus wanneer zoon Telemachus zijn moeder Penelope het woord ontneemt.
Dat patroon in niet veranderd.
‘Deze houding, aannames en vooroordelen zijn volledig bij ons ingebakken: niet in onze hersenen (er is geen neurologische reden om aan lage stemmen meer gezag toe te kennen dan aan hoge stemmen), maar in onze cultuur, in onze taal en in duizenden jaren geschiedenis.’

Beard gebruikt het voorbeeld van de ‘Miss Triggsbehandeling’. Iets wat veel vrouwen meemaken. Niet altijd direct maar wel vaak indirect.
Een cartoon waarop één vrouw en meerdere mannen rond een vergadertafel zitten. Eén van de mannen zegt na een opmerking van de vrouw: ‘Dat is een uitstekend voorstel, Miss Triggs. Misschien wil een van de aanwezige heren het ter tafel brengen.’
Zelf ontdekte ik in een film: ‘Something to Talk About’ ook iets wat zo bekend is.
Grace (Julia Roberts) is getrouwd met Eddie (Dennis Quaid) maar ontdekt dat hij vreemd gaat. In een gesprek confronteert zij hem hiermee. Dan weet Eddie het zo te draaien dat Grace de schuldige is en hij het slachtoffer en Grace tuint er ook nog in en houdt haar mond.
Domme film.
Dat ‘Adams’ gedrag zit er nog steeds in maar helaas heeft ‘Eva’ bijna nooit een slang voorhanden om de schuld verder te schuiven.
Ook gebeurt het in gesprekken wel dat wanneer je zelf met sterke argumenten komt, mannen zich opeens vaderlijk gaan gedragen of proberen een beroep te doen op je intelligentie en zeggen: ‘Maar je begrijpt zelf toch zeker wel dat..….’

Beards oplossing:
‘Je kunt vrouwen niet zomaar in een structuur inpassen die al als mannelijk gecodeerd is; je moet de structuur veranderen. Dat betekent dat je anders moet nadenken over macht. Het betekent dat je die moet loskoppelen van maatschappelijke prestige. Het betekent dat je gezamenlijk moet nadenken over de macht van volgers en niet alleen van leiders. Het betekent bovenal dat je moet nadenken over macht als een attribuut of zelfs een werkwoord (‘machten’), niet als bezit.’

Mooie theorie maar volgens mij moeten we gewoon leren dat soort dingen direct te analyseren en ter sprake te brengen en dat vooral vol te houden, wat de consequenties ook mogen wezen.
Helaas ben ik daar zelf niet goed in. Mijn hoop is gevestigd op de volgende generatie die meer geleerd heeft om te spreken in het openbaar.


woensdag 25 juli 2018

Hoeveel waarheid heeft de mens nodig


Geschreven door Rudiger Safranski (1945) in 1990. Ik las een E-book uit 2017.
Ondertitel: ‘over het denkbare en het leefbare’.
Eerder las ik zijn boek ‘Het kwaad’ en ontdekte dat hij heel prettig schrijft en dingen weet uit te leggen.

De titel was een ander aantrekkelijk gegeven. Hoeveel waarheid heeft de mens nodig. Heeft de mens waarheid nodig om te kunnen leven? Moet een mens niet gewoon in waarheid leven? En wat is dan waarheid? Pilatus wist het al niet, weten wij het nu wel? Kunnen we het na tweeduizend jaar filosofie omschrijven? Zoeken we nog steeds?
Dat waren zo de vragen die bij mij opborrelden.
De titel van het boek is een vraag van Nietzsche zo blijkt uit het boek.

In een Chinees sprookje verdwijnt de schilder in zijn eigen schilderij. De omstanders blijven achter. Dat is de utopie van de waarheid: het samenvallen van het zelf met de wereld.
Safranski stelt de vraag: 'hoe kun je leven in een wereld die niet van jezelf is, met een vrijheid waarvan je niet precies weet of ze een vloek of een zegen is'. Niet je ‘zijn’ stelt waarheidsvragen maar je bewustzijn.
Volgens Safranski bestaat de Waarheid niet. Elke vorm van waarheid is relatief, omdat de waarheid niet in de dingen zelf ligt, maar in het geloof dat een bepaalde theorie waar is.

Hoe deden Rousseau, Kleist en Nietzsche dat? Welke overeenkomst hebben deze drie mannenbroeders.
Hij schetst hun eigenzinnige denkbeelden maar helaas liep het met alle drie niet goed af.
Het blijkt dat geloof in absolute waarheden eigenlijk een uiting is van `angst voor de vrijheid'.
Wanneer die absolute waarheden onderuitgaan wat hou je dan over?

Rousseau gaat ervan uit van de waarheid dat de mens in principe goed is, dan is het een kwestie van zoeken naar een zuivere houding ten opzichte van jezelf, binnen, en naar ‘buiten’; de natuur. Maar die ander, die zo anders is, is er ook nog. Het ‘zijn’ van de ander is een ondoordringbaar en bedreigend ‘buiten’.
Kleist is ook zo’n getormenteerde ziel. Vertrouwend op de waarheid van de wetenschap, maar wordt hierin volgens hemzelf gestoord door de filosofieën van Immanuel Kant waarin hij aantoont – weer volgens Kleist en dat weer volgens Safranski - dat we alles alleen door de bril van onze subjectiviteit zien en er dus geen objectieve waarheid kan bestaan. De waarheid van Kleist stort in elkaar en hij verlangt naar rust maar wordt hierin dwarsgezeten door zijn ambitie om toch iets te betekenen in de buitenwereld. Hij is eerzuchtig.
Hij stort zich op de kunst; zijn verbeeldingskracht en schrijft o.a. tragedies en gedichten.
Uiteindelijk neemt hij wraak op het leven door middel van zijn laatste geënsceneerde stuk: zijn zelfmoord samen met Henriette Vogel.
Over Nietzsche schrijft Safranski: ‘Nietzsche wilde het leven vinden met behulp van het denken en heeft daarbij een denken uitgevonden dat het leven verwoest.’
Het gaat in grote lijnen bij alle drie op dezelfde manier: het omkomen in zelfgemaakte beelden en waarheden. Zij hebben zich in zichzelf begraven.
Dat leidt dus tot niets.

Dan gaat Safranski verder met een globale lezing van de traditionele metafysica die ook uitnodigt om te ‘verdwijnen’ maar dan naar een gemeenschappelijk thuis. Niet alleen de schilder moet in het schilderij verdwijnen maar ook de omstanders.
De metafysica wil het denken stimuleren door een stap verder te zetten; de fysica boezemt de mens angst in maar er is een ‘andere wereld’, die van het geestesoog en het geestesoor.
Er is iets hogers dat ons draagt. God is de absolute vrijheid en liefde.
En De Waarheid volgens mij. Er kan maar één waarheid bestaan, los van wat wij als mensen er van maken.
Dat is, lijkt mij, een rots waar je op kunt bouwen.
In het kielzog hiervan is in de christelijke metafysica de mens niet iemand die kennis nodig heeft maar veeleer liefde. ‘Liefgehad-worden is een voorwaarde om te kunnen bestaan’.
Maar hoe zit dat dan met de natuur waarvan we nu weten dat die zo is ingericht dat ze zichzelf zonder liefde in stand houdt?

Zo ontstaat het moderne wereldbeeld na de scheiding van geloof en rede. Ingezet bij Descartes – de enige zekerheid is de daad van het denken – via Kant – de rede kent haar grenzen niet; kan er alleen maar over reflecteren en we conformeren de werkelijkheid aan onszelf - en het Duitse idealisme; dat toch weer streeft naar een eenheid van de tweedeling. Tussen uiterlijk en innerlijk mag geen fundamenteel verschil bestaan. (Fichte, Schelling, Hegel)
Na een hoofdstuk over de metafysica en misdaad met Hitler en Goebbels in de hoofdrol ook een mooi stuk over Franz Kafka en de hoofdrolspelers in zijn boeken.

Voor Kafka is vrijheid nu juist het zich terugtrekken in zijn eigen wereld. Daarin vind hij zijn overeenstemming met zichzelf en de wereld. Dat sprak me wel aan. Sociale conventies kunnen zo vervelend zijn.

Tot slot heeft de politiek alleen maar de opdracht om vrijheid te faciliteren, voor vrede en welvaart te zorgen. Het buiten.
En niet zoals het Nationaal socialisme voorstond een (politiek) kunstmatig binnen te creëren in de vorm van het Duitse Rijk en het buiten als vijand te zien.
De cultuur kent de hartstochten, de liefde en de verlossing. Het binnen, zoals bij Kafka.
In deze twee werelden kunnen leven, met gescheiden waarheidssferen, is een levenskunst.

Een (lange) zin om over na te denken:

‘Het gebod om consequent te zijn, dat het denkbare en het leefbare in een eenheid zonder tegenspraak wil omzetten, kan tot verarming of verwoesting van het leven leiden. Het leven verarmt als je onder invloed van het gebod om consequent te zijn alleen durft te denken wat je ook meent te kunnen leven. En aangezien het leven altijd een leven met andere mensen is, en daarom op compromisvorming blijft aangewezen, zul je alle compromissen, alle overeenkomsten die je in het sociale verkeer sluit, ook al aan je eigen denken opleggen. Zo komt het tot deze paradoxale situatie: niemand is zichzelf, iedereen is als de ander. Het leven wordt verwoest als je, onder invloed van het gebod om tot elke prijs consequent te zijn, ook als het tot verwoesting leidt, iets wilt leven alleen omdat je het bedacht hebt.’


vrijdag 20 juli 2018

Patrick Melrose


Geschreven door Edward St Aubyn.
Een aantal boeken inéén; de eerste drie geschreven in 1990-1995 en de laatste twee in 2006 en 2011.
1. Laat maar
2. Slecht nieuws
3. Wat heet hoop
4. Moedermelk
5. Eindelijk

Ik slurpte een complete digitale versie uit 2015 naar binnen naar aanleiding van het eerste deel van de miniserie op TV bij de VPRO, waarin Benedict Cumberbatch de hoofdrol speelt.
En hij is daar uitermate geschikt voor.
Het boek is enigszins autobiografisch voor wat betreft de grote lijnen, zo begreep ik van het wereldwijdeweb.

Patrick is enige zoon van een koppel uit de Engelse High Society. Ja, het gaat wéér over een hoog opgeleide witte man. Wat de vrouwen doen in het boek behalve geld uitgeven en goede doelen nastreven wordt niet echt duidelijk. Patrick wordt advocaat om zoveel boeven uit de gevangenis te houden.
Dit zat ik mij te realiseren na een artikel in ‘de Verdieping’ van Trouw van vandaag, vrijdag 20 juli.
Enfin: in het boek wordt vooral die High Society op de sarcastische korrel genomen.

David, Patricks vader is ‘omhoog getrouwd’ met Eleanor, een Amerikaanse met een smak geld. Een esoterische tante. Ze hebben een huis in Londen en een huis in Zuid Frankrijk waar zich ook een gedeelte afspeelt.
‘Het was Eleanor nooit helemaal duidelijk geworden waarom Engelsen meenden zich erop te kunnen laten voorstaan dat ze vele generaties op één en dezelfde plek geen steek hadden uitgevoerd, maar het was zonneklaar dat David zich geheel in deze opvatting kon vinden.’
Eleanor is meer van de zingeving en goede doelen en was van plan om met hun vermogen een tehuis voor alcoholisten op te zetten. ‘In zekere zin waren ze daarin geslaagd.’
Ik hou van dit type zwartgallige humor en het boek staat er vol mee.

Het is een slecht huwelijk, want David is een sadistische man, een voorstander van een harde opvoeding en dat heeft zijn weerslag op de gevoelige Patrick.
Wanneer hij met zijn vader, gecremeerd, onder zijn arm loopt realiseert hij zich ‘dat dit de eerste keer was dat hij langer dan tien minuten met zijn vader alleen was zonder te zijn misbruikt, geslagen of uitgescholden’.
Hij krijgt depressie op depressie, raakt aan de drank en de drugs en dat blijft een gevecht tot bijna de laatste bladzijde.
Dan, bij de crematie van zijn moeder komt hij, als ruim veertig jarige tot het inzicht dat hij ongetroost door het leven moet gaan en lijkt dat te accepteren.
Hij heeft dan een huwelijk achter de rug en heeft twee zoontjes, Robert en Thomas die hij zo graag anders wil opvoeden dan hij zelf opgevoed is. Maar het is zo moeilijk om niet in de tegenovergestelde richting te ontsporen.
Patrick komt op een moment ook tot het inzicht dat hij zich ‘tevreden moet stellen met de gedachte dat het nog erger moest zijn geweest om zijn vader zelf te zijn, dan om iemand te zijn die zijn vader had gepoogd kapot te maken.’

Het boek, de boeken, zijn geschreven vanuit verschillende perspectieven met de nodige flashbacks. Eén gedeelte is geschreven vanuit het perspectief van de pasgeboren Robert en dat vond ik wel heel boeiend.
We gaan er vanuit dat baby's niet zo kunnen denken maar stel dat...
Er komen veel verschillende mensen in voor maar omdat ik het in één ruk heb uitgelezen was dat geen probleem.

Er staan ook weer veel markeringen in mijn e-book en het is lastig een keus te maken.
Een paar:
‘Ik moet zeggen dat ik niet begrijp waarom mensen altijd zo gefixeerd zijn op geluk, dat ze altijd weer ontglipt, terwijl er zoveel andere prikkelende ervaringen voorhanden zijn, zoals woede, jaloezie, verachting en noem maar op’.

Wanneer Patrick bij zijn overleden moeder Eleanor zit:
‘De afwezigheid van leven in het vertrouwde lichaam, de stijve en gestileerde gelaatstrekken van het gezicht dat hij al kende nog voordat hij zijn eigen gezicht had leren kennen, het maakte alles anders.’


Deze vond ik ook scherp:
‘Het idee van een leven na de dood, bedacht om mensen gerust te stellen die niet konden leven met het absolute van de dood, was nauwelijks geloofwaardiger dan het idee dat het absolute van de dood was bedacht om mensen gerust te stellen die niet konden leven met de nachtmerrie van zich eindeloos herhaalde ervaringen.’

Een inzicht waar menigeen nog wat van kan leren:
‘Terwijl het mededogen zich verspreidde, zag hij zichzelf op gelijke voet met zijn vermeende kwelgeesten, zag hij zijn ouders, die de oorzaak leken van zijn lijden, als ongelukkige kinderen met ouders die de oorzaak leken van hun lijden: niemand droeg schuld en iedereen verdiende hulp, en degen die de meeste schuld leken te dragen, hadden het hardst hulp nodig.’

Een paar puntjes van kritiek: wat claustrofobische agorafobie is gaat mijn pet te boven; het spreekt zich zelf tegen.
En de gedachtegangen en taal die Thomas als driejarige gebruikt komt nogal ongeloofwaardig over.

woensdag 18 juli 2018

Twelve Angry Men



Wat is toeval.
Ik ben bezig in de boeken van journalist en schrijver Edward St. Aubyn; Patrick Melrose.
De VPRO zendt op dit moment de vijfdelige mini- tv-serie uit die erover is gemaakt.
Na de eerste aflevering heb ik mij voorgenomen om de boeken te gaan lezen. Nu lees ik vóór de tv-serie uit.
Patrick, de hoofdpersoon, gespeeld door Benedict Cumberbatch, heeft het af en toe over ‘de Mythe van Sisyphus’ , vanwege zijn zelfdestructieve neigingen en over de film ‘Twelve Angry Men’.
Die film heb ik, zonder dat ik dat wist, kortgeleden opgenomen van de Belgische TV en gisteravond bekeken omdat ik daar wel nieuwsgierig naar werd.

Een klassieker uit 1957, geregisseerd door Sidney Lumet.


Het is een zwart-wit film maar dat stoort helemaal niet want het gaat over een twaalfkoppige mannelijke jury die een oordeel moet vellen over een jongeman die de moord op zijn vader zou hebben gepleegd.
De film is bijna helemaal in één kamer opgenomen; twaalf mannen in donkere pakken met witte overhemden.... kleur mistte ik helemaal niet.
De gesprekken van die twaalf zijn boeiende genoeg en hebben nog niets aan actualiteit ingeboet.
De te veroordelen jongeman is van Indische afkomst. Dat zie je in één shot bij het begin van de film en alles lijkt uit te draaien op het vonnis: ‘guilty’. Dat zal de doodstraf als gevolg hebben.
Racisme komt naar voren en ook allerlei andere, akelig bekende en irritante vooroordelen passeren de revue.

De hoofdrol is voor Henry Fonda die, als enige in een licht pak, kiest voor ‘not guilty’. Niet omdat hij daarvan overtuigd is maar om zich er niet zo snel vanaf te maken en alles eens nader wil bespreken. Het gaat tenslotte om een mensenleven.
De hele club is tegen hem want alles is duidelijk, de jongeman heeft de moord gepleegd en over een paar uur begint een belangrijke honkbalwedstrijd.
Er wordt van hen echter een unaniem oordeel gevraagd.
Gaandeweg in de gesprekken ontstaat ‘gerede twijfel’ over het getuigenmateriaal omdat juryleden voor zichzelf gaan nadenken en zich bewust worden van hun kuddegedrag. Fonda, als nummer acht, bespeelt en manipuleert. Aan die indruk kon ik me niet onttrekken ook al vond ik het in dit geval terecht.
Het is bloedheet in die kamer, alle colbertjes zijn op een gegeven moment uit. Maar ik weet niet of daar bewust mee gespeeld is.
Het was wel een beetje voorspelbaar allemaal, maar toch. De redelijke mens, de gevoelsmens en de mens met zijn eigen projecties; er komt van alles aan bod.
Het is een boeiende film.