Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Zwarte dag. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Zwarte dag. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

maandag 21 december 2020

Het gewicht van de woorden

Geschreven door Pascal Mercier(1944) in 2019. Ooit las ik van hem ‘Nachttrein naar Lissabon’ en was óm voor deze schrijver. Daarna ‘de pianostemmer’ wat ik wat minder vond.
Mercier, zijn echte naam is Peter Bieri, is een Zwitsers filosoof. Hij schrijft in het Duits want het is uit het Duits vertaald,  maar met dit boek had ik het om de één of andere reden uit het Italiaans verwacht: 'Il peso della parole',  waarschijnlijk omdat heel veel zich in Italië afspeelt en het ook die sfeer heeft.
Ook heb ik nog een filosofisch werk van hem liggen onder zijn echte naam: ‘Het handwerk van de vrijheid’ met als ondertitel ‘Over de ontdekking van de eigen(!) wil’.
Je snapt: daar ben ik ook benieuwd naar. Alleen ben ik daar weer in blijven steken maar dat komt op een dag wel. En op de plank liggen nog ‘Lea’ en ‘Perlman’s zwijgen’. Ooit in een kringloopwinkel gevonden.


Dit boek lijkt op ‘de Nachttrein’ met z’n vele brieven. Een goede manier om gelaagdheid aan te brengen.

Wanneer een boek mij afhoudt van Netflix, dan vind ik een boek geslaagd. Dat was hier het geval.
Dat gebeurde niet met ‘de storm’ van Grisham. Wat een belabberde schrijver is hij eigenlijk vergeleken met Mercier.
Ander type boek ook. Er moet bij Grisham veel gebeuren wil je er een film van kunnen maken, terwijl bij de filosofische Mercier veel nagedacht wordt over allerlei onderwerpen.
‘Op twee vragen , zei hij, moet een verlicht mens altijd antwoord weten: wat denk ik precies? En: waarom denk ik dat?’

En daar hou ik van. Ik ben ook dol op woorden, en ook vooral geschreven; zwarte tekentjes op een witte ondergrond. Met podcasts heb ik niets; ik wil woorden zien en die op mijn eigen tempo kunnen opslurpen, mijn eigen beelden en ideeën kunnen vormen. Met preken in de kerk heb ik al moeite genoeg om niet af te dwalen.

Simon Leyland is een geboren Brit, maar als vertaler en uitgever in Triëst, Italië beland vanwege zijn huwelijk met Livia. Als kind had hij zich voorgenomen om alle talen te leren die rondom de Middellandse zee werden gesproken.  Gewoon omdat hij dat leuk vond zonder zich de vraag te stellen of hij er ‘iets aan had’. Die onvraag naar het nut die trouwens in het boek niet gesteld werd, viel mij op.
In dit land moet alles iets opleveren. Zomaar iets voor de lol doen is eigenlijk not done.
Wat een onzin en wat een armoe.

In ieder geval is het met al die talen bij Simon niet zover gekomen maar een talenknobbel  en een intens gevoel voor woorden heeft hij wel.
Zijn vrouw Livia komt uit een Italiaanse uitgeversfamilie en heeft de uitgeverij van haar vader geërfd; is betrekkelijk jong gestorven en daarna heeft Leyland de uitgeverij overgenomen. Ze hebben twee kinderen. Sophia en Sidney.
Regelmatig bestookt door migraineaanvallen krijgt hij op een dag het bericht dat hij vanwege een hersentumor nog maar kort te leven heeft – woorden van gewicht -  en hij bereidt zich daarop voor door de uitgeverij te verkopen. Dan blijkt alles op een misverstand te berusten en ja…wat ga je dan doen met je herwonnen leven.
Ik moest denken aan 'de Vlek' van Willem Jan Otten. Daar wordt ook zo’n fout gemaakt. Wat doet dat met een mens? Het hakt er op dat moment in als een mokerslag, maar drie maanden nadat hij zijn leven weer ‘teruggekregen’ heeft is tot Simons eigen verbazing zijn perspectief op het leven alweer veranderd en zijn prioriteiten geen prioriteiten meer.

Na de verkoop van de uitgeverij heeft hij een berg geld en erft ook nog eens een huis van een oom in Londen. Daar gaat hij wonen maar houdt door zijn vertaalwerk banden met de uitgeverij in Triëst en ook met vrienden van een uitgeverij in Londen. Er komen nogal wat mensen langs en ik kan me voorstellen dat het voor sommige lezers teveel is.
Door dat geld kan hij veel goed doen en dat is één van de filosofische problemen die Mercier aankaart. Want waar doe je dat voor? Onbaatzuchtigheid? Toch voor je eigen ego?
Wat doet het met de ontvanger? Ben je verplicht om eeuwige dankbaarheid te tonen?
Andere vraagstukken die aan de orde komen zijn bijvoorbeeld ‘de witte en zwarte  kaste’.
Sophia is verpleegkundige en gaat voor arts studeren en kapt daar op een bepaald moment acuut mee. Ze heeft genoeg van dat aparte gezondheidszorgwereldje met zijn eigen onbegrijpelijke taal. Die witte kaste. Hoe herkenbaar!
Zoon Sidney zit in de advocatuur, de zwarte kaste, en krijgt de nodige morele problemen.

Waarom leven zoveel mensen naar hetgeen van ze verwacht wordt?
Wat is tijd? Kun je je tijd verbeuzelen en is dat dan per definitie verloren  tijd?
Waarom hou je altijd rekening met wat jouw – het gewicht van -  woorden bij de ander teweeg kunnen brengen?
Volgens mij zijn er mensen die dat helemaal niet doen, maar oké.
Dat was een reden voor Leyland om aan zijn overleden vrouw brieven te gaan schrijven. Dan kun je eerlijk zijn en breng je niemand van zijn stuk en het helpt hem zijn gedachten te ordenen. Ook herkenbaar. 
Wat is belangrijker in het leven: je als vertaler druk maken over een komma of inspanningen verrichten voor de zwakkeren in de samenleving?
‘Er bestaat geen ranglijst van belangrijkheid van de dingen waarop je leed en komma’s met elkaar kunt vergelijken.’

Omdat Simon uitvalsverschijnselen krijgt bij zijn migraineaanvallen vraag hij zich af hoe de taal van de geest werkt. Want die ging gewoon door in hem ook al kon hij moeilijk uit zijn woorden komen bij zo’n aanval. De taal van zijn geest bleef ongedeerd. Hij kon het alleen niet uiten.
Ach, ik herinner me nog een mevrouw die, na een hersenbloeding, alleen nog maar ‘do-do’ kon zeggen terwijl ik merkte dat haar geest normaal functioneerde.  Aan de intonatie kon je dan horen of ze kwaad was, onzeker of verdrietig. Wat moeilijk is dat.
Maar op een dag zou je ook je gedachten kwijt kunnen raken. En dan?
Wat zijn herinneringen, welke sporen laat je na in je kinderen, los van je genen.
Niet dat Mercier overal een antwoord op formuleert; hij zet je aan het denken. Er zitten weer veel markeringen in mijn boek.

Negatieve punten zijn de langdradigheid. Simon beleeft van alles en gaat dat ook nog eens aan zijn vrouw schrijven. Dat is dubbelop. Aan het einde van het boek gaat hij zelf een boek schrijven als teken van het vinden van nieuwe woorden denk ik, maar daarover wordt naar mijn mening teveel uitgeweid al geeft het wel weer een inkijkje in de knopen en dilemma's die het schrijven van een boek met zich meebrengen.

È bello scrivere perché riunisce le due goie: parlare da solo e parlare a una folla.
vrij vertaald: Het mooie van schrijven is de combinatie van het spreken met jezelf en het spreken tot een groep.
Vertel mij wat. Hij had ook blogger kunnen worden.

En de muziek van Bach is de achtergrond muziek voor het leven!

 

  

maandag 17 februari 2020

Westerse cultuurgeschiedenis 1300 -1500 I de Geschiedenis


Nieuwe ronde, nieuwe verhalen.
Hoe krijg ik dit weer overzichtelijk in een blogbericht. *kreun*
Tot het jaar 1300 was er een opgang in de agrarische sector, na 1300 waren er meer rampen met als gevolg: neergang. Misoogsten door een klimaatverslechtering. Daardoor hongersnoden en epidemieën zoals dysenterie, de pokken en de zwarte dood die een zware wissel trokken op het leven in West Europa. Er waren oorlogen en stadsbranden. Het was eigenlijk geen fijne tijd.
Wel was daar de toenemende kennis in de wetenschap in de richting van de Renaissance die in Italië rond 1500 op het hoogtepunt was.
Er waren inmiddels universiteiten ontstaan in Bologna (1088 en daarmee de oudste van Europa) in Oxford (1096) en aan de Sorbonne (1150), Cambridge (1209) Salamanca (1218) en Coimbra (1290) en behalve die van Bologna nog wat meer in Italië.

In 1342 werd begonnen met een pausenpaleis in Avignon. Het grootste gotische bouwwerk in Europa. Er was gedoe in Rome vanwege de aanstelling van een Franse paus waardoor sinds 1309 de pausen in Avignon bivakkeerden.
De Honderdjarige oorlog (1357 – 1453) woede tussen Engeland en Frankrijk. Het huis van Capet was uitgestorven en nu ging de strijd tussen de zijtak: Karel V van het huis van Valois en Eduard III van de Plantagenets. Hij maakte ook aanspraak op de Franse troon.

De slag bij Crécy (1346) en de slag bij Poitiers (1356) zijn beroemd geworden. In het voordeel van de Engelsen.
Toch wist het huis van Valois de oorlog te winnen en de Plantagenets uit Frankrijk te verdrijven. Ook uit het laatste stukje Guyenne wat nog lang een leenstaat was van de Engelse koning.
Tussendoor was er nog de burgeroorlog tussen de Bourguignons en de Armagnacs.

In de laatste fase van deze Honderdjarige oorlog speelde Jeanne d’Arc, de maagd van Orleans haar rol. Zij was volgelinge van de dauphin, dus Armagnac, en wist Karel VII in Reims te laten kronen.

De Bouguignons o.l.v. Filips de Stoute (1342 - 1404) (jongere broer van Karel V) waren machtige tegenstanders. Deze Filips was ook een slimme. Hij trouwde met Margaretha van Vlaanderen en wist op deze manier zijn invloed te vergroten. Vlaanderen was een rijk gebied.

Uiteindelijk werd de vrede getekend bij Atrecht tussen Karel VII en Filips de Goede (1396 - 1467) ( stichter van de ‘Orde van het Gulden Vlies' en kleinzoon van Filips de Stoute) en konden ze eensgezind de Engelsen het land uit werken. Dat lukte op Calais na.
(Bij de belegering van Calais door de Engelsen waren er zes dappere mannen die zich overgaven aan de Engelsen in ruil voor het bewaren van de stad. Hierop heeft Auguste Rodin één van zijn beroemdste werken gebaseerd.)
De Filips de Goede was een wijs mens, wist door slim regeren zijn bezittingen uit te breiden en zette zijn (bastaard) zonen op cruciale plaatsen aan het roer. Hij was gewoon een goed manager.

De meeste aandacht in deze lessen ging uit naar Frankrijk. In Italië was de renaissance al begonnen in de kunst en literatuur. Lorenzo il Magnifico werd genoemd die ik al kende uit de boeken over de Medici’s.
In Spanje en Portugal regeren resp. Isabelle van Castilië met Ferdinand van Aragon en Emanuel I en mieterden de Joden het land uit. Dat gebeurde trouwens regelmatig in heel Europa. Pogroms waren aan de orde van de dag.
Dat wist ik al weer uit de boeken van Simon Schama.
Isabella en Ferdinand maken een eind aan de Reconquista door Granada terug te veroveren op de Islam.

Uit Engeland kwam behalve al dat politieke geneuzel ook de bekende naam van John Wyclif (1330 – 1384) aan de orde. Hij vertaalde de Bijbel in het Engels en kwam tot de ontdekking dat er nogal wat schortte aan de Rooms Katholieke leer.
Zijn volgelingen werden de ‘Lollards’ genoemd.
In Praag leefde Johannes Hus (1370 – 1415) een volgeling van Wyclif die, behalve dat hij de uitvinder was van het Tsjechische alfabet, zich ook verzette tegen de Germanisering van de Bohemen. Maar zijn theologische activiteiten kostten hem uiteindelijk de kop.
Maarten Luther was weer een bewonderaar van deze Hus, maar dat komt later.

In Nederland was daar Geert Grote (1340 – 1384) die de congregatie van de ‘Broeders des Gemenen (gewone) Levens’ oprichtte en ook grondlegger was van de ‘Moderne Devotie’.
Hij had kritiek op de praktijk van de RK kerk; niet zozeer op de leer. Hij stierf betrekkelijk jong aan de pest.
Thomas à Kempis was een volgeling en is zeer bekend geworden om zijn boek ‘de Immitatione Christi’.
Het best verkochte boek in West Europa, na de Bijbel.

Dit is weer een beddinkje voor de volgende lessen.




Disclaimer: Mijn schrijfsels zijn niet een exacte weergave van wat er op de Erasmus universiteit allemaal verteld wordt; ik denk graag zelf na, laat dingen liggen en zoek erbij wat ik interessant vind.
Het is een poging om het gehoorde en gelezene enigszins voor mijzelf in overzichtelijke brokken samen te vatten.



woensdag 4 september 2019

Hart der Duisternis



Een klassieker, geschreven door Joseph Conrad (1857 – 1924) in 1902 en ik las de in 1994, door Bas Heijne vertaalde uitvoering. Oorspronkelijke titel 'Heart of Darkness'.

Een boek dat vele ander schrijvers heeft geïnspireerd. Wat is het geheim?
Achteraf denk ik dat de sfeer heel bepalend is. Broeierig en onheilspellend met veel psychologie.
Ene Marlow, een zeeman, vertelt een verhaal (raamvertelling) aan zijn collegae terwijl hun schip voor anker is gegaan aan de monding van de Theems om het tij af te wachten.
Voor deze Marlow ‘lag de betekenis van een voorval niet binnenin als een pit, maar daarbuiten, als iets om het verhaal heen, dat slechts door het verhaal aan het licht werd gebracht zoals een gloed een nevel aan het licht brengt…’.



Aanleiding is de stad Londen in de verte, wat eens onontgonnen gebied was en door de Romeinen – verplicht- werd bezocht. Ze waren geen kolonisten maar veroveraars en pakten gewoon alles wat er te pakken te krijgen was en moorden uit wat er voor de voeten kwam.
Wat ligt/lag daaraan ten grondslag? Slechts een idee.
Het lastige aan dit boek was, dat de film in mijn hoofd verschillende keren vastliep.
Maar goed: het verhaal.

Volgens velen op het wereldwijdeweb speelt het zich af in Belgisch Congo maar ik heb over de precieze plek niets expliciets kunnen vinden. Daarvoor moet je de hints kunnen plaatsen. Ze varen via handelsposten in Gran Basan (Ivoorkust) en Petit Popo (Togo).
‘het midden van een kaart, slangachtige rivier’. Dat zou dan de rivier de Kongo kunnen zijn. Deze rivier en dit uitgestrekte gebied hadden altijd al een magische aantrekkingskracht gehad op Marlow. (Het donkere hart van Afrika)
Daarom zoekt hij een baan als kapitein op een boot van een handelsmaatschappij die daar heen en weer vaart om ivoor op te halen.
Na de reis over zee en in het binnenland van handelspost naar handelspost belandt hij op de laatste post waar zijn schip zou moeten liggen. Op de handelspost valt voor het eerst de naam ‘Kurtz’. Die naam intrigeert Marlow.
Kurtz, een man waar iedereen een hoge pet van op heeft vanwege o.a. zijn welsprekendheid en die vanuit de verst afgelegen handelspost het meeste ivoor weet aan te leveren.
Helaas is Marlows schip gezonken en zit hij weer drie maanden vast bij de post om zijn schip op te vissen en te herstellen.
Maar op een dag is het zover, dan komen ze, Marlow, een administrateur, een paar pelgrims (?) en een ‘zwarte’ bemanning aan bij de post van Kurtz.
‘De aarde zag er onaards uit. We zijn vertrouwd met de aanblik van de geketende gestalte van het geknechte monster, maar daar – daar kon je dingen zien die monsterlijk én vrij waren. Het was onaards en de mensen waren….Nee ze waren niet onmenselijk. Tja, weten jullie, dat was het ergste – dat vermoeden dat ze niet onmenselijk waren. Het drong maar langzaam tot je door. Ze krijsten en sprongen en draaiden wild in het rond en trokken afschuwelijke gezichten, maar wat je deed huiveren was enkel en alleen de gedachte aan hun menselijkheid – als die van jezelf – de gedachte aan je verre verwantschap met dit woeste en uitgelaten rumoer.’

Kurtz blijkt ziek te zijn en knettergek, het leven in de rimboe heeft zijn sporen achtergelaten. Ze moeten hem meenemen want ‘hij heeft de Maatschappij meer kwaad dan goed gedaan… het district is een tijdje niet voor ons toegankelijk.’
Maar Kurtz heeft wel de macht over de bevolking van het dorp. Dus het wordt nog een lastige klus om hem mee te nemen.
Onderweg sterft hij. Zijn laatste woorden zijn: ‘Afgrijselijk, zo afgrijselijk.’

Het boek is een aanklacht tegen het kolonialisme, wat niet beter blijkt te zijn dan het veroverende Romeinse imperium. Het is een aanklacht tegen het (zwarte) mensonterende winstbejag. Je moet het ook lezen in de context van die tijd. En een aanklacht tegen het verliezen van decorum wanneer een mens de macht krijgt/ neemt over anderen.
‘Door eenvoudig wilsvertoon kunnen wij een praktisch onbeperkte macht ten goede uitoefenen.’
Ja, Ja.
Wie of wat is een mens als niemand kijkt? Dan blijkt hij een donker hart te hebben ‘…want daarginds was er niets dat je van buitenaf in bedwang hield’.
‘Wat is het leven toch een eigenaardige zaak – dat mysterieuze bouwwerk van genadeloze logica voor een armzalig doel. Het beste waar je op kunt hopen is dat het je iets over jezelf leert – wat te laat gebeurt – een oogst van onuitwisbare spijtgevoelens.'
Dan is het afgrijselijk, ja.
Ach, ik kan nog wel een pagina vullen met mooie zinnen.

Volgens de Wiki pagina is dit boek ook een metafoor naar de innerlijke mens. Dat vond ik heel lastig te duiden. Ik heb nog zitten piekeren over die administrateur (calculator?) en een pelgrim in een roze pyjama....maar ik weet daarover niks zinnigs te zeggen.

Uit een oude Volkskrant:

Heart of Darkness is gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van Conrad, die in 1857 in Polen werd geboren als Teodor Józef Konrad Nalecz Korzeniowski. Op zijn zeventiende reisde hij af naar Marseille om daar een loopbaan als zeeman te beginnen. In 1890, toen hij inmiddels de Britse nationaliteit had aangenomen en zijn naam had verengelst, kreeg hij een aanstelling op een stomer, waarmee hij van Kinshasa naar Stanley Falls in het diepe binnenland van Congo voer, om daar een zieke handelsagent op te halen, die overigens op de terugweg stierf.

Dit boek heeft aan de basis gefungeert van de film 'Apocalyse Now' van Francis Ford Coppola die heb ik echter nog nooit in zijn geheel gezien.




woensdag 12 september 2018

De Trooster

Geschreven door Esther Gerritsen (1972) in maart van dit jaar. Ik las een digitale uitgave.

Een boek over een klooster in de week voor Pasen: de ‘lijdensweek’.
Jacob is conciërge en manusje van alles van dat klooster. Hij repareert van alles en dat is hem genoeg.
De ene kant van zijn gezicht is misvormd en dat schrikt veel mensen af. Daarom leeft hij teruggetrokken tussen de broeders van het klooster. Voor zichzelf heeft hij er eigenlijk geen probleem mee, pas als hij bedenkt hoe anderen naar hem kijken wordt het een probleem.
‘Andere mensen leiden me af van dat geluk, leiden God af zou ik haast zeggen, staan voor zijn uitzicht, zodat ik zijn liefde niet meer voelen kan.’
‘L’enfer c’est les Autres’, schoot door mij heen.
Hij zwelgt (naar mijn idee) in het lijden van Jezus, vooral in deze dagen voor Pasen.

Op een dag komt er een bezoeker voor een retraite : de politicus Henry Loman.
Zij krijgen een wonderlijke klik met elkaar. Dat heb je soms met mensen. De aanwezigheid van die ander is dan al genoeg om gelukkig te zijn. De uitstraling, vult de lege ruimte tussen elkaar ruimschoots.
Onverklaarbaar maar verrijkend wanneer je dat meemaakt.
Bij Jacob is de Heer in de ruimte tussen de mensen zoals het wit tussen de regels.

In ieder geval vindt er een omslag van denken plaats in Jacob sinds hij de genegenheid in zijn hart heeft toegelaten. Hij kan niet meer tegen het lijden en omarmt het leven. De inkeer op Aswoensdag werd een ommekeer.
Hij is echter wel jaloers van aard en gunt anderen de aandacht van Henry niet.
Rond het heidense paasvuur gebeurt er iets en Henry raakt in de problemen.
Jacob is echter een reparateur eerste klas en hij weet er plotsklaps op zijn manier raad mee.
Dat loopt echter niet zoals hij gedacht had.

Een onbevredigend einde. Ik verwachtte nog een Kafkaiaanse twist maar die kwam niet. Het verhaal dooft als een nachtkaarsje maar op elke pagina staan wel mooie, filosofische en psychologische gedachten:
‘Je gaat ervan uit dat ieder ander slimmer is en als een ander dat niet blijkt te zijn, dan is het toeval dat je een nog dommer persoon dan jijzelf hebt getroffen. Het kan lang duren voor je erachter komt, durft te geloven dat je wellicht niet onder doet voor je medemens.’
Wat ik ook een herkenbaar mooie vond van de waarnemer die Jacob is:
‘Ach, gun de mensen hun goede daden.’
en:
‘Het is gemakkelijk om goed te zijn wanneer de mensen om je heen zich misdragen’
en:
Ik heb nooit ‘iets van mijn leven willen maken’, dus hoezo zou het kunnen mislukken?
Prachtig toch? Deed mij denken aan ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll: als je geen doel hebt maakt het toch niet uit welke route je neemt?

‘In dit eeuwige spel waar de schuld wordt doorgegeven als de zwarte piet in het kaartspel, moet er iemand opstaan en zeggen dat hij hier niet aan meedoet. We kunnen Jezus hierin volgen, we kunnen ook schuldeloos doorspelen.’


Hier nog een interview met de schrijfster.


17-09-18

Vanmorgen las ik in de krant dat dit boek is genomineerd voor het beste theologische boek van het afgelopen jaar. Dat is bijzonder omdat er nooit een roman wordt genomineerd.
Dat kan twee dingen betekenen: 1. Het is werkelijke een goed theologische boek of 2. Er waren geen anderen die ervoor in aanmerking kwamen en in arren moede is Gerritsen erop gezet.
Ik wacht het rustig af.
Morgen hebben we met een kleine groep een bespreking over dit boek. Misschien kunnen zij mij uitleggen waarom dit boek in de prijzen zou moeten vallen.



woensdag 9 november 2016

Zwarte dag


Het is Trump geworden.
Ik ben weer een beetje bekomen van de schrik al blijft het mij voorlopig nog wel dwars zitten.
Laat ik dan mijn onderbuik gevoel ook eens de vrijheid geven: Ik wil het niet meer over de huidige Amerikaanse politiek hebben want dan komt het beeld mij voor ogen van die morsige, oude racist en seksist.
Wanneer we het er toch over hebben wil ik het alleen over het verleden hebben.
Uit de tijd dat meneer Barack Obama president van Amerika was. Dat is een stuk beter en prettiger voor mijn geestesoog.
Waardoor T. zich laat inspireren weet ik niet. Ik vermoed door Sir Abdomen.
Meneer Obama liet zich inspireren door Reinhold Niebuhr en straalde hoop uit.

Laat ik dat ook maar doen:

Gebed om kalmte

God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil hiertussen te zien.
Om één dag tegelijkertijd te leven,
om van één moment tegelijkertijd te genieten,
om moeilijke tijden te accepteren als het pad naar de vrede,
om deze zondige wereld, net zoals Hij deed, te aanvaarden zoals het is, niet zoals ik wil dat deze zou zijn,
om erop te vertrouwen dat Hij alle dingen zal rechtzetten als ik me aan Zijn wil overgeef,
om in dit leven gelukkig genoeg te zijn en om met Hem overgelukkig te zijn:
voor altijd in het volgende leven.
Amen.

vrijdag 15 januari 2016

Een korte geschiedenis van de tijd


Geschreven door Stephen Hawking, de bekende Engelse natuurkundige, wiskundige en kosmoloog in samenwerking met de journalist Leonard Mlodinov.
Het is een nieuwe versie van het succesboek 'A brief History of Time' (Nederlandse vertaling: Het heelal).
Ze hebben daarbij de wezenlijke inhoud van dit eerdere boek bewaard, en op sommige punten uitgebreid en aangepast aan de laatste ontwikkelingen van het wetenschappelijk onderzoek.
De eerste druk stamt uit 2005; ik las de vijftiende van 2015.
Een boek over relativiteit, supernova’s, zwarte gaten, superzwaartekracht en snaar theorieën.
Ik had mij schrap gezet omdat ik iets heel moeilijks verwachtte maar de schrijfstijl is prettig. Kennelijk heb ik toch meer onthouden van die paar jaar wis- schei- en natuurkunde op de middelbare school dan ik dacht. Ook al is er sinds die tijd heel wat veranderd, ik kon het inhoudelijk redelijk volgen.

Tijdens een discussie op een forum kwam het determinisme voorbij en de opmerking dat het achterhaald zou zijn. Zo werd mijn nieuwsgierigheid weer eens geprikkeld.
Hoe zit dat? Moet ik mijn deterministische blik en het daarbij behorende wereldbeeld van de (Goddelijke) predestinatie gaan bijstellen? (genoemd op p. 118)
Ik geloof dat het niet het geval is. De wereld is achterwaarts deterministisch maar om de toekomst te kunnen voorspellen, zoals Laplace dat graag wilde, komt het ‘onzekerheidsprincipe van Heisenberg’ om de hoek kijken.
Op dit onzekerheidsprincipe is de kwantummechanica gebaseerd: de theorie die de microscopische wereld bestudeerd. De Relativiteitstheorie echter heeft juist de macroscopische wereld tot onderzoeksveld en deze theorieën zijn met elkaar in conflict. (en de droom van Stephen Hawking is om een formule te vinden die de complete werkelijkheid beschrijft en verklaart. De unificatie van de natuurkunde.)
Het onzekerheidsprincipe leert dat we, om de toekomst te kunnen voorspellen we moeten weten hoe deeltjes, in dit geval fotonen, zich gedragen en moeten we de huidige positie én snelheid kunnen berekenen. Hoe nauwkeuriger we echter de positie van een deeltje willen meten, des te onnauwkeuriger zal de meting van de snelheid uitvallen en vice versa.

Het hoofdstuk over wormgaten en tijdreizen is ook interessant. Wanneer tijdreizen mogelijk wordt wil ik graag eens terug naar de tijd van Franse Revolutie, de bestorming van de Bastille. Vraag me niet waarom.
Maar ik geloof niet dat het ooit mogelijk wordt. Zou dat wel het geval zijn dan zouden we namelijk nu allang onder de voet zijn gelopen door zwermen toeristen uit de toekomst. (P 153) Grappig, daar had ik nog nooit over nagedacht.
Terugreizen en de toekomst veranderen gaat ook niet werken zoals de film ‘Knowing’ verbeeld.
De geschiedenis ligt vast, de vrije wil is een illusie. Waarom verbaast mij dat niet. *grinnik*
Alleen wanneer tijdreizigers in theorie in een alternatieve geschiedenis/ een extra dimensie belanden zijn ze vrij zoals in de film ‘Back to The Future’.
Maar volgens de snaartheorie, die een mogelijke kandidaat is voor die unificatie van de theoretische natuurkunde, geven extra dimensies problemen voor het leven hier op aarde. Het antropisch principe (finetuning) leert ons dat wij hier kunnen leven omdát alle natuurlijke voorwaarden en dimensies precies zo zijn afgesteld dat leven mogelijk was/is.
Een verandering daarin zal desastreuze gevolgen hebben.
Deze theorie heeft zich nog niet helemaal uitgekristalliseerd en kan (nog?) niet getest worden. Dat zou in het CERN in Zwitserland moeten gebeuren.

Maar stel......stel dat we op een dag een volledige theorie ontdekken
dan.....kunnen we misschien achter het grote ‘WAAROM’ komen en zullen we weten hoe God denkt.
Met dit optimisme besluit het boek.




vrijdag 18 september 2015

Madrid: Prado en Reina Sofia


Bij ons bezoek aan Madrid had ik het Prado en het Reina Sofia op mijn programma staan.
In het Prado heb ik mij beperkt tot een paar grote Spaanse schilders al zijn we natuurlijk wel even langs ‘de tuin der lusten’ van Jeroen Bosch gewandeld.
Ook zag ik in het voorbij gaan de wat kleuriger tweelingzus van Mona Lisa en zag ik veel mollig vrouwenvlees van Rubens hangen waardoor ik me helemaal op mijn gemak voelde.

Dat bevalt mij wel: me beperken tot.
Ik heb gemerkt dat ik een beperkte absorptiemogelijkheid per dag heb. Meer bekijken dan ik áán kan heeft geen enkele zin.
Mijn focus lag op Diego Velásquez (1599-1660), El Greco (1541 -1614) en Francisco Goya (1746 -1828) in het Prado en Pablo Picasso (1881- 1973) en Salvador Dalí (1904 – 1989) in het Reina Sofia dat de modernere kunstenaars herbergt.

Picasso in Barcelona is voor een volgende keer.
En met Joan Miró en Wassily Kandinsky die ook rijk vertegenwoordigd zijn in het Reina Sofia heb ik niet zoveel. Ik begrijp ze (nog?) niet. Van Miro's werk zag ik leuke, houten kinderpuzzeltjes liggen. Dát begrijp ik.
Het prettige van musea is dat ze plattegronden hebben met kleurtjes. Zo kun je zien welke kunstenaars zich wáár bevinden. Dat scheelde veel loopwerk voor mijn toch al vermoeide voeten.

Als eerste stuiterde we op Velásquez. Het was dringen voor ‘Las Meninas’, het schilderij van de dochter van Fillips 4e .
Het is ook een bijzonder schilderij. Een spel met de kijker. Wie kijkt waar naar. Voor die tijd vernieuwend met de – veronderstelde –spiegeleffecten. En, zo las ik ergens, een beetje gespiekt bij Jan van Eyck met zijn ‘Arnolfini portret’ wat we bij de cursus kunstgeschiedenis hebben behandeld. O nee, dat heet dan ‘inspiratie opgedaan bij…’
Wat mij echter meer aansprak was Christus aan het kruis. Alleen maar de gekruisigde op een zwart fond. Het hoofd voorover, de haren vallend voor de ogen.
De intense eenzaamheid die hieruit straalde sprak mij het meest aan. Omdat ik toen nog niet wist dat je niet mocht fotograferen is dit mijn enige eigen foto want ik ben een gehoorzaam mens.
Vlak daarbij het welbekende Agnus Dei van Zurbarán.









El Greco verraste mij ook. Wanneer je zoveel schilderijen van één meester bij elkaar ziet ga je de eigen stijl veel beter herkennen. Deze stijl is voor mij aansprekender dan de stijl van Velásquez en Goya. De langgerekte lichamen en gezichten vond ik prachtig net als het kleurgebruik.
Zijn Christus aan het kruis sprak mij dan weer minder aan.
Deze schilder was duidelijk zijn tijd ver vooruit.

Van Goya, die van veel later datum is hingen zeer veel werken. Vrolijke landelijke schilderijen, portretten en familieportretten met glanzende kleding van tule en brokaat. (Karel IV)
Een blote en een aangeklede Maya.
Zijn Christus aan het kruis, ook op een zwarte ondergrond sprak mij ook minder aan.
Gek is dat. Dezelfde onderwerpen op een redelijk gelijke manier gebracht en toch slaat de ene in als een bom en de andere totaal niet.

Reina Sofia

De volgende dag het Reina Sofia met als hoogtepunt toch wel de ‘Guernica’ van Picasso.
Loop je nietsvermoedend een zaal in en sta je daar ineens voor.
Groot, grijs en beklemmend.
Dat paard, die moeder met dat dode kind.....Heftig.
Guernica verwijst naar een gelijknamige Baskische dorp wat niet meer is. In 1937 werd dit dorp door Italiaanse en Duitse vliegtuigen weggebombardeerd. Een ‘oefening’ voor de latere bombardementen door de Nazi’s.

Salvador Dalí blijft me ook fascineren. Zelfs meneer Cathy kreeg er plezier toen ik hem voorstelde deze schilderijen als een cryptogram te bekijken. Wat zie je en wat zou de bedoeling kunnen zijn. Veel blijft speculeren maar pret heb je dan wel.
In de tuin een kunstwerk van Alexander Calder, die gaat voor ‘balans en beweging’.
Ik ben waarschijnlijk de enige die het, als gevolg van het zonlicht, gefotografeerd heeft met witte vlaggetjes i.p.v. de rode en gele die het in werkelijkheid heeft.

Conclusie: ik wil vaker naar Madrid. Op zichzelf vind ik de stad gezelliger dan Barcelona en er valt nog zo verschrikkelijk veel meer te zien.




woensdag 25 februari 2015

De Bijbel van Doré


Geschreven door Torgny Lindgren in 2005. Dit Zweedse werk is in het Nederlands vertaald in 2010 door Lia van Strien die hiervoor een beurs ontving van het Nederlandse Letterenfonds. Dat betekent, vermoed ik, dat ze het heel goed heeft vertaald. Of zo slecht dat ze bijgeschoold moet worden. Maar die kans acht ik kleiner. *grinnik*

Wanneer een schrijver boerderijen de namen geeft van Het Geluk, De Genade, De Zaligheid en de Verlossing en de 'stee' die het verste weg ligt, De Eeuwigheid noemt dan betekent het dat je langzaam en goed moet lezen. Alle zinnen kauwen en proberen te vinden wat er achter die zinnen nog zit.
De computer er weer naast om alle prenten van Doré en alle andere schilders die genoemd worden er bij te zoeken om zo het verhaal beter te begrijpen.
De hoofdpersoon is een man, een onnozele, een analfabeet en enig kind van betrekkelijk welgestelde ouders. Hij heeft een formidabel, zeer eigen geheugen.
Vanuit zijn grenzeloos optimistisch perspectief, inclusief groot ego - 'ik ben mijn leven lang geliefd geweest' - is het boek geschreven ehh........ gedicteerd aan een dictafoon Sony MZN 710.
Met de bisschop komt hij namelijk overeen dat hij als Doré- kenner een boek zal ‘schrijven’.
Zijn tekortkomingen zullen geen probleem zijn. ‘En een gebrekkig of moeilijk leesbaar of ronduit waardeloos manuscript vormt werkelijk geen belemmering.[..] U moest eens weten wat voor misbaksels en pulp we vrijwel dagelijks voorgeschoteld krijgen. Onder de helende handen van een bureauredacteur is vrijwel alles echter te fatsoeneren en op te poetsen tot glasheldere, schitterende literatuur!’
Dan moet ik wel grinniken.

Zijn vader is houtvester in het noordoosten van Zweden. En ‘heeft hem leren leven’. Van kinds af aan is hij door zijn grootvader – met gevriesdroogde hersenen - voorgelezen uit de wereldliteratuur. Ik herkende hints naar Kafka (landmeter K.) en Gunther Grass (Oskar). Ze hebben boeken en schilderijen bekeken. Zijn grootmoeder en zijn moeder bespeelden de piano zodat hij van de muziek ook van alles in zich opnam. Er speelt ook iets met een brief van zijn vader die hij niet openmaakt want hij kan wel raden wat erin staat. 'Vaderliefde gaat zo diep en is zo raadselachtig dat wij kinderen die nooit zullen begrijpen'
Dat er iets totaal anders in staat deert hem niet. De lezer des te meer.

Zijn naam, die hij vaak heeft moeten schrijven op allerlei documenten bestaat uit drie wilgen aan de Avabeek, een paar scherpe rotsblokken en twee lage, gebogen jeneverstruiken.
De bijbel van Doré speelt een grote rol in zijn leven. Wie was Gustave Doré?
“Hij was het die de Bijbel maakte “ legde ik uit. “Van begin tot eind. Hij maakte de stenen tafelen op de berg Sinaï en leidde het volk naar het beloofde land. Hij was het die Jericho liet instorten en de wereld door de zondvloed liet verdrinken. Hij zorgde ervoor dat Jezus in Bethlehem werd geboren, dat hij in de rivier de Jordaan werd gedoopt en dat hij zijn Bergrede hield en werd gekruisigd en ten derde dage opstond. Alles”.

Deze platen bijbel heeft hij helemaal in zijn hoofd zitten. (Pfffft, wat doet dat met een mens? Ik vind ze vaak afschuwelijk.) Gelukkig maar want op een dag raakt hij hem kwijt. Hij neemt zich voor om hem van begin tot eind na te tekenen; zijn levenswerk. ‘Vaak volgt het ene lijntje uit het andere. [..] Eén lijntje tegelijk. Zo gaat dat.’
Want ‘zijn Bijbel biedt stof voor een heel leven, ja zelfs meer dan dat’.
Het lukt hem en ‘uit genade’ vindt hij ook zijn eigen Bijbel van Doré in rood leren band weer terug.
Of de verteller zonder naam nu echt gek of juist geniaal is, of allebei......ik ben er niet achter gekomen.
Het mooie van dit boek is dat de schrijver heel compact, soms schrijnende dingen weet te zeggen die toch luchtig blijven en die je daardoor bijblijven.
Nog eentje dan: de hoofdpersoon heeft een blikken model van Jezus met een opwindmechanisme. Op een avond komt de dominee langs, ‘ schuift Jezus Christus opzij om plaats te maken voor zijn kleine zwarte tas.’......

dinsdag 12 juni 2012

De Pest

Oorspronkelijke titel ‘La Pest’ van Albert Camus. Geschreven in 1942 en uitgebracht door Editions Gallimard in Parijs. De vertaling is van Willy Corsari uit 1973 uitgegeven door de bezige bij.
Eigenlijk was ik bezig in een boek van Marcel Möring: ‘Het grote verlangen’ maar toen kreeg ik dit boek van een vriend te leen. Na één bladzijde te hebben gelezen om een beetje sfeer te proeven heb ik het niet meer weggelegd en ben ik Marcel totaal vergeten. Ik moet denk ik, opnieuw beginnen want er is (nog?) niets blijven hangen.
Wat is het wat zo boeide? Alweer de herkenning in de beschrijving van de mensen uit de moderne ordelijke witte handelsstad Oran aan de Algierse kust. Een stad met 200.000 inwoners. De kronikeur is een inwoner van dat stadje. De bevolking heeft het druk met geld verdienen. Helaas is de stad verkeerd om gebouwd, met de rug naar de zee, zodat men die altijd moet gaan zoeken.
Ik krijg nu de neiging om hele stukken te citeren, maar laat ik me toch maar beperken.
“Zonder twijfel bestaat er heden ten dage niets natuurlijkers dan dat mensen van de morgen tot de avond werken om daarna bij kaartspel, in cafés en onder kletspraatjes de tijd te verdoen, die hun rest om te leven.” Bij dat laatste moet ik dan wel weer grinniken. Een bekende oneliner uit onze tijd is: ‘Ik leef niet om te werken, maar werk om te leven’. Waar dat ‘leven’ dan uit bestaat……..vaak mag slechts de bekende Joost dat weten.
Camus vindt het leven absurd en ik kan me daar wat bij voorstellen.
“Ofwel de mannen en vrouwen verslinden elkander inderhaast in wat men de ‘liefdesdaad’ pleegt te noemen, of zij beginnen samen een lange sleurgang. Tussen deze twee uitersten bestaat maar zelden een middenweg.”
Met lijden en sterven hebben de stadsbewoners niets, dat is alleen maar lastig. Een zelfdoder, Cottard, die op tijd wordt ‘gered’ voelt zich schuldig dat ie zoveel last heeft bezorgd. Hij krijgt verder geen aandacht of psychische hulp. In het vervolg van het boek gaat hij wel zijn discutabele rol spelen.
Dan worden er stervende en dode ratten gevonden; het begin van de ellende. Dr. Rieux en collegae krijgen het druk met de zwarte dood. Vervolgens beschrijft Camus een heel proces wat een pestepidemie doet met de nijvere bevolking van de stad waar ook de handel dood gaat aan de pest want de stad wordt van de wereld afgesloten.
Wat een dergelijk epidemie doet met mensen als dr. Rieux en pater Paneloux; met de journalist Rambert die ook opgesloten raakt en die wanneer hij de kans krijgt om aan de stad te ontsnappen besluit om te blijven en de handen uit de mouwen te steken. Iemand als Tarrou, die van alles zomaar noteert en zich afvraagt of je een heilige kunt worden zonder God, door altijd de kant van de slachtoffers te kiezen. Maar ook slachtoffers worden soms beulen.
De schrijver Grand die, opgesloten in zichzelf aan een boek is begonnen maar niet verder komt dan de eerste zin.
Tot op een dag er mensen zijn die niet sterven maar genezen en de ratten verschijnen dan ook weer op het toneel.
Alles kan weer opnieuw beginnen….
Toch wordt het anders omdat mensen veranderen in zulke zware omstandigheden. Dr. Rieux wordt steeds koeler, afstandelijker en emotielozer. “Men wordt het medelijden moe, als het nutteloos is. En deze gewaarwording, van een hart dat zich langzaam sluit, schonk de dokter voor het eerst wat opluchting in deze verpletterende dagen.” Dat proces is heel knap beschreven want aan het eind blijkt Rieux de kronikeur zelf te zijn. Pater Paneloux wordt milder. Na een donderpreek waarin hij de pest de gesel van God noemt – “Broeders, gij zijt in grote nood , broeders, gij hebt het verdiend………overdenkt dit en buigt uw knieën” - gaat hij over op de bedoelingenleer. “Men moet niet proberen het schouwspel van de pest te verklaren maar men moet proberen er de verborgen lering uit te trekken.”
Hij sterft uiteindelijk eenzaam maar met het zicht op het kruis. “Geestelijken hebben geen vrienden, zij hebben alles op God gesteld.”
Grote vragen komen aan bod: Hoe kun je als mens vóór de doodstraf zijn? Hoe kun je gelovig zijn wanneer er een God is die een kind onder verschrikkelijke pijnen laat sterven aan de pest. In deze scene is er een heftige confrontatie tussen Rieux en Paneloux. Paneloux accepteert de consequenties van zijn geloof. Of je verloochent God of je gelooft en vertrouwt Hem en accepteert alles wat Hij doet of nalaat, vaak zonder het te begrijpen. Dat is dan weer een raadsel voor Rieux en Tarrou.
Het is een aangrijpend boek.
Er staan heel veel mooie uitspraken in. “….hij dacht dat het niet belangrijk was of die dingen een zin hadden gehad of niet, doch dat het slechts belangrijk was vast te stellen hoe de hoop van de mensen beantwoord wordt.”
Een aanrader.