Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say

woensdag 27 februari 2019

Willen sterven



Ondertitel: Over autonomie en het voltooide leven. Dat laatste zet van Tongeren steeds tussen aanhalingstekens omdat leven niet bij leven voltooid kan zijn.
Geschreven door Paul van Tongeren (1950) in 2018 uitgegeven en hoort bij de beste vijf, die dingen naar de Socratesbeker. Eind april, in de maand van de filosofie, horen we of dit essay gewonnen heeft.

Dit essay is een uitwerking van zijn Thomas lezing in Leuven in 2017.
‘Wat wil iemand die zegt dat hij/zij dood wil?’

Meteen moet ik denken aan Camus: ‘Er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden, is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie.’


Van Tongeren waagt zich hieraan omdat deze vraag bijna niet gesteld wordt in het debat over euthanasie en hulp bij zelfdoding. Hij zet dit vooral in de context van ‘voltooid leven’ en beslist niet bij het lijden wat veel mensen moeten ondergaan.
Hij zet het in de context van 'niet willen' en niet van 'niet kunnen'.
De initiatiefwetten die door D66 in 2016 zijn gemaakt met die vage leeftijdgrens van 75 jaar zijn voorlopig uitgesteld. Er moet meer onderzoek komen.

Het antwoord op de vraag lijkt ook niet moeilijk: gewoon, niet meer leven. Het is genoeg geweest.
Maar kán een mens dood wíllen? En wat betekent die ‘wil’ dan?
Kan ik het me voorstellen niet te zijn. En hoe kun je dat dan willen.
Het is vooral een filosofische kwestie.
Maar er komen inderdaad dingen naar boven door op deze manier te denken waar door voorstanders niet over nagedacht is of welbewust op afstand gehouden.
Door voorstanders wordt ook niet nagedacht over het voorkómen van deze wens. Ze hebben het druk met hun autonomie.
(Het ‘.nu’ van de stichting uitvrijewil is eigenlijk ook wel tekenend.)
Dát is gelukkig opgepikt door Segers van de Christenunie, Slagter van omroep Max en Vanderkaa van een seniorenbond. Zo las ik gisteren in de krant.
Er is nog iets wat door denkers naar voren is gebracht en wat voor mij ook zwaar weegt: de naïviteit om te denken dat mensen niet kunnen worden beïnvloed door de maatschappelijke druk.
Het zich schuldig gaan voelen wanneer een steeds groter beroep gedaan moet worden op familie en/of omgeving. En de toestanden in sommige verpleeghuizen helpen ook niet echt mee om het leven nog een poosje te omarmen.

In ieder geval: die wil. Die is complex zo heb ik dat ook al ontdekt.
De wil is een product van onze (de producent) gevoelens en gedachten. Een effect en geen oorzaak.
En wij maar denken dat wanneer we iets willen, het uit onszelf komt.
Maar daarover heb ik al genoeg geschreven.

In de kwestie ‘voltooid leven’ willen we iets, maar dat iets is niets. Dat geldt trouwens niet voor gelovigen!
Hoe kun je ‘niets’ willen.
Van Tongeren gaat te rade bij Augustinus en o.a. Hannah Arendt. Voor mij geen onbekenden meer. De oude Grieken kenden geen omschrijving van de wil. Die vinden we voor het eerst bij Paulus (vind ik ) en Augustinus (vindt van Tongeren) maar Augustinus heeft het nog nergens over autonomie.
Het kwaad als kwaad zoals wij dat kennen was er ook niet; mensen doen kwaad omdat ze niet beter weten. Zo dacht men. Augustinus beschrijft voor het eerst het kwaad om het kwaad. Een verkeerde gerichtheid van de wil. Naast verlangen en de rede kent de mens ook de wil. En dan gaat het niet over wensen maar over besluiten.
Willen is het recht opeisen om zelf je eigen wil te bepalen.

Doet mij ook weer denken aan Schopenhauer : is je wil vrij om te willen? Of is de wil ook regelmatig in strijd met zichzelf zoals Augustinus al schreef. Velle en Nolle; bij Hannah het ‘willen’ en ‘nillen’ en de strijd die dat met zich mee kán brengen.
Van Tongeren ontdekte dat oudere mensen vaak geen zin meer hebben om maar iets te doen of te ondernemen en zich daardoor terugtrekken uit het openbare leven. Mensen ontdekken hun onvermogen om hun leven nog vorm te geven en dan verschijnt de stervenswens.
Dat wordt door het burgerinitiatief: ‘uitvrijewil’ ook benoemd: ‘omdat zij lijden ten gevolge van bijvoorbeeld het verlies van partner en dierbaren, verlies van zinvolle contacten, door vermoeidheid en apathie zonder dat daarvoor een medische grondslag is aan te wijzen, biedt deze (huidige) wet echter geen oplossing.’
Maar is de oplossing de onomkeerbare keuze voor de dood?
Of is het een vorm van verzet? De eis van de wil om de eigen wil te bepalen. Dat valt samen met autonomie.
En is dat niet een wantrouwen richting de medemens?
Ik moet opeens denken aan de periode na de geboorte van onze eersteling. Ik was zeer overtuigd van het nut van borstvoeding maar dat werd een pijnlijk gebeuren met kloven. Zo erg dat ik wilde stoppen. De verloskundige was echter een fanatiekeling op dit gebied en bleef maar aandringen om door te gaan en hem vaker aan te leggen. Ik wilde juist minder vaak aanleggen om de borsten de tijd te geven om te genezen. Ik voelde me gedwarsboomd in mijn wil en eiste stopzetting. Het was verdeurie mijn lijf en mijn kind.
Stiekem niet helemaal; na haar laatste bezoek ben ik zelf voorzichtig weer begonnen zonder druk van buitenaf en op mijn eigenmanier. Hij heeft borstvoeding gehad tot hij overging op de gewone hap. Bij zulke dingen kan dat, bij de existentiële vraag over leven of dood niet.

Wat wil iemand dus écht wanneer hij/zij zegt te willen sterven. En wat moeten we daarmee? Hoe help je iemand die hulp als aantasting van zijn/haar waardigheid ervaart.
Waarom voelen mensen zich beter wanneer dat middel op hun kastje staat? Dan geeft die ‘autonomie’ toch een gevoel van rust.
Maar hebben we dat onszelf niet op de één of andere manier wijsgemaakt en aangeleerd. Als kind begint het al: zelf doen.
Want geboorte of begraven worden; we doen er zelf niets aan. Zelfs aan veel van wat ons in het leven overkomt doen we zelf niets al hebben we vaak een ander idee daarover.
Waarom laten we dat einde niet komen met wat meer vertrouwen?
Of – denk ik - is deze hele kwestie misschien een evolutionaire ontwikkeling? Vinden we het over vijftig jaar heel gewoon.
Maar waarom grijpt het ons dan zo aan?

Nee, er komen geen antwoorden. Die heeft van Tongeren ook niet. Maar hij geeft denkstof genoeg.



dinsdag 26 februari 2019

Overlijdensbericht



Kun je blij worden van een overlijdensbericht?
Ja.
Maar blijheid, woede en medelijden rollebollen wel over elkaar heen bij deze oprakeling.

In het RD gisteren:

Sipke Vrieswijk overleden
Redactie kerk
PAPENDRECHT. Sipke Vrieswijk, een van de beruchtste sekteleiders uit de Nederlandse geschiedenis, is overleden.
Dat meldden diverse media. Vrieswijk zou vorige maand al zijn overleden, maar zijn dood is nu bevestigd door een bewoonster van het huis in Papendrecht waar hij zijn laatste jaren doorbracht.
De man maakte zich in de jaren tachtig en negentig schuldig aan verkrachting en kindermisbruik. Diverse gezinnen werden door de in Friesland geboren sekteleider ontwricht, met soms levenslange schade tot gevolg.


Een zus van mij zat er zeventien jaren in. Wij, als de andere negen kinderen van mijn ouders werden daar ook dagelijks mee geconfronteerd; die ene zus die er nooit bij was en waarvoor steeds gebeden werd.
Mijn vader kon het nooit loslaten en volgde alles via de media en ging naar de processen. Hij had zelfs contact met een politieagent in Velddriel om een oogje in het zeil te houden.
Ik herinner me die ene keer dat Vrieswijk bij ons thuis was en enthousiast vertelde over zijn gemeente en evangelisatiecampagnes, voornamelijk onder de Rooms Katholieken in Brabant. Dat zag hij als zijn roeping want hij was geboren op de plek waar Bonifacius was vermoord.
Hij vertelde ook dat hij als kind erg ziek was geweest; hersenvliesontsteking.
Later ging ik dat allemaal combineren. Die hersenvliesontsteking was m.i. de boosdoener.
Is iemand nu zelf verantwoordelijk voor het oplopen van zo’n verknipt brein?

In dit geval denk ik wel. Hij deed zich voor als bijbelleraar en wist wat er stond geschreven. Hij ging er dwars tegenin, wilde van geen correctie weten, ontspoorde totaal en sleurde veel mensen mee.
Misschien was het hem bij ons thuis wel te doen om een financiële bijdrage voor het klooster in Velddriel, maar mijn moeder, met haar scherpe blik, had hem meteen door.
Zij kon dat niet omschrijven maar zei dan: ‘zijn ogen deugen niet’.
Het was haar gave om met haar vorsende blik de spiegels van de ziel te kunnen peilen.

We hebben wat zitten grinniken thuis toen we hoorden dat Vrieswijk dacht dat hij en Aagje de profeten waren die drie dagen dood op de straten van Jeruzalem zouden liggen. Zie Op. 11.
We snapten toen opeens waarom hij zo vaak in Israël zat.
Deze ‘boom’ heeft voornamelijk rotte vruchten voortgebracht. Zie ook bijvoorbeeld de uitzending van kortgeleden:
‘De Hoofdvrouw’.
De dochter van ‘profetes Aïda’ loopt ook met de brokken in haar leven rond. Terwijl er geen greintje spijt of excuses komen van moeders zijde. Zo zijn er veel meer.
Via een forum kwam ik jaren geleden ‘toevallig’ in contact met de oudste dochter van de oudste zoon van Vrieswijk. Zat ook vol met vragen en had problemen als gevolg van….
Ja, de wereld is beter af zonder deze man. Hij was gevaarlijk en meelijwekkend tegelijk en heeft zoveel levens kapot gemaakt.

Gelukkig is het met mijn zus goed gekomen; ze heeft een schat van een man en heeft vóór de dood van onze ouders in 2011 en 2014 nog regelmatig met hen kunnen spreken.
Al die gebeden waren in ons geval niet voor niets.

Er zal op een goede dag wel een film over gemaakt worden. Misschien moet ik er een scenarioachtig boek over schrijven; dan ligt dat alvast maar op de plank. *grinnik*
Andere boeken zijn er al. Die van Geertje Tobé uit 2016 en Bram Krol uit 1998.




vrijdag 22 februari 2019

Introductie Symboliek III


In het vierde en vijfde college gaan we richting Renaissance. Er zijn niet alléén christelijke afbeeldingen, er werd ook geput uit apocriefe verhalen en legenden en er werd het nodige bij gefantaseerd.
De ’Vlaamse primitieven’ uit de zuidelijke Nederlanden kwamen om de hoek kijken die met de toevoeging van olie aan de verfpigmenten hun schildertechnieken konden verfijnen. Ook de perspectieven verbeterden waartoe Giotto (1267- 1337) al eerder een aanzet had gegeven. Dat herinner ik me tenminste uit die andere colleges.
Bekende namen zijn: Jan van Eijck (1390 – 1441), Rogier van der Weyden (1400 – 1464) en Hans Memling (1430 – 1494).

Een aantal weetjes:
Maria wordt meestal afgebeeld in blauw –wit; de kleuren van de reinheid en maagdelijkheid. Soms in het roze-rood. De lelie is er bijna altijd bij: twee bloemen en een knop. God de Vader, de Heilige Geest en Jezus.
De anjer is het symbool van herrijzenis en eeuwig leven. Evenals de pauw.
De drie koningen worden vaak afgebeeld in verschillende leeftijden. Later, toen het wereldbeeld zich verbreedde kwam er een donkerhuidige bij.
Bloedkoralen werden door moeders aan hun kinderen gegeven tegen ‘het boze oog’.
Johannes de Doper ziet er meestal nogal ruig uit.
Een heilige met dieren om zich heen is Franciscus van Assisi.
Er zijn vier kerkvaders: Augustinus, Ambrosius, Gregorius en Hieronymus.
De vier kardinale deugden zijn:
Prudentia, voorzichtigheid, wijsheid met attribuut (achteruitkijk) spiegel;
Justitia, rechtvaardigheid met zwaard of weegschaal
Temperantia, matigheid met kruikjes of iets dergelijks
Fortitudo, moed of kracht met een wapen of een zuil.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog Hoop, Geloof en Liefde (anker, kruis en hart) maar die zijn algemener bekend.

De ‘Moderne Devotie’ moet genoemd worden met de toenemende belangstelling voor het lijden van Christus. Vanuit de schilderijen bezien met bijvoorbeeld de kruisiging is rechts de goede- en links de foute kant.
Dat komt ook tot uit drukking in het laatste oordeel van Michelangelo in de sixtijnse kapel.

Hier het middenstuk van het ‘Merode-altaarstuk’ van Robert Campin (1378 -1444) met de Annunciatie. Hij behoorde ook tot de Vlaamse Primitieven.
Het perspectief is duidelijk aanwezig al is het nog niet optimaal. Op dit westerse tafereel, de tafel met in de vaas de lelie, Maria deze keer in het rood maar aan de achterwand een handdoek in blauw-wit.
De kaars is net uitgegaan want een engel geeft natuurlijk wel genoeg licht. En links door het gesloten raam (Maria bleef maagd) komt Jezus met een kruisje in de armen in een lichtstraal.





In de Islam kwam ook het één en ander op gang.
De Miraj Nameh (1436) vertelt over de reis van Mohammed door de hemel onder leiding van de engel Gabriël. Dat doet erg denken aan de reis van Dante Aligierhi (1265 -1321) ruim een eeuw eerder.
Alleen......dit kreeg ik andersom te horen. Volgende keer eens navragen.
Mohammed werd toen ‘gewoon’ afgebeeld, iets wat nu niet meer mag. Meestal draagt hij een groene mantel.


De Renaissance is de tijd van de hernieuwde belangstelling voor de oude klassieken. Dus ook voor de goden.
Het ‘memento mori’ was uit en het ‘carpe diem’ was in en de mens kwam steeds meer in het middelpunt te staan: antropocentrisme.
Bekende namen uit de schilderkunst: Leonardo Da Vinci, (1452 -1519) Sandro Botticelli (1445 -1510), Raphaël (1483 – 1525) en Michelangelo (1475 -1564).
Dankzij de ‘Medici’s’ waarover op dit moment een tv-serie loopt kregen zij kansen.
Botticelli’s ‘Mars en Venus’ zag ik met veel fantasie voorbij komen in die tv-serie. (de overwinning van de liefde op de oorlog)
Ik heb ooit een boek gelezen over Catharina de Medici, die koningin van Frankrijk is geweest, maar dat was niet zo’n gezellige tante met haar hekel aan de Hugenoten. Ze was de kleindochter van Lorenzo ‘ il Magnifico’ die een hoofdrol speelt in de serie.

De Sixtijnse kapel kwam uitgebreid aan de orde en de fresco’s van Raphaël, die wij zelf twee jaar geleden hebben bezocht. Veel hadden we zelf al ontdekt omdat we de verhalen uit de Bijbel kennen.
Maar bijvoorbeeld de vier vakken in de Stanza Segnatura die de Theologie, Filosofie, het Recht en de Literatuur/Poëzie verbeeldden hadden we niet door. Dat weet ik nu.
In die zalen staan ook zuilen met uitleg in verschillende talen maar het was er te druk om me daar rustig over te kunnen buigen.
Een nieuwe trend in de Renaissance was jezelf afbeelden op schilderijen; kijkend naar het publiek al moet je daarbij wel je fantasie gebruiken want de mensenhuid die St. Bartholomëus in zijn handen houdt op ‘Het Laatste Oordeel’ in de sixtijnse kapel; daar kun je nauwelijks iemand in herkennen laat staan Michelangelo zelf.
Bij Botticelli’s ‘Aanbidding der Wijzen’ is het duidelijker. Helemaal rechts in beeld staat hij mogelijk zelf.



Disclaimer: Mijn schrijfsels zijn niet een exacte weergave van wat er door de docente allemaal verteld wordt; ik denk graag zelf na, lees er van alles naast en associeer er lustig op los.
Dit is meer een poging om het gehoorde en gelezene enigszins voor mijzelf in overzichtelijke brokken samen te vatten.




zaterdag 16 februari 2019

Caravaggio en zijn volgers


Naar aanleiding van mijn colleges ‘Introductie Symboliek’ hebben we ons aan een museumbezoek gewaagd. Eens kijken welke kennis ik al in praktijk kan brengen.
Volgens onderzoeken kijken bezoekers gemiddeld negen seconden naar een doek om zich vervolgens op het bordje ernaast te storten.
Ik was ook zo iemand. Nu heb ik mijzelf gedwongen om rustiger te kijken en eerst te ontdekken en ziedaar……dat is echt vele malen leuker.
Caravaggio en de Caravaggisten; daar was ik wel nieuwsgierig naar.
In Rome hadden we deze meester ook o.a. gespot in de San Luigi dei Francesi met de roeping en martelaarschap van Mattheus en Mattheus en de engel. Van die laatste is de foto hiernaast.

De werken van de Utrechtse Caravaggisten die op dit moment in het Centraal museum in Utrecht hangen waren mensen die onder de indruk zijn gekomen van Caravaggio met zijn realisme en ‘clair obscur’ en lieten zich door hem inspireren. Net als later Rembrandt die hier ook heel goed in werd.
De werken hangen op thema bij elkaar zodat je rustig kunt vergelijken. Bijna allemaal Bijbelse thema’s. En weer krijg ik medelijden met mensen die niet met die verhalen zijn opgegroeid.
Meteen slaat ook de schrik om mijn hart. Wat gebeurt er met al die Bijbelse kunstwerken wanneer het de volgende generaties niets meer zegt en men de waarde daarvan niet meer inziet?

Jammer dat de graflegging alweer terug is naar het Vaticaan. Misschien hebben we hem daar ook wel gezien maar dan ben ik dat vergeten.
Foei toch: zo’n grote meester! *grinnik*
Van Medusa’s hoofd was ik niet zo onder de indruk. Van Caravaggio zelf hingen er verder 'de kruisiging van Petrus, ‘de ongelovige Thomas’ en ‘de mediterende Hieronymus’.

Soms schilderen de heren toch te realistisch: Dirck van Baburen bijvoorbeeld. Hieronder.
Een Schriftgeleerde uit het oude Jeruzalem met een brilletje dat pas in de 11 of 12e eeuw is uitgevonden. Zijn schilderij dateert van ongeveer 1618 en de geleerden gebruiken ‘gewone’ boeken in plaats van boekrollen. Ik dacht nog even aan de Statenvertaling met kanttekeningen maar die dateert van 1637. Wie weet heeft hij de Deux-aesbijbel uit 1562 als voorbeeld gebruikt.
Dat is zoiets als een verhaal zich laten afspelen in 1980 en dan smartphones ten tonele voeren.
















Wat ik ook hilarisch vond was de rij voor het museum. Aangeraden werd om tickets via mail te bestellen in een bepaald tijdvak. Dus dat hadden we braaf gedaan. Maar nu bleek de rij van de e-tickets langer dan de rij van gewone kaartjeskopers. Wat een vooruitgang toch.



22-03-19

Zit ik door mijn foto's van Rome te spitten; kom ik nog een Caravaggio tegen van Hieronymus en een zelfportret. Gefotografeerd in villa Borghese in 2017.

vrijdag 15 februari 2019

Hoe overleef ik moeilijke mensen



Geschreven door Jörg Berger (Duitser) in het afgelopen jaar.
Ooit las ik een boek van Les Parrott (Amerikaan) uit 1996. Ook over deze materie. Heel veel komt overeen. (Moeilijke mensen, hoe ga je daarmee om?)

Mooi dat ook religiositeit in beide boeken erbij betrokken wordt omdat heel veel mensen een religieuze achtergrond hebben en daarin hebben geleerd om altijd klaar te staan voor anderen, de ander belangrijker te achten dan jezelf, altijd moeten vergeven en…zo….voort.
Dan loop je op een gegeven moment vast.
Ik denk dat ik dat in mijn leven ook verkeerd heb gedaan. Zeker in de (langdurige) verpleging. Mensen waren ‘mankerende’ dus kregen ze alle aandacht zonder dat ik iets terug verwachtte.
Een van mijn werkgevers stuurde mij altijd naar moeilijke mensen toe en dat vond ik niet erg. Het was voor mij een uitdaging. Toen kon ik niet inschatten of voorspellen dat het zo’n wissel zou trekken op mijn eigen geestelijk gezondheid.
Wanneer je privéleven dan daarmee niet in balans is gaat het verkeerd. En ja, ik kreeg een soort angst voor nieuwe contacten. Bang dat ik nog meer energieslurpers om me heen zou verzamelen in plaats van leveranciers.

Kort geleden had ik het alweer in een winkel. Iemand begon zomaar een gesprek en voor ik het wist was ik betrokken in andermans misère. Nu durfde ik het wel te zeggen: ‘sorry, ik was eigenlijk uit op een nieuwe koekenpan’, maar zonder schuldgevoel lukt dat niet. Wie weet had zij thuis geen luisterend oor. Of het was (weer) zo’n bodemloze put waarvan ik vroeger dacht: als je er maar voldoende aandacht en liefde instopt dan dempt ie op een goede dag wel.
Die illusie ben ik wel kwijt.
Energieverslinders zijn het, Sponzen, Rupsjes Nooitgenoeg.
‘Run away and hide from everyone’…..

Dit boek is niet bedoeld voor moeilijke mensen maar juist voor mensen die daaronder lijden en beide schrijvers geven adviezen hoe daarmee om te gaan. Ze geven ook wat achtergrond informatie hoe het komt dat mensen zo kunnen worden.
Er gaat altijd iets aan vooraf. Dat begrijp ik ook wel en natuurlijk herkende ik ook best trekjes van mijzelf. Genoeg om aan te werken. Tegen de tijd dat ik volmaakt leef met al mijn naasten wordt het waarschijnlijk tijd om afscheid te nemen.
In deze boeken staan handvaten om er op een tactische manier iets tegen te doen. Dat deed ik nooit. Tenslotte heeft iedere gek zijn gebrek zo dacht ik. Leven en laten leven.
Al die moeilijke mensen hebben zowaar ook hun positieve kanten. Deze boeken helpen om ook dat in te zien.

Berger onderscheidt de

Negatieveling, Praatjesmaker, Grensoverschrijder
Vermijder, Dominante, Energieverslinder en Wreker

Parrett is uitgebreider en heeft vijftien groepen:
De Muggenzifter, Martelaar, Domper, Stoomwals,
Roddelaar, Gluiperd, IJspegel, Octopus, Afgunstige,
Vulkaan, Spons, Streber, Werkpaard, Flirt en Kameleon.

Bij alle types kun je je wel een voorstelling maken en dat een beetje in het extreme trekken. En dan zijn er ook nog de combinaties.

woensdag 13 februari 2019

Kameel


De week van de poëzie is alweer een week voorbij maar ik had deze nog ´op stapel´ staan:

Kameel

God heeft mij na standvastig stuiken
der bulten door een naald
gehaald

Al heb ik als kameel gefaald,
God kan mij nog
als draad
gebruiken.


Piet Los (psychiater?)
(1924 – 2003)

De mooiste betekenis die ik van 'stuiken' heb gevonden: vormen in een bepaalde richting.
Het heeft te maken met de opmerking van Jezus:
‘Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.’ (Matt. 19:24)
Ik vind het een juweeltje.

dinsdag 12 februari 2019

De Slang in Genesis 3


In het RD een interessant bericht over de Russische promovendus, Sergei Lagunov die donderdag gaat promoveren op de vraag of het terecht is dat de slang in Genesis 3 wel echt de satan is.
Volgens hem wordt dat erin gelezen door de platonische beïnvloedde kerkvaders.
Daar hou ik van.
Voor mij was dat beest ook altijd al raadselachtig en klopte niet alles wat mij over hem is geleerd.
In het Oude Testament is satan zijn een functie (wordt geschreven zonder lidwoord; ook in het boek Job) en in het Nieuwe Testament is het een aparte entiteit. Hoe kan dat.
Misschien weten we na donderdag meer.

Wat ik niet met Lagunov eens ben is dat (volgens de krant) zijn ‘nieuwe’ manier van Bijbellezen het mogelijk maakt voor gelovigen om God als hoogste Schepper te zien.
Dat is voor mij helemaal geen issue. Ik heb het nooit anders gezien.
Er is geen dualiteit; het is geen Yin-Yang.
Wordt vervolgd…..misschien.