Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say

vrijdag 12 december 2014

Waar ligt Jeruzalem?


Mijn kleinzoon vroeg me op een dag
toen ik wandelde met hem:
“Opa, vertel me alstublieft,
waar ligt Jeruzalem?”

Ik zei: “Waar ergens in een sjoel
met diep ontroerende stem
het ‘Kol Nidrei’ gezongen wordt,
daar ligt Jeruzalem.

Waar het gezin dat sjabbes viert,
in Bonn of Nottingham,
zijn kippensoep in vrede eet,
daar ligt Jeruzalem.

Ook waar men ’t groot verdriet herdenkt,
dat snap je later wel,
ook daar, Sam, ligt Jeruzalem.
Maar niet in Israel”.


Willem Wilmink


Kol Nidrei

maandag 8 december 2014

De Bijbel voor ongelovigen deel 2


Na deel 1 wat mij zeer boeide heb ik nu ook deel twee van Guus Kuijer gelezen in een digitale versie naar de eerste druk uit 2013.

Dit deel gaat voornamelijk over de Exodus; de uit- en intocht en nog wat verhalen uit het boek Richteren. De Exodus wordt beschreven vanuit het perspectief van de inmiddels oud geworden Egyptische prinses die Mozes uit het water viste. Deze prinses Thermutis, ze wordt later door Jochebed tot Bitja omgedoopt, sluit zich, vanwege haar liefde tot haar pleegzoon en Mered (ik ben de dwaas, die in zijn hart zegt: er is geen God.), aan bij de Israëlieten wanneer die Egypte verlaten.
Dat klopt ook warempel met 1 Kronieken 4 :18 waar staat: …….en die zijn kinderen van Bitja, de dochter van Farao, die Mered genomen had…… nooit geweten.
Bij Kuijer is Mered één van de twee verspieders.
De vrijheid van de schrijver zullen we maar denken.

Voortdurend kom je zijn cynisme tegen: ‘Het deed pijn om mijn land te verlaten [..] Ik mocht niet klagen, zei men, het was mijn eigen keus, maar het is de vraag hoeveel keus de mens heeft en hoeveel door de goden vooraf is bepaald. Terwijl we denken dat we vrij zijn, voeren we gehoorzaam hun opdrachten uit tot de dood erop volgt. De Israëlieten trokken juichend de vrijheid in om vervolgens de slaaf te worden van hun God. De mens leeft in illusies en zelfbedrog, zoveel is zeker.’

Het wonderlijke verhaal van Mouses/Mozes, wanneer God hem probeert te doden in Ex 4:24 krijgt een plaats. Je voelt de vraagtekens van de schrijver. Die heb ik ook. Volgens de studiebijbel die ik sinds kort heb, grijpt dit terug op Gen 17:14. Alles wat mannelijk was moest besneden worden, zo niet dan moest hij van zijn volksgenoten worden afgesneden. En Mozes had (één van?) zijn zonen niet besneden. Maar waarom hem dan eerst roepen en vervolgens proberen te doden?
Bij deze passage kwam het scepticisme van Kuijer ook heel duidelijk naar voren. Wanneer Zippora tegen Mouses roept: “Als God je wilt vermoorden, verzet je dan! Heeft Jakob niet tegen Hem gevochten?” “Niet echt,” kreunde Mouses, “dat verhaal moet je symbolisch opvatten. [..] Alles wat niet kan moet je symbolisch opvatten”.
‘Toen Mouses me dit vertelde ging me een licht op. Als je iets niet kunt geloven is het gewoon symbolisch bedoeld! Dat is de oplossing voor alles wat de mensen je proberen wijs te maken. Symbolisch kan alles, niets is onmogelijk! Wat een vondst! Neem het mee, steek het in je zak en elke vorm van waanzin is aanvaardbaar.’


De verhalen van de Rechters worden verteld bij monde van Jaël, de vrouw die Sisera een tentharing door zijn hersenpan joeg. ‘Ik wilde hem pas doden nadat hij had bewezen dat hij mij liefhad. Hij kuste me. Is onze liefde niet altijd gedeeltelijk angst? Hebben we God niet lief uit vrees?’
Niet alle rechters krijgen aandacht. Ehud, Debora en Barak, Gideon, Jeftha en Simson passeren de revue.

Ja, Kuijer kent de Bijbel wel. Maar niet goed genoeg. Zelfs Kuijer kan zich vergissen.
In het verhaal van Gideon laat hij de driehonderd man die Gideon uiteindelijk overhoudt, het water opslurpen met hun mond. (p 372) In mijn Bijbel staat dat het juist de mannen die het water met hun handen uit het water schepten en opdronken tot de famous bende van driehonderd behoorden. (Rich 7)
Of heeft hij dit bewust gedaan?
Ik zie hem er voor op aan want hij schrijft ergens in het verhaal van Simson: ‘U mag geloven wat u wilt, maar bedenk dat vertellers door God worden geïnspireerd en dus nooit liegen. Ze kunnen zich hoogstens vergissen hier of daar.’
Alweer volgens mijn kersverse Studiebijbel heeft deze willekeurige keus tussen de manschappen van Gideon geen betekenis. Dat betwijfel ik dan weer. Niets staat zomaar in de Bijbel. We weten het alleen nog niet.

Hoewel ik dit boek ook weer bijna in één ruk heb gelezen en ervan heb genoten want heus er staan weer mooie dingen in, in die zin dat de verhalen meer gaan leven. Wanneer je de prinses door de kikkers ‘ziet’ waden en glibberen besef je de impact van de plagen. Maar, zo vraag ik mij alweer af wat is de bedoeling van de schrijver? De verhalen levend houden, oké maar met welk doel wanneer ze steeds verder van ons dreigen af te drijven omdat ze letterlijk gezien steeds moeilijker te geloven vallen en er naar een diepere betekenis niet wordt gezocht?
Want daar doet Kuijer niet aan. Uit zijn woorden straalt soms een sarcastische kilheid.
‘Ehud was niet van het weekhartige soort, hij schuwde het geweld niet, hij was een man naar Gods hart.’
En ‘God houdt alleen van mensen die in Hem geloven, de rest moet dood, op welke manier dan ook. Onthoud dat, knoop het in uw oren, vergeet het nooit.’

Zo kom ik weer tot de conclusie dat wanneer je niet gelooft dat de Bijbel Goddelijk is geïnspireerd, een openbaring is en je de verhalen alleen maar als verhalen ziet, je dan tot een heel ander (wereld)beeld komt. Goddelijke inspiratie betekent dat niet alleen de letterlijk betekenis van belang is. Juist niet!
Wanneer je rationeel denkt dat religie door mensen is ‘bedacht’: al het spreken over God komt van beneden enz., dan ben je naar mijn gevoel een grens gepasseerd. Waarom zou je dan überhaupt nog geloven in een Opperwezen? Vanuit een hang naar nostalgie of om ervaringen die buiten je begripsvermogen liggen een plaatsje te geven? Zin geven aan wat esoterische behoeften?
Voor mij is dat in de kern zinloos, nutteloos en doelloos.
Ik ben er vast van overtuigd dat er een Kracht is die wij God noemen. Die hebben wij niet geschapen maar Hij heeft ons geschapen. Mijn geloof in Hem komt niet uit mezelf maar van Hem, van buiten mijzelf. Dat is mijn ervaring.
Wanneer ik daar niet meer van overtuigd zou zijn heeft geloven geen zin meer en moet ik de zin van mijn leven zelf bedenken en maken zoals zovelen dat ook prima kunnen. Ogenschijnlijk tenminste.
Voor mij zou dan de grote vraag zijn: hoe hou ik mezelf gemotiveerd? Waar haal ik mijn inspiratie en mijn bevestiging vandaan?
Van andere mensen? Hoeveel is dat waard?


dinsdag 25 november 2014


De ergste vorm van onrechtvaardigheid is geveinsde rechtvaardigheid.

Plato
filosoof 427 BC – 347 BC en leerling van Socrates.
Afgebeeld door Rafaël Santi in 1509 op de beroemde fresco 'de school van Athene' en die hangt in Vaticaanstad.
Plato is degene met de vinger omhoog.

donderdag 6 november 2014

Soldaat van Oranje


Vorige week vrijdag ben ik naar de musical ‘Soldaat van Oranje’ geweest.
Het schijnt de langst lopende voorstelling uit de Nederlandse theatergeschiedenis te zijn. Hij draait al vier jaar en trekt nog steeds volle zalen. Het is ook een hele gebeurtenis in die hangar in Valkenburg waar een theater van gemaakt is.

Als publiek, ruim duizend man, zit je op een draaiende plateau wat zich richt naar het decor wat op dat moment bij het verhaal past. Er zitten bijzondere decors tussen waar ik niet teveel van wil verklappen.
De verschillende scenes worden aan elkaar geplakt met een typemachine en filmbeelden uit de oorlog.

Het verhaal is een stuk uit het leven van Erik Hazelhoff Roelfsema. Een Leids student die een actieve rol heeft gespeeld in de tweede wereldoorlog. De soldaat van Oranje.
Een echt plot zit er niet in het verhaal, maar dat zit in mensenlevens ook niet. Wat dat betreft waarheidsgetrouw.
Waar ik wel door aan het denken ben gezet zijn de dilemma’s die het uitbreken van de oorlog met zich meebracht. Eric heeft een vriend waarvan de ouders NSB’ers zijn. Blijf je dan bevriend? Een andere vriend is Joods. Hoe doe je dat? Ga je voor de liefde of voor het vaderland, wanneer je moet kiezen?

Ik ken het boek niet van Hazelhoff, ook de film die in 1977 gemaakt is heb ik nooit gezien omdat ik niet van Nederlandse films hou. Te platvloers. En vanuit alleen deze musical vraag ik mij af of Hazelhoff wel zo’n held was. Wanneer ik het puur op deze musical baseer denk ik dat er nogal wat bloed aan zijn handen kleefde, doordat hij niet goed heeft gehandeld met de wetenschap dat Van ’t Sant, de particuliere secretaris van koningin Wilhelmina, wel eens voor de Duitsers kon werken.
Wanneer ik op Van ’t Sant google dan blijft het ook allemaal wat mistig en onzeker.

Anne Will Blankers als koningin Wilhelmina is geweldig. Duidelijk een doorgewinterde actrice. Het klopt gewoon. Waar andere acteurs nog al eens schreeuwerig over komen terwijl dat met de huidige geluidstechniek helemaal niet nodig is, is zij rustig en bedaard en benut dan ook die techniek.
De laatste scene blijft ook bij mij hangen. Daarin komt Erik een vriend tegen van vroeger (ben even vergeten welke) en deze getuigt tegen Erik dat God hem door de oorlog heeft heen gesleept. Erik, als ongelovige komt niet verder dan ‘O’ te zeggen en te herhalen: ‘Zo, heeft God jou door de oorlog heen gesleept? Je voelt hem denken: ‘waarom jou wel en waarom zoveel anderen niet?’

Eén flink punt van kritiek heb ik nog wel. Naar mijn mening werd in die tijd, 70 jaar geleden, beter Nederlands gesproken. Nu hangen de teksten aan elkaar van ‘God- allemachtig’ en het regelmatig lege ‘Jezus geroep’ wat onze tijd zo kenmerkt maar wat volgens mij in die tijd totaal niet voorkwam. De mensen toen waren veel beschaafder in hun taalgebruik.
Hoe ik het denkwerk, de technieken, de acteer en zangprestaties van deze musical ook bewonder, dit is gewoon jammer.

maandag 3 november 2014

Christenkunst


Een aantal jaren heb ik mij beziggehouden met het realiseren van kunstwerken in de beide kerken van onze kerkelijke gemeente. (Ger. Bondsgemeente van de PKN)
Afgelopen zaterdag was het zover. De presentatie.
De ontwerpster van beide kunstwerken, 'de Sluis' en 'De Dijkdoorbraak' is Janne-Marie Schouten. Mijn schoonzus.
Het eerste kunstwerk is gebaseerd op een strofe uit het gedicht 'Maria' van Willem Jan Otten. (prijswinnaar P.C. Hooft prijs 2014)
Dat mag ik waarschijnlijk niet helemaal kopiëren vanwege het copyright. Hier dan alleen het stukje waar het om draait.
Het hele gedicht staat in de bundel ‘Op de hoge’, uitgegeven door van Oorschot, Amsterdam in 2003.
Omdat een gedicht van Otten de inspiratiebron was van één van de kunstwerken hebben we hem ook uitgenodigd.
Hij was enthousiast, hij kwam en droeg zelf zijn gedicht voor staande bij het kunstwerk.
Kippenvel, mede ook door het pianospel daarna.


.......
Hij was de sluis waardoor een oceaan kwam aangezet,
een eeuwig schuimend buitengaats dat door één lichaam
en één dood geschut moest worden naar het laagste land.
........







Het tweede kunstwerk is gebaseerd op een preek die Janne-Marie hoorde van ds. J.J. Verhaar die zeer tot haar ver-beeld-ding sprak.
Zij maakte een tekening en meteen een gedicht in de lijn met de strofe van Otten:




Hij was het water dat als een druppel uit de hemel viel
maar waste, waste....tot de dijken braken zodat een zondvloed
schoon schip maakte, vruchtwater van de nieuwe mens.








De kunstwerken zijn gemaakt van pure materialen, glas en hout en verbeelden op een heel eigen manier het evangelie. De speciale verlichting versterkt de symbolische betekenis.
Het klinkt allemaal nogal zakelijk maar dat is omdat ik bang ben er te lyrisch over te worden. We zijn er zo lang mee bezig geweest met veel verschillende prachtmensen en ik ben zo verschrikkelijk blij en dankbaar met het resultaat.

foto's: Jan Verburg.

Gerelateerd aan:
Christelijke kunst? en Kunst in de Bijbel




maandag 13 oktober 2014

‘Wie zou erin kunnen slagen om een bekrompen, eigenwijs menselijk wezen te doordringen van de vreugde en het verdriet van anderen, hem dimensies en misleidingen te laten begrijpen die hij zelf nooit heeft ervaren?
Propaganda, dwang, wetenschappelijk bewijs – ze zijn allemaal zinloos. Maar gelukkig bestaat hiervoor toch een middel in onze wereld! Dat middel is kunst. Dat middel is literatuur.
Die kunnen een wonder teweegbrengen: ze kunnen die kwalijke eigenaardigheid van de mens overwinnen om alleen van persoonlijke ervaring te leren, terwijl de ervaring van anderen hem tevergeefs voorbijgaat. Van mens tot mens, terwijl hij zijn korte tijd op aarde voltooit, brengt kunst het gehele gewicht van een onbekende, levenslange ervaring met al haar lasten, haar kleuren, haar levenssap; ze herschept een ongekende ervaring in levenden lijve en laat ons die bezitten als was zij de onze.’


Uit de rede die Solzjenitsyn (1918 - 2008) had geschreven toen hem de Nobelprijs voor de literatuur was toegekend.
Een boekenkast schoonmaken is leuk maar ook een oude externe schijf navlooien is leuk tijdverdrijf.
Daarop vond ik het bovenstaande.
Omdat ik deze tijd even zeer intensief ben betrokken bij het realiseren van beeldende kunst in onze kerken sprak mij dit extra aan. Solzjenitsyn spitst het logischerwijs toe op de literatuur, maar ik weet dat ook ander vormen van kunst onverwachte middelen kunnen zijn om tot een mensenhart door te dringen.

donderdag 9 oktober 2014

Good Will Hunting


Een film uit 1997. Wat gaat de tijd snel. Ik herinner me nog dat ie in de prijzen viel en ik mij voornam hem snel te bekijken.
Matt Damon, Ben Affleck en Robin Williams, die pas overleden is spelen de hoofdrollen.
De eerste twee zijn ook de schrijvers van het verhaal.
Het verhaal over Will Hunting, een hoogbegaafde schoonmaker uit een achterstandswijk, speelt zich af in Boston.
Samen met zijn vriend Chuckie (Ben Affleck) maakt hij de buurt onveilig en komt regelmatig in aanraking met de Sterke Arm.
Op een dag, terwijl Will in school loopt schoon te maken ziet hij een wiskundig probleem op een bord staan en lost het op.
De wiskundeleraar Lambeau had daar een paar jaar voor nodig. Hij is wel nieuwsgierig naar de ‘oplosser’. Zo gaat er een balletje rond Will Hunting rollen. Maar het rolt niet eenvoudig. Hij komt bij een psycholoog (Robin Williams) terecht en je gaat je afvragen wie wie nou eigenlijk helpt.
Er is ook iets met een meisje, Skylar, gespeeld door Minnie Drivers.

Ik vond het een indrukwekkende film. Om twee dingen. Eerst: of het op een waar gebeurt verhaal berust weet ik niet maar zou gemakkelijk kunnen. Zulke dingen gebeuren. Het is mooi wanneer er mensen zijn die zo’n jonge man onder hun hoede nemen en hij zo toch kansen krijgt met zijn talenten, die de wetenschap natuurlijk ook wel weer wat oplevert. Er zal ongetwijfeld ook eigen belang meespelen om zo iemand vooruit te helpen. Tegelijkertijd wordt het duidelijk dat ieder mens een eigen wil heeft en zelf mag bepalen hoe zij/hij het leven inricht.
Met Robin Williams heb ik niet zo heel veel; ik blijf hem helaas altijd als mrs. Doubtfire zien.

Als tweede kreeg ik het wel koud om mijn hart. Hoeveel vrouwen en meisjes heeft de geschiedenis gekend die hoogbegaafd waren? Ik kan beter zeggen: heeft de geschiedenis niet gekend/ erkend.
Ook mijn moeder en schoonmoeder verdwenen achter het aanrecht na hun huwelijk. Meisjes behoefden niet dóór te leren want zij gingen toch trouwen. Voor een huwelijk en een huishouden had/heb je geen ontwikkelde hersens nodig. Dat is nl. het foute signaal wat wordt afgegeven. Wat is dat eigenlijk allemaal absurd. Hoeveel talent is er zo niet verspild de eeuwen door?
Kort geleden sprak ik een academicus die mij vertelde dat zijn moeder een zeer intelligente vrouw was maar er niets mee kon doen in haar omgeving. Zij heeft daar zeer onder geleden.
Hoeveel zijn er niet die daaraan in de loop der eeuwen psychisch onderdoor zijn gegaan en het labeltje ‘hysterica’ of ‘wicca’ kregen opgeplakt? Om over het huisvrouwensyndroom maar te zwijgen.
Binnen de gereformeerde gezindte werd en wordt tegen de feministische golven vaak het argument gebruikt dat het op seculiere basis berust, de scheppingsorde ontkent (wat dat ook moge wezen) en daardoor af te keuren is.
Ja, ja, klinkt vroom maar het ontduikt het werkelijke probleem. Wat te doen wanneer mannenbroeders uit de gereformeerde gezindte het massaal laten afweten om op dit terrein het voortouw te nemen wat ze, op grond van de Bijbel, al 'duizend' jaar geleden hadden kunnen doen? Ik ben nog steeds blij dat er feministische golven zijn geweest, ondanks de uitwassen. Zij hebben gezorgd voor de mogelijkheden en vrijheid die ik nu heb.